Voel je dat er iets schuurt in je team? Zo werkt powerplay
Je zit in een overleg en je voelt dat er iets niet klopt. De woorden gaan over de inhoud, maar eronder gebeurt iets anders. Iemand houdt zich in om de lieve vrede te bewaren. Een ander trekt het gesprek ongemerkt naar zich toe. En jij voelt irritatie opkomen zonder dat je precies weet waar die vandaan komt. Er wordt niets over gezegd, en toch weet iedereen dat er iets speelt.
Voor dat “iets” bestaat een woord: powerplay. In haar derde boek, Stap uit Powerplay (affiliate) laat organisatiepsycholoog Jobbeke de Jong zien hoe dat spel werkt en hoe je er weer uit komt. Ik heb het gelezen met mijn eigen praktijk in mijn hoofd, waarin ik vaak zie hoe samenwerking vastloopt op patronen die niemand hardop benoemt. Dit zijn de vijf dingen die me het meest zijn bijgebleven.
1. Powerplay is overal, en het is niet persoonlijk
De Jong omschrijft powerplay als de automatische interacties tussen mensen die ontstaan door verschillen in macht en invloed. Ze bedoelt niet het grote machtsmisbruik, maar het alledaagse. Wie bepaalt waar we gaan eten, en wie gaat mee terwijl hij eigenlijk iets anders wilde. Dat soort dingen zit in elk team en in elk overleg.
Wat ik sterk vind aan het boek is dat het die dynamiek gewoon maakt. Powerplay betekent niet dat er iets mis is met jou of met je collega. Het hoort bij mensen die samen iets voor elkaar moeten krijgen.
Dat besef alleen al haalt er veel spanning af. Je hoeft niet meer op zoek naar wie het gedaan heeft, want in het systeemdenken van De Jong is er geen dader. Er is een systeem dat doet wat systemen nou eenmaal doen.
2. Schuld zoeken helpt je niet verder
Het idee dat me het meest is bijgebleven staat al in de inleiding. Zodra er ongemak is, gaan we op zoek naar een oorzaak. Het ligt aan mij, of het ligt aan de ander. De Jong laat zien dat dat zoeken naar schuld heel menselijk is, maar dat het niets oplost. Het houdt je juist vast in dezelfde beweging. Dezelfde situatie komt terug, met dezelfde afloop.
Haar alternatief is de kern van het boek. Kijk naar wat er gebeurt zonder het aan iemand toe te wijzen, niet aan jezelf en ook niet aan de ander. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want het vraagt dat je je oordeel even opzij zet. Maar het levert wel iets op. Je krijgt ruimte om te kiezen in plaats van te reageren.
3. We spelen allemaal onze eigen rollen
In het eerste deel, dat gaat over powerplay tussen gelijken, loopt De Jong de rollen langs die we innemen zodra we ons bedreigd voelen. De dans tussen boven en onder, de dominante stem en de stille meeloper, de hulpverlener die zorgen inzet om grip te houden, het geroezemoes tussen de mensen onderin. En de rollen die een groep bijna vanzelf verdeelt, zoals de informele leider, de zielenpiet en de zondebok.
Dit deel werkt omdat je jezelf er telkens in terugziet. Niet als verwijt, maar als herkenning. Je snapt ineens waarom je in de ene groep de kar trekt en in de andere juist afhaakt. Dat heeft minder met je karakter te maken dan je zou denken, en meer met de plek die de groep je geeft. Een ongemakkelijke spiegel, maar wel een nuttige.
4. Je irritatie zegt iets over jou
Halverwege gaat De Jong dieper in op wat ze het projectiemechanisme noemt. Kort gezegd: wat je stoort aan een ander, zegt vooral iets over jezelf. Je gevoel is je dashboard. Het is geen bewijs dat de ander iets fout doet, maar een signaal dat er iets in jou geraakt wordt. Ze geeft je manieren om je eigen aannames te toetsen voordat je ze voor waar aanneemt.
Dit vond ik het meest praktische stuk, omdat je er meteen iets mee kunt. De volgende keer dat een collega je irriteert, is de vraag niet wat er mis is met hem. De vraag is wat dit in jou raakt, en wat er feitelijk aan de hand is. Zo’n kleine draai heeft een groot effect. Je irritatie wordt dan bruikbaar in plaats van dat het uitmondt in ruzie.
5. Je kunt er zelf uit stappen, ook als de rest niet meedoet
Het boek blijft niet hangen in de analyse. Het laatste deel wijst de weg naar buiten. De Jong beschrijft wat een team samen kan doen om powerplay te doorbreken, met aandacht voor rust bij jezelf, de-escaleren en je eigen verantwoordelijkheid nemen in plaats van die bij een ander te leggen.
En omdat samen veranderen niet altijd lukt, sluit ze af met een stappenplan om powerplay in je eentje te overleven, ook als de anderen niet mee kunnen of willen.
Die laatste stap vind ik belangrijk. Veel boeken over groepsdynamiek gaan ervan uit dat iedereen aan tafel wil veranderen. In de praktijk is dat vaak niet zo. Dat De Jong ook iets biedt voor wie er alleen voor staat, maakt het boek bruikbaar op de maandag na het lezen.
Voor wie is het, en wat mag je verwachten
Stap uit Powerplay (affiliate) is bedoeld voor iedereen die met mensen werkt en zich weleens verstrikt voelt in onderling gedoe. Leidinggevenden, teamleden, coaches.
Elk hoofdstuk begint met een herkenbare situatie en eindigt met de essentie, en er staan oefeningen in om het toe te passen. Het voorwoord is van Ans Tros, en het boek sluit aan op haar eerdere werk, Competente mensen, incompetente teams en Beheers je!
Eén eerlijke kanttekening. Het systeemdenken waar het boek op leunt, is even wennen. Wij zijn gewend om naar personen te kijken en naar wie er gelijk heeft, en De Jong vraagt je steeds om naar het geheel te kijken.
Dat kost oefening, en het boek houdt je onderweg een paar keer een spiegel voor die je liever niet ziet.
Weglezen als een roman doet het dus niet. Maar daar zit ook de waarde. Het zet je aan het denken over je eigen aandeel, en dat is nuttiger dan een boek dat je alleen maar gelijk geeft.
Wat me het meest aanspreekt is de gedachte eronder. Goede samenwerking komt niet van betere afspraken of slimmere tools, maar van mensen die snappen wat er tussen hen gebeurt.
In een tijd waarin we van elk probleem het liefst een proces maken, is dat een prettig mensgericht geluid. Powerplay gaat niet weg als je het negeert. Maar je kunt leren het te zien, je plek te bepalen en je vrijheid terug te vinden. En dat is precies wat dit boek je leert.
