Dyflexis: zo ziet personeelsplanning in 2035 eruit

Dyflexis
Dyflexis: zo ziet personeelsplanning in 2035 eruit

De manier waarop we mensen inzetten verandert fundamenteel. Klassieke planningssystemen voldoen niet meer, nu AI, stressdata, duurzaamheid en hyperpersonalisatie het nieuwe normaal zijn. Volgens Dyflexis, leverancier van oplossingen voor workforce management, is het tijd voor een radicale herziening van personeelsplanning. “Wie vasthoudt aan Excel of ouderwetse tools, loopt onherroepelijk achterstand op”, waarschuwt CEO Matthijs van den Ende. Dyflexis identificeert vijf fundamentele verschuivingen.

Die koerswijziging komt niet uit de lucht vallen. De razendsnelle opkomst van AI zorgt voor ongekende mogelijkheden om data slim te benutten. Daarnaast worstelen bedrijven met een structureel krappe arbeidsmarkt, vergrijzing en hogere verwachtingen van werknemers op het gebied van flexibiliteit en welzijn. Tegelijkertijd neemt de maatschappelijke druk op bedrijven toe om duurzamer te opereren.

Rooster-volgt-mens
Volgens Dyflexis hebben al die factoren en grote invloed op de manier waarop organisaties de komende jaren hun personeelsplanning voeren. “We gaan van beschikbaarheid naar belastbaarheid, van kosten naar impact, en van mens-volgt-rooster naar rooster-volgt-mens”, zegt Van den Ende.

Volgens hem zijn dit vijf grote verschuivingen in de personeelsplanning voor de komende tien jaar:

1. Van standaardrooster naar hyperpersonalisatie
Het klassieke model waarbij iedereen in gelijke diensten werkt, maakt plaats voor een op maat gesneden benadering. Elke medewerker krijgt een gepersonaliseerd rooster, afgestemd op voorkeuren, capaciteiten en context. AI-modellen analyseren individuele werkpatronen, biologische ritmes, takenvoorkeuren en zelfs verkeersdata om tot optimale werkindelingen te komen.

Een medewerker die in de middag piekt en drie dagen per week mantelzorger is, krijgt een ander werkpatroon dan een collega die ‘s ochtends het meest productief is en ver moet reizen. Ook mobiliteitsdata worden integraal meegenomen: van laadinfrastructuur voor elektrische auto’s tot realtime OV-informatie.

Gepersonaliseerde werkroosters vergroten niet alleen de tevredenheid en productiviteit, maar voorkomen ook burn-outs en verzuim. Volgens Van den Ende is dit geen luxe meer, maar noodzaak. “Wie nog één patroon voor iedereen hanteert, werkt straks tegen zichzelf.”

2. Van beschikbaarheid naar belastbaarheid
Plannen op basis van beschikbaarheid zegt niets over de fysieke of mentale toestand van medewerkers. Daarom schakelen organisaties in 2035 over op belastbaarheidsplanning. Wearables en andere sensoren meten stress, hersteltijd, werkdruk en vermoeidheid, en koppelen deze data realtime aan het planningssysteem.

Dankzij integraties met welzijnstools en dashboards ziet de planner wie er daadwerkelijk inzetbaar is. Bij tekenen van overbelasting stelt het systeem automatisch een alternatief rooster voor, inclusief rustmomenten of lichtere diensten.

Preventieve aanpassing van roosters op basis van welzijnsdata kan verzuim en verloop drastisch verlagen. Bovendien ontstaat een cultuur waarin welzijn niet wordt gemeten aan ziekmeldingen achteraf, maar aan data vooraf.

3. Van kostengedreven naar klimaatbewuste planning
Waar nu kosten en capaciteit leidend zijn, komt daar in 2035 een derde pijler bij: duurzaamheid. Elke dienst krijgt een CO₂-score, gebaseerd op factoren zoals vervoersmiddelen, energieverbruik op locatie en logistieke bewegingen tussen vestigingen.

Planningssoftware toont straks per dienst de ecologische impact, zodat organisaties actief kunnen sturen op klimaatdoelstellingen. Bijvoorbeeld door thuiswerkdagen te plannen op piekmomenten van netbelasting, of door medewerkers samen te laten reizen via deelmobiliteit.

Duurzaamheidsdoelen gaan niet langer alleen over beleid. Wie zijn workforce efficiënt plant én CO₂-bewust, voldoet niet alleen aan ESG-rapportages, maar bespaart ook op energiekosten en reputatieschade.

4. Van ad hoc naar datagedreven simulatie
Planners kunnen roosters in de nabije toekomst vooraf testen in een virtuele omgeving. Met behulp van zogenaamde ‘workforce twins’, een soort digitale kopieën van teams, kunnen planners de impact van roosteropties simuleren voordat ze live gaan. Denk aan simulaties op stressverdeling, verlooprisico’s, duurzaamheidsscores of teamcohesie.

Planners kunnen op die manier eenvoudig en zonder operationele risico’s scenario’s vergelijken. Wat gebeurt er als je diensten een uur eerder laat beginnen? Wat als je drie extra parttimers toevoegt? Het systeem rekent het voor je door, inclusief gevolgen op budget, CO₂ en medewerkerstevredenheid.
Zo voorkom je dure fouten door te plannen op inzicht in plaats van intuïtie. Bovendien neemt het draagvlak voor veranderingen toe als je vooraf kunt aantonen wat het oplevert.

5. Van centrale aansturing naar decentrale intelligentie
In plaats van één centraal planningsregime per organisatie, ontstaat er in de komende jaren een netwerk van slimme, lokale planningseenheden. Iedere vestiging of afdeling krijgt eigen AI-ondersteunde planningsintelligentie, gevoed door lokale omstandigheden zoals netcapaciteit, weersvoorspellingen of regionale OV-storingen.

Slimme software kan lokale en centrale eisen daarbij combineren. Planners krijgen realtime aanbevelingen op basis van lokale data, zonder dat dit ten koste gaat van de strategische samenhang op organisatieniveau.
Zo kunnen planners sneller inspelen op onverwachte situaties, zonder dat ze grip verliezen. Lokale teams voelen zich bovendien meer eigenaar van de planning, wat de betrokkenheid en betrouwbaarheid verhoogt.

Planners blijven, rol verandert
Planners verdwijnen niet uit dit toekomstbeeld. Integendeel: hun rol wordt strategischer dan ooit. Ze transformeren van roostermakers tot regisseurs van welzijn, duurzaamheid en organisatiedoelen, terwijl AI de dagelijkse uitvoering automatiseert.

Niet alles is toekomstmuziek. Veel technologie is er al. Wearables en AI-tools monitoren nu al stressniveaus en fysieke belasting. Dashboards combineren CO2-impact, mobiliteitsdata en welzijnsindicatoren in één overzicht. Wat ontbreekt, is niet de techniek, maar visie en lef. Dyflexis heeft hiervoor al een stevige basis gelegd met uitgebreide dashboards en rapportages in oplossingen voor workforce management, en werkt aan verdere integratie van deze innovatieve toepassingen.

Wat organisaties nu vooral nodig hebben, is visie en lef. “Bedrijven moeten nú beginnen met experimenteren en met kijken naar wat al kan”, waarschuwt Van den Ende. “Planning wordt de komende jaren nog veel meer dan nu al het geval van strategische waarde. Laat het tegen die tijd geen blok aan je been zijn.”

Blog