Reportages

Evan Ratliff: verdwijnen in het digitale tijdperk [PICNIC10]

0

Journalist Evan Ratliff verdween vorig jaar voor Wired Magazine 30 dagen, om onderwijl een nieuwe (online) identiteit aan te nemen. Op PICNIC vertelt hij zijn verhaal, dat nog het meest wegheeft van een jongensboek. Compleet met achtervolgingen, vermommingen en een flinke dosis paranoia. Maar het zet ook aan het denken over de bijproducten van de informatiemaatschappij. Wat denkt Ratliff, verdwijnt privacy en is dit zo erg?

Mislukte verdwijntruc

Wired looft een beloning van 5000 dollar uit voor degene die hem vindt en er ontstaat een ware klopjacht. Via Facebook en Twitter wisselen duizenden mensen details uit over Ratliff’s leven en mogelijke verblijfplaats.

Directe aanleiding voor Ratliff’s onderneming is de mislukte verdwijntruc van een – van fraude beschuldigde – Amerikaanse financieel adviseur. Om de aanklacht te ontlopen, zette hij zijn eigen dood in scene door zijn privévliegtuig te laten crashen en zelf vroegtijdig met parachute het toneel te verlaten. In theorie prachtig. In de praktijk iets problematischer. Na het noodsignaal stuurde de verkeerstoren twee vliegtuigen om het noodlijdende vliegtuig aan de grond te helpen. Alleen zat er toen niemand meer in. Tijdens de rechtszaak werd de pc van de bedrieger als bewijsmateriaal opgevoerd. Het behoeft geen uitleg dat de Google-zoekopdrachten ‘how to jump a plain’ en ‘how to get a fake ID’ niet bijdroegen aan de verdediging.

Allemansvrienden

Ratliff wilde geen fouten maken en was voorbereid. Met een fake ID en appartment lease, nep bedrijf (geregistreerd in Mexico) en nep visitekaartjes. Opvallend: ‘People judge you by your business card’, aldus Ratliff. Voor de wedstrijd moest hij ook online met zijn nieuwe identiteit.  En moest hij bovendien via zijn eigen Gmail account aanwijzingen geven aan de deelnemers. Hij installeerde TOR om te voorkomen dat de herkomst van zijn berichten kon worden achterhaald. En hij logde vervolgens op afstand in bij twee computers in een gehuurde bedrijfsruimte in Vegas.

Onder zijn alter ego James D. Gatsby (vanwege de Great Gatsby moeilijk googlen) maakte Ratliff een Twitter en Facebook account. Vrienden maken bleek een uitdaging. Gelukkig voor Ratliff zitten netwerken vol met ‘multi level marketeers and real estate guys with 1000+ friends’, die zijn verzoeken allemaal accepteerden. Of zoals Ratliff het zegt ‘they’ll befriend anyone’.

Broodkruimels

Ondertussen was de zoektocht in volle gang. Tijdens de eerste dag was ieder adres waar Ratliff ooit had gewoond en waren al zijn vrienden bekend. Via de Twitter hastag #vanish en via een Facebook groep deelden de zoekers hun bevindingen. Met een Flickr-foto van Ratliff’s kat probeerden ze zijn camera te traceren. En via een van zijn online recensies, een hobby, vonden ze de vrouw die zijn katten verzorgde. Iedereen werd uitgehoord.

Ook offline onderzoekstechnieken bleken effectief. Ratliffs glutenvrije dieet zorgde ervoor dat zijn mugshot in ieder glutenvrij restaurant prijkte. Wired plaatste ondertussen aanvullende informatie online. Mugshots, creditcard aankopen, pintransacties, FedEx tracking nummers en inloggegevens van Ratliff’s Gmail account. De echte data vermengde zich met nepdata en speculatie, die leidde tot wilde complottheorieën. Zo had Ratliff een collega Jennifer, die toevallig naamgenoot was van een Hawaiaanse. Zo dachten de zoekers op een gegeven moment dat Ratliff met zijn collega op Hawaï was.

Helikopterachtervolging

Wired magazineRatliff volgde de zoektocht online. De enorme hoeveelheid informatie die de zoekers over hem te weten waren gekomen, maakte hem paranoia. Hij reisde van San Francisco naar Vegas, naar St Louis om te eindigen in New Orleans. Zijn vermommingen werden steeds extremer. Van baard en lenzen en geverfd haar tot een kale kop met bril en een groezelig snorretje.

Zijn paranoia maakte dat hij ervan overtuigd was dat hij achtervolgd werd door een helikopter. Onzin, maar hij zette het op een rennen, waarna de helikopter inderdaad een stuk met hem meevloog. Het merendeel van de tijd bleek echter dat ‘in plain sight’ de beste verstopplek was.  Zo liftte hij mee met een indyband, ging hij naar een voetbalwedstrijd en liet hij zich interviewen op Venice Beach.

We’ve got him

Jeff Reifman, ontwikkelaar van Facebookapplicaties, had zich ondertussen in de zoektocht gemengd. Hij ontwikkelde een speciale Facebook app Vanish Team, waar zoekers informatie konden uitwisselen. Toen dit niet het effect had waar Reifman op hoopte, zette hij de app anders in. Hij traceerde de IP-adressen van de gebruikers in de hoop Ratliff te vinden. Reifman koppelde IP-adressen aan Facebook-profielen en filterde deze op aantallen vrienden. Zo vond hij James Gatsby’s profiel.

Intussen werd Ratliff vanwege de trage verbinding nonchalant met het extern inloggen. En zo vond Reifman zijn verblijfplaats: New Orleans. Reifman, zelf ondernemer, kon niet zomaar op het vliegtuig stappen. Dus maakte hij een tweede slimme zet. Hij contacteerde de eigenaren van glutenvrije pizzeria’s. Met de redenatie dat Ratliff dol is op pizza en een glutenvrij dieet volgt. Zijn instinct klopte. Ratliff werd zeven dagen voor het einde van zijn grote verdwijning herkend in een glutenvrije pizzeria in New Orleans.

Geneuzel in de marge

Ratliff is gelukkig nuchter. De zoektocht heeft zijn leven niet veranderd. Opmerkelijk is dat hij ook zijn online gedrag niet heeft aangepast. Waarom? Bij mensen in de marge, waar Ratliff zichzelf bescheiden toe rekent, interesseert niemand zich voor alle details van je privéleven. En daarnaast staat er op een gegeven moment zoveel zin en onzin online, dat het ook moeilijker wordt belangrijke informatie hieruit te filteren.

Zou het ook zo zijn bij Karadzić en Bin Laden? Is er te veel informatie is, waardoor je zoekt naar een relevante speld in een volledig irrelevante hooiberg? In deze extreme gevallen is dat enorm treurig. Maar voor ons ‘mensen in de marge’ is dit misschien wel de enige keer dat we kunnen zeggen dat het goed is als ergens ‘te’ voor staat: te veel informatie.