Columns

De vragensteller

0

Een tweestrijd trekt aandacht, meer dan een ontmoeting. Een tweestrijd belooft een winnaar. Mohammed Ali won van Joe Frazier in 1971. Ook Fischer tegen Spasski, was een legendarisch gevecht in Reijkjavik, 1972. Steeds meer dient de machine zich aan als uitdager van de mens in een tweestrijd.

Het is duidelijk dat de machine oppermachtig is als het om mechanische taken gaat. Een lopende band is een makkelijke prooi. Bij een een intellectuele strijd wordt de uitdaging al anders, ook omdat de werking van het brein nu eenmaal veel moeilijker is na te bootsen dan het mechanisch samenspel tussen spieren en botten.

Het is makkelijk uit te leggen dat een mens –en dus ook een computer- een spel als boter, kaas & eieren nooit hoeft te verliezen. Het is een klein, ‘gesloten’ spelletje, met een beperkt aantal mogelijke zetten. Lingo is –een woordenboek is immers ook eindig- een gesloten spel. Bij dergelijke spellen heb je niet veel meer nodig dan domme kracht.

In principe is schaken ook een gesloten spel, zeker als de beginopstelling altijd hetzelfde is. Het aantal mogelijke zetten dat vanaf de eerste zet gedaan kan worden is weliswaar onvoorstelbaar groot, maar hoe je het ook wendt of keert, het is eindig. Het was misschien voor de schakende mens Kasparov een schok dat hij verloor van IBM’s Deep Blue, maar voor de wiskundige theoreticus was het dat niet.

Het wordt anders als de mens het opneemt tegen de computer in een strijd waarbij gesproken zinnen een rol spelen. Bij een quiz als twee voor twaalf mogen de deelnemers wel zoeken in papieren encyclopedieën maar niet op het internet. Als je het spel thuis meespeelt kun je winnen van de deelnemers door slim te googelen. Het construct van twee voor twaalf is klassiek: de quizmaster stelt een vraag, de deelnemer geeft antwoord. Op een goed gestelde feitelijke vraag is niet meer dan één antwoord mogelijk.

Maar nu draaien we het om, precies zoals de Amerikaanse quiz Jeopardy doet: de quizmaster geeft een antwoord, en de deelnemer moet de bijbehorende vraag formuleren. Voorbeeld: de eendimensionale minister van onderwijs die vindt dat hoogleraren niet moeten demonstreren op het binnenhof maar beter op de universiteit les kunnen geven.

Het antwoord is de volgende vraag: Wie is Marja van Bijsterveldt? IBM heeft nu een computer ontwikkeld die de Jeopardy-quiz kan spelen. De naam: Watson. Begin volgende week is het zo ver. Dan zal Watson het opnemen tegen de twee beste Jeopardy spelers ter wereld, Ken Jennings en Brad Rutter, het wordt uitgezonden op de Amerikaanse tv.

Het is een prachtig gegeven. Het internet herbergt inmiddels alle feitelijke antwoorden, ga daar maar van uit. Het is precies het spel dat in het dagelijkse leven de winnaars van de 21e eeuw zal opleveren: zij die de goede vragen stellen zullen overleven. Dat geldt voor Jeopardy, het geldt ook voor ondernemers, gelovigen en ministers.

Een van de grote voordelen van Watson is dat hij zijn beurt voorbij laat gaan als hij de vraag niet met grote zekerheid kan formuleren. Dat is ook een gave die de machine voor heeft op de mens: niks zeggen als je het niet weet.

Deze column is eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.