Verdieping

Het boek

0

Het begon op het terras waar ik Christaan tegenkwam. In zijn hand een boek, zijn nieuwe boek. Dikker dan ik dacht. Echt een boek. Met een trotse auteur, terecht. De advocaat die over een advocatenkantoor op de Zuidas schrijft, ‘Het proces van de eeuw’. De specialist in digitale zaken wilde een verhaal delen en het boek dat hij in zijn hand heeft is het vehikel. Ik wil dat boek lezen, koop het e-book.Een dag later, in het openluchttheater in de bossen van Heeswijk Dinther treedt Emilio Guzman op. Hij speelt zijn eerste avondvullende voorstelling en in een ontroerend laatste half uur vertelt hij over zijn twijfels en de kunst van het hechten. Op de achtergrond hangt een groot portret van dichter Leo Vroman met zijn vrouw Tineke. Ze trouwden in 1947, vlak na de oorlog. Zij wonen in Canada. Toen koningin Juliana hem ooit vroeg om weer in Nederland te komen wonen sprak hij de veel geciteerde woorden: liever heimwee dan Holland.

Cabaretier Guzman leest een gedicht voor uit een boek van Leo Vroman. Een boek was de drager voor het gedicht over de liefde. Had Guzman het niet voorgelezen dan had hij het voorgedragen. Ook goed. De voorstelling zet ons aan het denken, over de kunst van het hechten, een kunst die Vroman zo beheerst als geen ander. Het is een jaloersmakende eigenschap. Ik wil dat boek lezen. Ik vind mooie strofes op een dichterssite.

Accepteer cookies

Mijn tante in het klooster is aan het hemelen. Meer dan zestig jaar heeft ze er gewoond, vlak na de oorlog is ze ingetreden, in het jaar 1947. We kwamen er als kind, soms hielp ze ons met Latijnse vertalingen, in die tijd ging het schoolboek nog door de tralies. En nu ligt ze in haar cel, op de ziekenboeg, waar ik bij wijze van hoge uitzondering mocht komen. Ze ademt zacht, haar ogen zijn gesloten. Op het tafeltje naast haar bed ligt een stapeltje boeken, die ze tot een paar weken geleden nog las. Reisverhalen. En boven op de stapel reisverhalen een boek over ‘De Hemel’. Het is haar laatste reisverhaal. Mijn tante in het klooster overlijdt een dag na mijn bezoek. Ik wil paragrafen uit dat boek lezen.

En als ik tot drie keer toe schrijf dat ik dat boek wil lezen, bedoel ik dat ik de gedachten van de schrijver tot me wil nemen. Het boek is dood, leve het boek, de krant is dood, leve de krant, leve de deelbaarheid van de gedachte. De boekenzaak is hemelend, leve de verhalenwinkel. Het verhaal zit overal, in het haarvat van een gesprek, het is de stut van een denkwereld. En nog nooit had het verhaal zoveel mogelijkheden om lezers te bereiken. Als stuifsneeuw vind het haar weg, om uiteindelijk neer te slaan, in welke vorm dan ook. Ja, natuurlijk ook als boek, je ziet ze overal, in de hand van de trotse schrijver en de declamerende cabaretier, of op het nachtkastje van de hemelende tante.

Deze column is eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.