Columns

De offline deeleconomie doet het ook prima

0

Column – ‘Het Wonder’ van Maarten Biesheuvel werd een paar weken geleden als een van de betere korte verhalen geplaatst in de Volkskrant. Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1953. Maarten is 14, had 134 gulden verdiend door flessen schoon te maken bij de Coca Cola-bottelarij in Schiedam, en van dit geld bood hij zijn vader een vakantie aan. Veertien dagen naar Opperwihr, in de Vogezen, met de bus.

Zijn vader wil de pick-up (platenspeler) en de radio meenemen. De apparaten gaan achter op de fiets mee naar het Centraal Station in Rotterdam, vanwaar de plezierbus zal vertrekken. De chauffeur vertelt ze echter vriendelijk dat het geen zin heeft de geluidsinstallatie mee te nemen omdat er in de barakken in Opperwihr nu eenmaal geen elektriciteit is.

Het is te laat om de spullen weer naar huis te brengen; Maarten en vader besluiten ze weer achter op de fietsen vast te maken, onder de snelbinders, de fietsen staan op slot. Met een briefje erbij. “Waarde voorbijganger, deze fietsen, deze radio en pick-up, waarvoor ik allemaal hard heb moeten werken, zijn van ons: Cornelis Biesheuvel en zijn zoon Maarten, Burgemeester van Haarenlaan 138b-beneden in Schiedam…Mocht u zin hebben om radio of pick-up te gebruiken, doet u dat dan voor een paar dagen, als de radio en pick-up uiterlijk 16 augustus maar weer op de fietsen zitten.

Mocht u zin hebben om radio of pick-up te gebruiken, doet u dat dan voor een paar dagen, als de radio en pick-up uiterlijk 16 augustus maar weer op de fietsen zitten.

Hoogachtend, C. Biesheuvel (archivaris bij de werf Wilton Fijenoord, Schiedam)”

Bijzonder briefje

Bij terugkomst, twee weken later, staan de fietsen er nog. En ook de pick-up en de radio. Maar, er lag een ander briefje bij. Afzender: de familie Kokange uit Monster. Ze hadden de platenspeler vier dagen gebruikt en waren zo vriendelijk geweest om het versleten AAG-9 naaldje te vervangen door een nieuwe. De brief eindigt als volgt: ‘Maar wat een heerlijk, gaaf, mieters pick-upje, meneer Biesheuvel. Joop Kokange, Planetenstraat 23, Monster. Nogmaals dank. Land of Hope and Glory gaat véél beter op dit naaldje!”. Aldus Maarten Biesheuvel. Dit is deel-economie avant la lettre. Het stationsplein in Rotterdam was het netwerk. En het is een mooi voorbeeld van het gebruik van reviews (‘wat een heerlijk gaaf, mieters pick-upje’).

Tegen de kerk van Cucuron (voor de sms-ers: qqron), in de buurt van Aix-en-Provence, staat de Arbre du Mai, een gekapte boom die ieder jaar in de maand mei door de vruchtbare mannen van Cucuron naar boven wordt gedragen. De boom moet net iets hoger zijn dan de kerk. Tegen diezelfde kerk staan, op de grond, dozen met boeken. Religieuze boeken, wandelboeken, boeken van Guy de Maupassant, Camus, Diderot, en ook kinderboeken. De spelregels zijn eenvoudig. Servez vous. Neem een boek mee, en na lezing mag u het terugleggen hier of in een doos in de buurt, u mag het houden, in dat geval graag een ander boek neerleggen. Als u wilt schrijft u op een briefje wat u van het boek vond.

14596005043_c2c2c503bd_o

Via Flickr/Allyson Lewis/CC BY 2.0

Ook een voorbeeld van deeleconomie. Of collaborative economy, peer-to-peer economy of platform economy, noem het maar wat. Informatietechnologie is de katalysator voor een ideale deeleconomie, zegt Wikipedia. Dat zal wel, maar een stationsplein in Rotterdam of een kerkpleintje in Cucuron doen het ook prima.

Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.

Foto intro met dank aan Fotolia.