conversational conference

AI maakt ons slimmer, of juist luier?

AI maakt ons slimmer, of juist luier?

Het kantoorleven zoals onze grootouders dat kenden, bestaat eigenlijk niet meer. Ook de verwachtingen rondom werk, bereikbaarheid en productiviteit zijn ingrijpend veranderd. Of de werkdruk tegenwoordig hoger of lager is, is lastig te zeggen, maar anders is die in ieder geval wel.

We werken vrijwel volledig digitaal, papieren agenda’s en mappen hebben plaatsgemaakt voor schermen, apps en pop-ups. En met de komst van kunstmatige intelligentie hebben we er een nieuwe digitale collega bij gekregen.

AI helpt ons sneller te schrijven, informatie te verwerken en steeds meer taken te automatiseren. Dat levert veel op, maar roept ook een nieuwe vraag op: wat doet het met ons vermogen om zelf na te denken?

Steeds vaker zien we daarvoor de term ‘AI brain fog’ of ‘AI brain fry’ voorbijkomen, op sociale media en in nieuwsartikelen. Zo noemt TNO in een artikel de toename van mentale belasting als keerzijde van technologische ontwikkeling.

Mensen die veel met AI werken, herkennen het misschien. Je bent aan het einde van de dag vermoeid. Je concentratie neemt af. Of je merkt dat je moeite hebt om zelf aan een tekst of idee te beginnen.

Is AI brain fog een nieuwe vorm van digitale overbelasting, of zijn we simpelweg aan het wennen aan een nieuwe manier van werken? En wat gebeurt er wanneer we steeds meer denkwerk aan AI overlaten?

Wat is AI brain fog?

Brain fog is geen officiële medische diagnose. Het is een verzamelnaam voor klachten zoals moeite met concentreren, helder denken en informatie onthouden. De term ‘AI brain fog’ wordt vooral informeel gebruikt. Het beschrijft klachten die mensen tijdens of na intensief gebruik van AI-tools kunnen ervaren.

De term zelf is niet wetenschappelijk afgebakend. De processen die mogelijk een rol spelen, worden wel onderzocht.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ‘cognitieve offloading’, aandachtsfragmentatie, beslissingsmoeheid en mentale overbelasting. Dat betekent trouwens niet concreet dat AI aantoonbaar een nieuwe vorm van brain fog veroorzaakt. Wel kan het gebruik ervan samenhangen met klachten die mensen als brain fog omschrijven.

Waarom ontstaat AI brain fog?

Een mogelijke verklaring is cognitieve offloading. Dit betekent dat we denkwerk uitbesteden aan een extern hulpmiddel. Dat deden we natuurlijk al voordat AI bestond. We gebruiken een agenda om afspraken te onthouden. Een rekenmachine neemt rekenwerk over. Google helpt ons informatie te vinden. Je snapt hem wel. Alleen met AI gaat dit nu een stap verder.

Waar we vroeger zelf een e-mail opstelden of een artikel volledig in onze eigen woorden schreven, vragen we nu steeds vaker aan AI om een eerste versie te maken of informatie samen te vatten. Dat hoeft geen probleem te zijn. AI kan ons werk sneller en makkelijker maken.

Maar wanneer we bepaalde denkstappen vaak uitbesteden, voeren we ze zelf ook minder vaak uit. Daardoor zijn we mogelijk minder actief met de inhoud bezig.

Onderzoek naar cognitieve offloading laat zien dat digitale hulpmiddelen onze prestaties tijdens een taak kunnen verbeteren. Tegelijk onthouden we informatie soms minder goed wanneer we weten dat die ergens anders wordt opgeslagen. Dat onderzoek ging niet specifiek over generatieve AI, maar laat wel zien wat er kan gebeuren wanneer we denkwerk uitbesteden.

De cognitieve belasting verdwijnt niet, maar verschuift

Zoals eerder aangegeven, verandert AI onze manier van werken. Veel dagelijkse taken worden makkelijker en sneller. Gelukkig betekent dit niet direct dat we helemaal niet meer hoeven na te denken. Een deel van het denkwerk verschuift namelijk van creëren naar controleren en beoordelen.

We moeten nog steeds nagaan of de output klopt, of er geen belangrijke context ontbreekt en of de conclusie wel logisch is.

De cognitieve belasting verdwijnt dus niet helemaal. De inspanning verandert vooral van vorm. We besteden een deel van het uitvoerende denkwerk uit, maar krijgen daar controle- en verificatiewerk voor terug.

AI maakt ons niet dom, maar verandert de manier waarop we denken

Maar daar zit ook precies het risico. Die verschuiving vindt alleen plaats wanneer we AI-output daadwerkelijk kritisch beoordelen. In de praktijk gebeurt dat lang niet altijd. Wanneer een antwoord overtuigend klinkt, nemen mensen het sneller voor waar aan.

Onderzoekers noemen dit ‘automation bias‘: de neiging om output sneller te vertrouwen, omdat deze door een systeem is gegenereerd. Wie alle teksten, adviezen of conclusies klakkeloos overneemt, besteedt niet alleen het creëren uit, maar ook het controleren en beoordelen.

Op dat moment verschuift de cognitieve belasting niet meer. Een belangrijk deel ervan verdwijnt dan wel degelijk. We bedenken minder zelf, controleren minder en leggen minder vaak eigen verbanden.

werken met AI tools

De overige factoren die kunnen meespelen

AI-gebruik kan ook invloed hebben op de manier waarop we samenwerken. We vragen een AI-tool om feedback, terwijl we dat vroeger misschien aan een van onze collega’s deden. Daardoor kunnen informele leermomenten en gezamenlijke controles afnemen. Juist die specifieke gesprekken helpen ons om scherp te blijven en onze eigen ideeën beter te beoordelen.

Daarnaast kunnen stress en vermoeidheid een rol spelen. Denk aan langdurig schermgebruik in de late avond. Daarbij denk je al snel aan socialemediagebruik. AI kan daar echter een nieuwe aanleiding aan toevoegen.

Medewerkers kunnen bijvoorbeeld na werktijd nog willen uitzoeken hoe een AI-tool werkt of wat de veranderingen voor hun functie betekenen. Uit casestudies van TNO blijkt dat de mentale belasting in sommige organisaties licht toenam.

Het werk werd complexer en medewerkers waren onzeker over de gevolgen van AI voor hun taken en functie. Die onzekerheid kan ervoor zorgen dat werk langer in het hoofd blijft hangen. Wanneer mensen daardoor ook ’s avonds blijven lezen, testen of uitzoeken, neemt de schermtijd toe en blijft er mogelijk minder tijd over om tot rust te komen.

Is AI brain fog reden tot zorg?

Op basis van het huidige onderzoek kunnen we niet vaststellen dat AI een aparte vorm van brain fog veroorzaakt. Daarvoor is de term te breed en is er nog te weinig langdurig onderzoek beschikbaar. De besproken onderzoeken suggereren wel dat AI-gebruik kan samenhangen met cognitieve offloading, minder actieve betrokkenheid en een verschuiving in het soort denkwerk dat we doen.

Of dat een probleem wordt, hangt vooral af van hoe we AI gebruiken. Wie AI inzet om ideeën te toetsen, feedback te krijgen of simpel werk te versnellen, blijft zelf actief betrokken. Wie een taak vanaf het eerste idee tot de laatste controle aan AI overdraagt, denkt waarschijnlijk minder zelf over de inhoud na.

Voor mij persoonlijk is deze AI brain fog geen reden om AI niet te gebruiken. De voordelen zijn daarvoor te groot. AI bespaart tijd, maakt kennis toegankelijk en helpt om sneller tot een goed resultaat te komen. Wel zijn de onderzoeken een signaal om bewuster te kiezen wanneer en op wat voor manier ik AI inzet.

Hoe voorkom je dat AI voor je gaat denken?

De grootste uitdaging in AI-gebruik is dus een tussenweg vinden tussen zelf het werk doen en AI gebruiken als ondersteuning. Hoe verleidelijk het ook is om AI-output direct over te nemen, juist daar ligt de grootste valkuil. De kunst is om die verleiding te weerstaan.

Bij het inzetten van AI-tools stel ik mijzelf altijd eerst de vraag: “Kan ik dit zelf net zo gemakkelijk doen als een AI-tool?”

En als het gebruik van de AI-tool echt het werk verlicht, gebruik ik het als sparringpartner. Zelf gebruik ik AI bijvoorbeeld voor onderzoek en feedback, maar het schrijven doe ik grotendeels zelf. Daardoor blijf ik kritisch nadenken over de output en houd ik de regie in handen.

AI volledig vermijden is niet realistisch. Dat hoeft gelukkig ook niet. We moeten alleen voorkomen dat gemak verandert in afhankelijkheid. Misschien is de grootste uitdaging van AI niet om te leren hoe we de technologie gebruiken, maar om te blijven bepalen wanneer we zelf willen denken.

Want AI kan veel werk van ons overnemen, maar kritisch denken, verbanden leggen en creatief denken blijven vaardigheden die we zelf constant moeten blijven trainen.