De 7 grootste mythes over presenteren om eindelijk te ontkrachten

De 7 grootste mythes over presenteren om eindelijk te ontkrachten

Sta twee minuten in een powerpose en je testosteron stijgt. Iedereen ziet hoe zenuwachtig je bent. Je woorden doen er toch niet toe, want 93 % van je communicatie is non-verbaal. Ik heb ze allemaal gehoord, geloofd en soms zelfs zelf doorgegeven aan coachees. Totdat ik de afgelopen jaren niet alleen dieper in de onderzoeken ben gedoken, maar ook veel interessante opvolgende onderzoeken las.

Dan ontdek je vaak hoeveel van deze wijsheden terug te voeren zijn op één klein, oud of gewoon verzonnen onderzoek. Tijd voor een eerlijke schoonmaak in dit artikel.

Vorige maand stond ik met een executive in een oefenruimte. Vlak voor haar generale repetitie ging ze breeduit voor de spiegel staan: armen wijd, kin omhoog. “Van jou geleerd”, zei ze trots. Ze had gelijk.

In een eerder artikel hier op Frankwatching raadde ik de ‘powerpose’ nog van harte aan, inclusief de beroemde TED-talk erover. Ik moet daar op terugkomen zoals je verderop leest. Dat geldt trouwens voor meer adviezen die al decennia rondzingen in trainingsruimtes, managementboeken, op podia en in blogs.

Wat mij tijdens het uitzoeken vooral opviel: bijna elke presentatiemythe volgt hetzelfde patroon. Ergens ligt een piepklein onderzoek, vaak uit de jaren zestig of zeventig, met een handjevol proefpersonen en een hele specifieke vraagstelling.

Iemand trekt daar een lekker rond cijfer uit, een spreker zet het in een boek en vijftig jaar later herhalen we het met droge ogen alsof het een natuurwet is. De zeven hardnekkigste ontleed ik hieronder. Met wat er wél klopt, want dat is minstens zo interessant.

1. Je woorden zijn eigenlijk helemaal niet belangrijk

Veel marketing- en communicatieprofessionals zullen de beruchte statistieken kennen: slechts 7% van je communicatie zit in je woorden, 38% in je stem en 55% in je lichaamstaal.

Het komt uit twee experimenten van psycholoog Albert Mehrabian uit 1967 met tientallen vrouwelijke proefpersonen. Zij luisterden naar losse woorden als maybe en dear, uitgesproken in verschillende tonen en moesten raden welke emotie erachter zat.

Dat is in mijn optiek dus echt iets totaal anders dan een kwartaalpresentatie of pitch. Mehrabian waarschuwt trouwens zelf ook al decennia dat zijn formule alleen gaat over het overbrengen van gevoelens bij tegenstrijdige signalen, niet over communicatie in het algemeen.

Onderzoekers noemen de regel inmiddels letterlijk een urban legend die uit circulatie moet. Lichaamstaal doet er in mijn optiek echt wel toe, zeker wanneer die botst met je woorden. Maar je inhoud is en blijft de hoofdmoot.

2. Erger dan de dood

Mensen zijn banger voor spreken dan voor de dood – Jerry Seinfeld

Een coachee kwam laatst met de grapje, dat hij soms liever in een kist ligt dan dat hij een presentatie geeft. Hij baseerde zich op een marktonderzoek van Bruskin uit 1973 waarin Amerikanen meerdere angsten mochten aanvinken. Spreken werd hier dus het vaakst genoemd.

Maar, er werd nooit gevraagd naar de grootste angst. Toen onderzoekers Dwyer en Davidson het onderzoek in 2012 opnieuw uitvoerden onder 815 studenten, bleek spreken inderdaad de meest voorkomende angst. Maar zodra deelnemers hun top-angst moesten kiezen… toen won de dood gewoon.

Begrijp me niet verkeerd, spreekangst is echt en wijdverbreid. Ik zie het echt bij iedereen voorbijkomen, van student tot staatssecretaris, DJ tot ondernemer. Met alle gevolgen voor de presentatie en carrière. Volgens een grote meta-analyse rapporteert tot een derde(!) van de bevolking angst voor publiek spreken. Maar de dramatiek van ‘erger dan de dood’ voegt daar in mijn optiek niets aan toe.

3. Het spotlight effect

Dit is mijn favoriete onderzoek uit de hele lijst, omdat het precies het omgekeerde bewijst van wat sprekers voelen. Onderzoekers van de Cornell Universiteit lieten studenten in 2000 een shirt aantrekken met het gezicht van zanger Barry Manilow erop. Dit hadden ze vooraf getest als gênant voor deze doelgroep. Daarna moesten ze een ruimte vol medestudenten binnenlopen.

De dragers schatten dat ongeveer de helft van de aanwezigen het shirt zou opmerken. In werkelijkheid was dat een kwart. Wij denken structureel dat de schijnwerper twee keer feller op ons staat dan echt het geval is (ook wel bekend als ‘het spotlight effect’).

Voor sprekers is er een nog mooiere nuance. In een vervolgonderzoek uit 2003 bleken sprekers hun zichtbare stress systematisch te overschatten. Het publiek zag veel minder trillende handen en rode wangen dan de spreker dus zelf voelde. Mijn favoriete element in dit onderzoek: alleen al door te vertellen dat zenuwen grotendeels onzichtbaar zijn, zorgde ervoor dat deelnemers veel betere presentaties gaven.

Niet alleen in eigen ogen maar ook volgens de beoordelaars. Dit is precies waarom ik oefensessies altijd film en samen terugkijk met een coachee. Je interne alarmbel is een notoir onbetrouwbare recensent. De camera liegt niet en die laat vrijwel altijd iets rustigers zien dan wat de spreker vanbinnen beleefde, hoor ik onwijs vaak terug.

4. De kalmeringsreflex

“Adem in, adem uit vlak voordat je begint met spreken” is misschien wel het meest gegeven advies vlak voor een optreden. Maar het blijkt de verkeerde richting op te sturen. In onderzoek van Harvard Business School uit 2014 gaf ruim 90% van de mensen aan dat kalmeren de beste strategie is tegen podiumzenuwen.

Vervolgens liet onderzoeker Alison Wood Brooks deelnemers zingen, rekenen en speechen. Wie vooraf hardop “I am excited” zei, presteerde beter en kwam op beoordelaars overtuigender en competenter over dan wie zichzelf probeerde te kalmeren.

De verklaring hiervoor vond ik ook echt interessant. Angst en opwinding zijn lichamelijk bijna hetzelfde: verhoogde hartslag, alerte spieren en adrenaline. Van die opgefokte staat naar rust schakelen, is echt een enorme sprong. Maar van angst naar enthousiasme is juist slechts een ander etiket op hetzelfde gevoel. Je zenuwen hoeven niet weg, ze moeten alleen een andere naam krijgen.

5. De pose die door het ijs zakte

Dan het moment waarop ik zelf door het stof moet. Jarenlang liet ik coachees de TED-talk van Amy Cuddy kijken over de powerpose: 2 minuten breeduit staan, zou je testosteron met 20% verhogen en je zelfverzekerder maken. Die talk werd een van de meest bekeken ooit en ik vond het een prachtig en praktisch trucje.

Het onderliggende onderzoek uit 2010 telde 42 proefpersonen. Toen onderzoekers het in 2015 herhaalden met een flink grotere groep, vonden ze geen enkel hormonaal of gedragseffect. In 2016 volgde de genadeklap: Dana Carney (hoofdauteur van de originele studie), verklaarde publiekelijk dat ze zelf niet meer gelooft dat powerpose-effecten bestaan.

De powerpose is trouwens inmiddels een van de schoolvoorbeelden geworden van de zogenaamde ‘replicatiecrisis’ in de psychologie. Dat spectaculaire bevindingen uit kleine studies die verdampen zodra iemand ze zorgvuldig probeert te herhalen.

Wat trouwens wel overblijft is dat een open houding je subjectief iets krachtiger kan laten voelen en dat ook uitstralen. Doe hier vooral wat voor jou werkt als ritueel, maar de biologische transformatie die ik er jarenlang bij vertelde… die klopt dus niet.

de mythe van de powerpose

6. De teleprompter op je scherm

Volle slides laten zien dat je je huiswerk hebt gedaan en uitgebreid hebt voorbereid. Toch? Ik schrik er steeds weer van, bij hoeveel leiders deze gedachte nog steeds hardnekkig leeft. Het is misschien wel de duurste mythe van allemaal. Decennia aan onderzoek van Richard Mayer wijst consequent de andere kant op.

Zijn redundantieprincipe laat zien dat mensen beter leren van beeld plus gesproken woord dan van beeld plus gesproken woord plus diezelfde tekst op het scherm. Ons werkgeheugen kan simpelweg niet tegelijk lezen en luisteren. Elke volgetypte-slide dwingt je publiek te kiezen tussen jou en je scherm. Het scherm wint meestal.

Overigens hoor ik bij dit onderwerp vaak een verwante dooddoener: dat onze aandachtsspanne nog maar 8 seconden is. Dat is korter dan die van een goudvis. Ook die mythe kun je heel snel schrappen. De BBC traceerde het cijfer in 2017 naar een grafiek in een marketingrapport van Microsoft gebaseerd op een bron die de cijfers nooit kon onderbouwen.

Niemand heeft blijkbaar ooit de aandachtsspanne van een goudvis gemeten (tenminste, wat bekend is). Mensen kunnen zich prima 3 uur concentreren… kijk maar naar al die mensen die Lord of the Rings hebben gekeken. De vraag zou dus niet moeten zijn hoe kort je moet zijn… maar of je verhaal de aandacht verdient.

7. Geboren helden

Een mythe die ik ook stiekem te vaak terug hoor: goede sprekers worden geboren en jij hoort daar niet bij. Dit weerhoudt veel mensen van spreken in het openbaar, met alle gevolgen voor hun omgeving en carrière van dien. Ik heb de meest dyslextische studenten zien groeien naar een van de beste sprekers en executives met de zwaarste vormen van spreekangst naar een inspirerende leider die een zaal inpakt.

De wetenschap bevestigt hier ook echt wat ik in de praktijk zie. Dezelfde meta-analyse die ik eerder noemde analyseerde 30 onderzoeken met ruim 1350 deelnemers en vond dat je spreekangst prima kan voorkomen en verhelpen door er actief aan te werken.

Een van mijn favoriete voorbeelden hierin blijft investeerder Warren Buffett. Tot zijn twintigste kon hij naar eigen zeggen absoluut niet spreken in het openbaar. Alleen al de gedachte ernaar maakte hem fysiek ziek.

Hij werkte met de legendarische trainer/schrijver Dale Carnegie en kreeg van hem een certificaat. Een mooie anekdote uit een biografie van Buffert vertelt dat dat certificaat het belangrijkste diploma is dat hij bezit. Dus niet zijn universiteitsbul of andere finance opleiding.

De rode lijn

Als je deze 7 mythes trouwens naast elkaar legt, dan zie je dat ze allemaal uit dezelfde bron snoepen: de aanname dat presenteren draait om de indruk die jij maakt. Hoe je staat, hoe je klinkt, hoe zichtbaar je zenuwen zijn, etc. Maar de wetenschap, die wijst telkens de andere kant op.

Je publiek let veel minder op jou dan je denkt, vergeeft veel meer dan je vreest en heeft maar één echte behoefte: een helder verhaal dat de moeite waard is om naar te luisteren. Zodra je presenteren gaat zien als publieksontwerp in plaats van zelfpresentatie, dan vallen de meeste trucjes vanzelf weg.

Voor mij misschien wel de belangrijkste les: wetenschap beweegt. De powerpose was tien jaar geleden een baanbrekend inzicht en is nu een waarschuwing. Wie weet welk advies uit dit artikel over tien jaar sneuvelt.