Onderzoek van HiBob, het bedrijf achter Bob, het people platform dat organisaties helpt om zich aan te passen aan, en te slagen in het tijdperk van AI, toont de groeiende kloof tussen AI-ambitie en de werkelijke inzetbaarheid van het personeel. Organisaties schroeven hun verwachtingen op het gebied van AI sneller op dan hun investeringen in de ontwikkelingsmogelijkheden van medewerkers en systemen.
Het internationale AI-skills onderzoek van HiBob onder 1200 AI-beslissers uit zeven regio’s, waaraan ook 106 Nederlandse respondenten deelnamen laat zien dat AI-vaardigheden steeds meer meetellen bij personeelsbeslissingen, waaronder prestatiebeoordelingen, promoties, carrièrekansen en salaris. 79 procent van de respondenten zegt te investeren in het verbeteren van AI-vaardigheden van de eigen medewerkers, maar het aanbieden van concrete voorzieningen blijft achter. De meest genoemde voorziening, licenties voor functie-specifieke AI-tools met onboarding training, scoort slechts 28 procent. AI-workshops, prompt-bibliotheken, experimenteeromgevingen en afgesproken oefentijd halen elk rond de 25 procent.
De resultaten duiden op een fundamentele verschuiving in hoe organisaties talent beoordelen en belonen. AI-vaardigheid wordt niet langer als specialistische kennis gezien, maar als meewegende factor voor prestatiebeoordelingen, carrièrekansen, salaris en personeelsplanning. Bijna de helft van de respondenten (48 procent) heeft AI-vaardigheden al verankerd in prestatiebeoordelingen en promotiecriteria. Bij bijna een kwart van de respondenten (23 procent) raken AI-vaardigheden ook het salaris. 32 procent van de respondenten zou bijvoorbeeld vandaag al minstens 10 procent meer salaris betalen voor medewerkers met AI-vaardigheden op het gebied van automatisering en technische integratie. Slechts 8 procent van de respondenten zou niet meer salaris betalen voor medewerkers met AI-vaardigheden.
Tegelijkertijd hebben organisaties hun managers nog niet bijgeschoold, is er nog geen vaardighedenhuis ontwikkeld en ontbreken de carrièreontwikkelingspaden om die beslissingen consistent te ondersteunen. Zo ontstaat er een groeiende disbalans tussen wat organisaties verwachten en wat zij mogelijk maken. Werknemers worden aangespoord om AI-vaardigheden te ontwikkelen, maar vaak zonder structurele educatiemogelijkheden, terwijl managers vaak geen duidelijke richtlijnen meekrijgen over hoe AI-vaardigheden beoordeeld moeten worden.
Terwijl AI onderdeel wordt van personeelsmanagementprocessen is het een uitdaging voor organisatie om ook hun managers hierop voor te bereiden. Prestatiebeheer, carrièreontwikkeling, salarisplanning, competentieontwikkeling en talentmobiliteit hangen steeds meer af van in hoeverre managers AI-gerelateerde vaardigheden kunnen identificeren, beoordelen en ontwikkelen. Maar veel managers ontbreekt het aan de tools, de training en de kaders om dat consistent te kunnen doen.
De resultaten doen vermoeden dat bedrijven van AI-adoptie overgaan naar personeelstransformatie voordat ze het daarvoor benodigde fundament hebben gebouwd.
De druk gaat naar verwachting alleen maar toenemen. Driekwart (77 procent) van de respondenten verwacht dat de meeste niet-technische rollen in de organisatie binnen 24 maanden ten minste een gemiddeld AI-vaardigheidsniveau moeten hebben.
Ken Matos, Director of Market Insights bij HiBob licht toe: “Veel organisaties nemen stappen om AI-vaardigheden in prestatiebeoordelingen, promotiecriteria, salaris en carrièreontwikkeling op te nemen. Maar duurzame personeelstransformatie heeft meer om het lijf dan alleen prikkels inbouwen. Organisaties moeten de structuren opzetten om die beslissingen een stevig fundament te geven, denk aan het uitwerken van een op rollen gebaseerd vaardighedenhuis, het uitzetten van ontwikkelingspaden, het bepalen van betrouwbare beoordelingsmethodes en het faciliteren en trainen van managers. Zonder zo’n fundament riskeren bedrijven verwachtingen te creëren die medewerkers redelijkerwijs niet kunnen waarmaken.”
Matos besluit: “De organisaties die simpelweg nieuwe vaardigheden vragen zullen niet degene zijn die het meeste voordeel uit AI halen. Dat zullen namelijk de organisaties zijn die de systemen, processen en managementvaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om dergelijke vaardigheden op grote schaal te kunnen identificeren, ontwikkelen en inzetten. Zonder een dergelijk fundament zou AI wel eens eerder een bron van onenigheid op de werkvloer kunnen worden dan een concurrentievoordeel.”
Over het onderzoek
Het AI-vaardigheden onderzoek van HiBob werd in samenwerking met Censuswide uitgevoerd onder 1200 AI beslissers in de periode van 3 februari tot 12 maart 2026. De respondenten werkten bij organisaties met 50 tot 5000 werknemers in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de DACH-regio, Australië en Nieuw-Zeeland, de Nordics, en de Benelux, bekleedden een middelmanagementpositie of hoger en waren persoonlijk betrokken bij beslissingen over AI. De sample-grootte voor Nederland was 106 respondenten.
Dit bericht is geplaatst op ons open Business channel en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.