Nederlandse bedrijven halen steeds vaker concrete resultaten uit kunstmatige intelligentie (AI). Inmiddels ziet 82 procent van de bestuurders en topmanagers dat AI leidt tot omzetgroei, hogere productiviteit, kostenbesparing of betere besluitvorming. Daarmee loopt Nederland voor op het wereldwijde gemiddelde van 76 procent. Die sterke stijging is opvallend: in het eerste kwartaal van 2026opens in a new tab lag dit aandeel nog op 58 procent en bleef Nederland achter op andere landen. Dat blijkt uit de tweede editie van de Global Quarterly AI Pulse van KPMG, een onderzoek onder ruim 2.100 bestuurders en topmanagers in twintig landen.
“Begin dit jaar zagen we veel organisaties die investeerden zonder direct resultaat. Nu zien we een duidelijke omslag,” zegt Alexandra van der Tuin, verantwoordelijk voor AI bij KPMG Nederland. “Die versnelling komt door de stap van experiment naar toepassing in de praktijk. AI wordt niet langer los getest, maar gebruikt in processen en dagelijks werk.”
Investeringen blijven hoog, vertrouwen groeit
AI blijft nog altijd hoog op de bestuursagenda staan. 81 procent van de Nederlandse organisaties ziet investeren in AI als topprioriteit, ook bij economische onzekerheid. Bovendien groeit het vertrouwen: het aandeel organisaties dat vertrouwen heeft in een toekomstbestendige AI-strategie steeg van 72 naar 81 procent.
Ook op het gebied van risicobeheersing blijft Nederland sterk. 77 procent geeft aan dat governance en capaciteiten om AI‑risico’s te beheersen op orde zijn, boven het wereldwijde gemiddelde.
AI steeds vaker onderdeel van dagelijkse werkzaamheden
De sterke stijging laat zien dat steeds meer organisaties het punt bereiken waarop AI onderdeel is van het dagelijks werk. Wereldwijd steeg het aandeel organisaties dat dit stadium bereikt naar 22 procent, tegen 13 procent een kwartaal eerder – de grootste verschuiving op de wereldwijde volwassenheidscurve dit kwartaal.
Ook Nederlandse organisaties gaan een volgende fase in. Waar de aandacht eerder lag op experimenteren met nieuwe technologie, ligt die nu vaker bij implementatie en adoptie. De druk neemt daarbij toe om investeringen concreet te onderbouwen.
Mensenwerk
De rol van medewerkers wordt steeds belangrijker. Acht op de tien Nederlandse organisaties geven aan dat medewerkers die AI effectief gebruiken beter presteren dan collega’s die dat minder doen. Daarnaast verwacht 82 procent dat AI‑vaardigheden bepalender worden en dat functies veranderen voor medewerkers die dit niet ontwikkelen.
Organisaties werken ook steeds vaker met een geïntegreerde human-AI workforce, een personeelsbestand waarbij mens en AI gezamenlijk taken uitvoeren. 73 procent van de organisaties zegt hier vooruitgang in te boeken, een duidelijke stijging ten opzichte van vorig kwartaal (57 procent). Daarmee verschuift de vraag van wat AI kan, naar hoe organisaties hun werk inrichten rond samenwerking tussen mens en technologie.
“Succes met AI draait steeds meer om de mens en om hoe organisaties mensen meenemen in de technologie,” zegt Van der Tuin. “Bedrijven die investeren in vaardigheden en adoptie, halen er ook meer waarde uit. Hoe geavanceerd AI ook wordt, het blijft mensenwerk.”
Meer focus op sturing en kosten van AI
Meer inzet van AI vraagt om betere controle op de kosten. Steeds vaker betalen organisaties voor wat ze daadwerkelijk gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld afhangen van hoe vaak AI wordt ingezet, hoe uitgebreid de prompts zijn en hoeveel data wordt verwerkt – ook wel tokenconsumptie. Bedrijven die hun AI‑gebruik en bijbehorende kosten goed monitoren, rapporteren vaker aantoonbare opbrengsten uit hun investering.
Het volledige rapport Global Quarterly AI Pulse Q2 2026 is beschikbaar via www.kpmg.com/aipulse.
Dit bericht is geplaatst op ons open Business channel en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.