Onlangs las ik bij één van mijn opdrachtgevers een artikel over ICT in het onderwijs. In dit artikel werd ingegaan op de mogelijkheden van een aantal tools zoals Second Life, de iPhone, de iPad en Twitter. Uiteindelijk kwam men tot de conclusie dat klassikaal onderwijs voorlopig de belangrijkste vorm van onderwijs zal blijven. Ik was verbaasd over hoe deze conclusie tot stand kwam. Er werd alleen gekeken naar een aantal tools en er was weinig aandacht voor vakinhoud en didactische kennis.
Binnen dit artikel beschrijf ik een andere benadering. Binnen deze benadering staan de tools niet centraal, maar de interactie van technologie, vakinhoud en didactiek. De docent staat hierbij centraal.
De laatste twee decennia is er veel geïnvesteerd in hardware en infrastructuren binnen het onderwijs. Deze investeringen kan je het beste karakteriseren als de ‘technologische push’. Bij de technologische push wordt de aanwezigheid van ICT gezien als eerste stap tot gebruik van ICT. Analyse van dit soort projecten leert dat de verwachte overdraagbaarheid in de praktijk zelden voorkomt (Kozma 2003). De technologische push heeft er niet voor gezorgd dat onderwijzers collectief met ICT aan de slag gaan.
Voor het realiseren van duurzame veranderingen voor kwaliteitsverbetering van onderwijs door ICT levert de onderwijskundige pull meer op dan de technologische push. (Kozma 2003, Venezky en Davis, 2002). Kenmerkend voor de onderwijskundige pull is bijdragen aan het oplossen van een gedefinieerd onderwijsprobleem.
De onderwijsontwikkelaars en opleiders zorgen voor een succesvolle integratie van ICT in het onderwijs. Welke kennis hebben onderwijsontwikkelaars en opleiders hiervoor nodig? Het TPACK-model geeft een duidelijk antwoord.
Het TPACK model
Kennis over de interactie tussen leerinhoud, didactiek en technologie zijn de basis onderdelen van het TPACK model. De bedenkers van het TPACK model (Matthew J. Koehler en Punya Mishra) geven verder aan dat ICT binnen het onderwijs op verschillende manieren kan worden gebruikt, snel aan verandering onderhevig is en allesbehalve transparant is voor de eindgebruiker.
Opleiders hebben hier duidelijk moeite mee. Ze zijn nu vooral gewend aan methodes die een aantal jaren meegaan. Door de komst van nieuwe technologieën wordt hun vak dynamischer en is de integratie van ICT afhankelijk van het les onderwerp en de context waarin les wordt gegeven. Het TPACK model beschrijft de volgende onderdelen:
- Content Knowledge: kennis van een bepaald vakgebied.
- Pedagogical Knowledge: kennis van didactiek.
- Pedagogical Content Knowledge: didactiek van een bepaald vakgebied.
- Technology Knowledge: kennis van technologie.
- Technological Content Knowledge: o.a. de impact van technologie op een bepaald vakgebied.
- Technological Pedagogical Knowledge: hoe doceren en leren kunnen veranderen als je bepaalde technologieën op een specifieke manier gebruikt.
Hoe kan je TPACK in de praktijk gebruiken?
Uit dit artikel komt o.a. naar voren dat ICT het onderwijs kan verbeteren, de onderwijskundige pull speelt daarbij een belangrijke rol. Het TPACK model kan daarnaast helpen inzicht te geven welke invloeden technologie heeft op vakgebied van de opleider. De werkgever heeft hierbij een belangrijke rol.
Het is verstandig dat de werkgever randvoorwaarden biedt in de vorm van:
- Expertise groepen; delen van kennis binnen de diverse onderdelen van het TPACK model
(Bijv. expertise groep “Wiskunde & ICT” of “online video & onderwijs”) - Het vastleggen en publiceren van ervaringsverhalen en “best practices”
- Het aanbieden van literatuur (vaktijdschriften, onderzoeken etc.)
- Het aanbieden van trainingen en opleiding
Daarnaast zijn er ook initiatieven van opleiders, onderwijskundigen en onderwijs gerelateerde organisaties nodig. Ik wil zelf daar ook een steentje aan bijdrage.
Dit jaar open ik een website (www.tpack.nl) met een uitgebreide uitleg over het TPACK model. Binnen deze website wil ik opleiders de mogelijkheid bieden hun “best practices” te delen met andere opleiders. Ik zoek nog een aantal mensen die dit intitiatief met mij willen gaan opstarten.
Bronnen:
- Jaarboek ICT en samenleving 2006: De digitale generatie
- Wiki TPACK
- Weblog Wilfred Rubens












[...] Onderwijs 2.0 heeft docent 2.0 nodig | Frankwatching. [...]
Onderwijs2.0 heeft docent2.0 nodig? De tools staan niet centraal, maar de interactie van technologie, vakinhoud en didactiek en dus de docent? Sorry maar hier ben ik het absoluut niet mee eens. Het startpunt is totaal verkeerd. Er is eerst onderwijsvisie nodig en dan komt pas de techniek. Wat willen we nu bereiken en dan kijken we welke middelen we nodig hebben en hoe deze interacteren. Onderwijs2.0 is geen doel op zich!
@Marcel,
Je schrijft: “Er is eerst onderwijsvisie nodig en dan komt pas de techniek”. Natuurlijk heb je hier gelijk in. Ik schrijf: “Door de komst van nieuwe technologieën wordt hun vak dynamischer en is de integratie van ICT afhankelijk van het les onderwerp en de context waarin les wordt gegeven”. Die context wordt mede bepaald door de visie van een onderwijsinstelling. Daarna geeft TPACK inzicht in de vaardigheden die een docent/trainer nodig heeft om de gekozen technieken te implementeren in zijn werk.
@mark laten scholen aub eerst een onderwijsvisie ontwikkelen alvorens we digiborden de school binnen brengen en geen idee hebben wat er mee moet gebeuren. Think before you act!
@Marcel. Ook weer helemaal mee eens. Dat zegt mijn artikel in principe ook. Verdiep je anders eens in http://www.tpack.org voor achtergrond informatie.
@Mark: goed initiatief..ik bied je dan ook graag een gesponsorde branded-plaza aan op mindz.com
2.0??????? Volgens mij kunnen we ons beter richten op educatie 3.0. http://tiny.cc/Se2lt
Hoi Mark,
Leuke bijdrage. Ook de commentaren kloppen natuurlijk: pedagogiek en didactiek moeten prioriteit krijgen boven technologie. Idealiter ontwikkel je best eerst een onderwijsvisie (of moet dit leervisie zijn), dan een curriculumontwerp, daarna per thema/onderwerp/vak een didactisch ontwerp, met inbegrip van het technologische kader.
In de praktijk werkt het natuurlijk vaak niet zo. (a) Een onderwijsvisie is niet altijd geëxpliciteerd of helemaal doorleefd in een school: er is altijd een discrepantie tussen visie en praktijk. (b) Men heeft niet de mogelijkheid om – als er zich nieuwe technologie aandient – eerst te reflecteren over de mogelijke aansluiting van die nieuwe technologie bij de onderwijsvisie van de school. (c) Soms moet je eerst even geëxperimenteerd hebben met technologie om eventuele meerwaarde te ontdekken, enzovoort enzovoort.
Pedagogische en technologische ontwikkeling gaan best hand in hand, en daarvoor biedt het model dat Mark beschrijft natuurlijk best een mooi kader. Je moet er wel bij bedenken dat de praktijk anders is, en best een kijkje nemen in de literatuur over de implementatie van innovaties, waarbij visievorming en praktijk hand in hand gaan.
@sander: laten we eerst 2.0 succesvol maken :) Jouw 3.0 ligt nog mijlen ver weg (eigen ervaring)
@Steven Verjans: dank voor het uitgebreide commentaar. Ik heb vooral veel projecten binnen het onderwijs zien mislukken door niet meewerkende docenten (hakken in de zand). Inhoudelijke kennis van de TPACK onderdelen geeft mij de mogelijkheid een onderwijsvisie te vormen en te vertalen in daden van docenten en/of trainers. Ik ben er inderdaad helemaal mee eens dat er meer bij komt kijken dan alleen het TPACK model. Zie ook op mijn blog http://www.marktimmermans.nl.
Over de rol van docenten – en hun psychologische profielen – heeft Wilfred Rubens enkele jaren geleden een aardige bijdrage geschreven:
http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2007/12/winnie-de-poeh.html
Mijlen ver weg? Ik heb er iedere dag op mijn werk mee te maken en is qua afstand minder dan tien kilometer. Educatie 3.0 is al lang al in werking.
We zien bij Symbaloo dat onze tool uitermate handig blijkt te zijn voor scholen. Het werkt erg goed icm een digibord en er zijn zelfs scholen die Symbaloo inzetten om hun huiswerk in te leveren.
Een voorbeeld is http://www.digibordmenu.nl (redirect naar de juiste Symbaloo pagina). Deze pagina is al bijna 60.000 keer toegevoegd, daar zitten welliswaar wat dubbele gebruikers bij maar toch een indrukwekkend aantal.
Ook in Amerika zijn er al scholen die Symbaloo inzetten, zie een artikel op ons blog: http://blog.symbaloo.com/uncategorized/symbaloo-mixes-your-new-ple-platform/
(excuses voor de ongegeneerde promotie over Symbaloo, maar vind het hier wel relevant)
Ik hoop dat mijn invalshoek tot nadenken stemt en ook een zinvolle bijdrage levert aan de discussie.
Mijns inziens hoort er maar 1 groep centraal te staan en dat is de lerende. De lerende moet in staat gesteld worden om zo optimaal te kunnen leren. Alle andere zaken horen daar aan ondergeschikt te zijn. Dat betekent dus dat er een visie op onderwijs ontwikkeld moet worden. Zonder visie geen richting. Daar zijn we aanbeland bij het allergrootste probleem: “hoe ontwikkel je visie op een toekomst die we niet kennen”. Het is niet meer zo simpel als “vroeger”. Wat leerlingen (het gaat hier om onderwijs) moeten leren dat is nog niet zo eenvoudig te bepalen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo. Kinderen die nu geboren worden moeten worden opgeleid voor een toekomst die we niet kennen – voor banen waarvan we nu nog niet eens weten wat die zullen zijn.
Technologie (internet) maakt echter wel dat informatie en kennis als nooit tevoren rijkelijk beschikbaar en toegankelijk is. Het hebben van een internet verbinding is bijna een primaire levensbehoefte geworden. Het hebben van een internet verbinding is een randvoorwaarde voor zelfontplooiing. Ik pleit voor kosteloos draadloos internet toegang in heel Nederland, voor mijn part gefinancierd vanuit het onderwijsbudget van de overheid. Dat is de allerbeste investering die we met zijn allen (belastingbetalers) kunnen doen. Bij deze een dringende oproep aan onze overheid !!
Een aantal dingen weten we wel zeker:
a. minder leerkrachten beschikbaar in de toekomst
we krijgen een probleem omdat er in de toekomst minder mensen in het onderwijs werkzaam zullen zijn (vergrijzing); er zullen dus minder leerkrachten per kind beschikbaar zijn dan nu. Er is maar 1 manier om in de toenemende werkdruk verlichting te brengen en dat is door slimme toepassing van ICT
b. ICT kan de werkdruk verlichten
computers zijn vooral goed in kennisoverdracht (het platte leren); laten we ze daar dan vooral voor inzetten. Kinderen leren van de computer en de leerkracht/docent coacht en vormt de leerling (mediawijsheid, samenwerken, emotioneel-mentaal enz.)
c. – leren kun je op twee manieren: formeel en informeel. Formeel is alle cursorisch onderwijs, frontaal onderwijs (dus in de klas, uit een boek, een e-learning programma, een cursus enz.). Informeel leren is leren van elkaar. Uit heel veel onderzoek blijkt dat mensen voor meer dan 80% informeel leren. En toch gaat de meeste aandacht en energie naar die 20%. Gelukkig wordt er steeds meer nagedacht over vormen van informeel leren waarbij verworvenheden van web2.0 technologie worden ingezet. Maar het zijn de ICT coördinatoren die er vanwege hun affiniteit met techniek en hun doorzettingsvermogen in slagen om al die toepassingen aan elkaar te knopen en er zelfs aardige resultaten mee te boeken. Maar dit gaat voor 95% van de leerkrachten/docenten in het onderwijs echt niet werken. Die snappen het gewoon niet. En ze hoeven het ook niet te snappen, het zijn leerkrachten, geen ICT mensen.
d. technologie is moeilijk ( ! ? )
Het uitroepteken: als mensen technologie zo noemen, dan ervaren ze dat als moeilijk. En ze hebben nog gelijk ook.
Het vraagteken: ICT is in de meeste gevallen nodeloos complex. ICT-coordinatoren of mensen zoals ik (25 jaar in de ICT) zijn geneigd dit te relativeren. Maar is dat wel fair? Feit is: er wordt te weinig aandacht besteed aan gebruiksvriendelijkheid van software waardoor het de mensen die ermee moeten werken onnodig moeilijk wordt gemaakt. Weerstand tegen ICT (@mark hakken in het zand) is daarom volslagen begrijpelijk.
Ik zie halsreikend uit naar de komst van de iPad, het eerste bruikbare apparaat voor het onderwijs dat serieuze kanshebber is om de kloof tussen techniek en gebruiker te slechten. Het is een soort magnetron onder de computers.
Hierover blogde ik al uitgebreid, zie: http://educatienet.wordpress.com/2010/02/10/de-ipad-is-geen-computer-het-is-een-revolutie/
e. volgorde is cruciaal, eerst tijdbesparing, dan vrijgekomen tijd invullen
Ik begrijp helemaal niets van digiborden/smartboards in het onderwijs. Er worden verkeerde prioriteiten te stellen. Een digibord is een vervanging van het zware bord met schoolkrijt. Wellicht dat de leerling les via een digibord als prettig ervaart en misschien is het zelfs beter – daar wil ik vanaf zijn. Maar de weerstand is volkomen begrijpelijk. Een digibord levert voor een toch al drukke leerkracht alleen maar een taakverzwaring (techniek leren, lessen leren gebruiken, uitzoekwerk, geworstel met techniek enz.) en levert hem helemaal geen voordeel op in termen van tijd. Vind je het gek dat de hakken in het zand gaan?
De volgorde is verkeerd. Een juiste volgorde is: eerst zorgen voor taakontlasting door slimme automatisering en pas DAARNA de vrijgekomen tijd zinvol opnieuw invullen. Andersom gaat niet werken.
Hartelijke groet
Frans Maassen (EducatieNET)
Even een vraag voor iedereen: Hoe kan je visie vormen zonder kennis (knowledge)?
Als we nou eens streven naar meer balans tussen formeel en informeel leren? Goede kans dat leren leuker wordt.
Beste docenten: Benut Web 2.0 met al zijn mogelijkheden, dit is een kans om aan te sluiten bij de belevingswereld van de lerenden.
E-learning kan een goede bijdrage leveren aan het informeel leren, zet veel communicatie en samenwerkingstools in. Laat lerenden doen, daag ze uit tot produceren. Hoera voor het sociale constructivisme.
Mijn missie is om docenten web2.0 minded te krijgen, de term ICT wil ik eigenlijk ook niet meer horen, dat wekt alleen maar weerstand op. “We hebben toch een ICTcoordinator?.. Nee, beste docenten kom over die drempel, niks ICT, gewoon via internet, gewoon achter je PC gaan zitten,ga surfen op het internet. Ik nodig alle docneten uit voor een gratis websnorkel-cursus.
There is so much to discover.
Op http://www.innovatieprofessionals.nl/2010/03/18/kip-of-het-ei-vakkennis-of-visie/ heb ik een vervolg artikel geplaatst over visie en/of inhoudelijke kennis. Er staat ook een poll bij. Ik ben benieuwd naar jullie mening.
Groeten,
Mark
@mark
Mark stelt de vraag: “Even een vraag voor iedereen: Hoe kan je visie vormen zonder kennis (knowledge)?”
Mijn reactie is:
Visie ontwikkelen gaat het best met zo weinig mogelijk kennis. Visie gaat over verbeeldingskracht. Het gaat over de vraag “kun je je voorstellen hoe een ideale wereld er uit ziet” (gerelateerd aan onderwijs dan).
Mijn ideale (onderwijs) wereld is een wereld waar ik van iedereen kan leren, de hele dag door, non-stop. Daar heb ik echt geen leerkracht voor/bij nodig. Of anders gesteld: iedereen die ik ontmoet is mijn leermeester. Dat werkt bij kinderen net zo. Het is wel handig als er mensen zijn die kinderen behulpzaam zijn bij het leren en het leerproces enigszins sturen. De leerkracht hoeft alleen maar te weten in welke richting hij moet sturen (visie). Als daar consensus over is, dan kun je je buigen over de vraag: “hoe organiseer ik dat en welke hulpmiddelen heb ik daarbij nodig”. Daar heeft een leerkracht geen ICT kennis voor nodig. Die kennis huur je gewoon in. Zo gaat dat in het bedrijfsleven ook. Een ondernemer heeft het plan om een “winkel op het internet” te beginnen en huurt een ICT-er in om dat mogelijk te maken. Natuurlijk zal hij daarbij en-passant iets leren over ICT.
Een ondernemer die zich eerst volledig gaat verdiepen in ICT zal onnodig focus verliezen en wordt daardoor minder succesvol. Hij laat zijn visie teveel beïnvloeden door de mogelijkheden en onmogelijkheden van de technologie. Het resultaat is dan vaak “halfbakken” of op zijn minst “suboptimaal”. Een leerkracht die vanuit mogelijkheden/onmogelijkheden van de ICT denkt belemmert zichzelf in zijn eigen verbeeldingskracht. Want met ICT is het zo: wat vandaag nog niet kan kan morgen wel.
Leerkrachten: hoe wil je je onderwijs inrichten? Laat het me weten, wij maken de tools wel voor je. Zoals jij het wilt hebben… en we maken ze net zo simpel als een magnetron.
Ik kan me voorstellen dat een docent/een groep docenten juist heel graag wil weten hoe die ict-middelen in elkaar steken. Dat is echter moeilijk, omdat er steeds elementen verdwijnen en verschijnen. Het lijkt mij dat er in samenspraak met docenten in een team wordt bekeken welke technologische elementen ze gaan beoordelen op waarde voor bijvoorbeeld instructie en toetsing. Wat vooral belangrijk in dat proces, naar mijn idee, is dat de verandersnelheid van de technologie wat wordt gedempt op micro-niveau: laat de ontwikkelingen even voor wat ze zijn en gebruik enkele tools die al enige tijd circuleren.
groet,
Nils Siemens