AI is ingeburgerd op de werkvloer, de begeleiding blijft achter [onderzoek]
AI is niet meer weg te denken uit het dagelijks leven en veel organisaties ontdekken steeds meer de mogelijkheden van AI. Onderzoeksbureau Newcom onderzocht in juli 2026 onder 3.122 Nederlanders van 18 tot 65 jaar hoeveel (werkende) Nederlanders gebruik maken van AI-tools. De AI-monitor brengt de ontwikkeling van AI-gebruik in Nederland in kaart. En die ontwikkeling gaat niet overal even snel.
De AI Monitor 2026, uitgevoerd door Newcom.nl, laat zien hoe het gebruik van AI zich ontwikkelt, waarvoor Nederlanders AI inzetten en in hoeverre organisaties meegroeien met deze nieuwe werkpraktijk. Dit is de vijfde meting sinds 2024.

Inmiddels gebruiken 8,6 miljoen Nederlanders AI-tools in het dagelijks leven en 5,2 miljoen gebruiken AI-tools op het werk. Vooral het intensieve gebruik groeit snel: 3,4 miljoen Nederlanders gebruiken AI-tools bijna dagelijks. Daarmee is AI in Nederland definitief voorbij de experimenteerfase.
Vaste werkroutine
AI is voor 57% van de werknemers onderdeel geworden van de vaste werkroutine. Bij jou ook al? Daarbij zegt 47% dat AI-tools de werkzaamheden makkelijker maken. En het levert ook tijdswinst op: 19% van de gebruikers zegt meer dan drie uur per week te besparen met AI.
64% van de werknemers voelt zich eindverantwoordelijk voor AI-output, maar slechts 59% controleert de feiten en maar 34% verwijdert gevoelige informatie. Dat is best weinig vind ik. Werknemers voelen zich dus verantwoordelijk voor AI-output, maar handelen daar niet altijd even zorgvuldig naar.
Waar wordt AI dan vooral voor gebruikt? Op het werk zijn informatie zoeken, teksten verbeteren en nieuwe teksten maken de belangrijkste toepassingen. Ook vertalen, grammatica- en spellingscontrole en AI als sparringpartner komen veel voor.
AI is daarmee voor veel werknemers geen losse tool meer, maar onderdeel van hoe ze hun werk uitvoeren.
De werknemer loopt voor op de organisatie
Tegenover die snelle adoptie staat opvallend weinig begeleiding vanuit organisaties.
Slechts 29% van de AI-gebruikers op het werk heeft een training of instructie gekregen. Bij 47% is geen training beschikbaar.
Ook rond regels is er een duidelijke kloof. 42% zegt dat er binnen de organisatie regels bestaan voor AI-gebruik. Begin 2026 was dat volgens de monitor nog 57%. Dat betekent niet automatisch dat organisaties daadwerkelijk regels hebben afgeschaft, maar wel dat minder werknemers aangeven dat er duidelijke AI-regels zijn.
Daarmee ontstaat een opvallende situatie: werknemers gebruiken AI steeds structureler, terwijl de formele kaders en ondersteuning daar niet in hetzelfde tempo in meegroeien.
De centrale vraag is niet langer óf werknemers AI gebruiken, maar hoe organisaties ervoor zorgen dat dit gebruik verantwoord en veilig gebeurt. Daarmee ontstaat een nieuwe fase in de ontwikkeling van AI, aldus Newcom.
Neil van der Veer (Newcom) stelt:
Werknemers hebben AI inmiddels zelf onderdeel gemaakt van hun dagelijkse werk. Organisaties staan nu voor de volgende stap: zorgen voor duidelijke kaders, vaardigheden en ondersteuning. De uitdaging verschuift van adoptie naar professionalisering.
Verantwoordelijkheid ligt nog vaak bij de werknemer
Die beperkte begeleiding vanuit de organisatie is niet zonder risico. 64% van de AI-gebruikers voelt zich eindverantwoordelijk voor het resultaat of antwoord dat AI oplevert.
Tegelijkertijd controleert 59% de feiten en verwijdert slechts 34% gevoelige informatie voordat die in een AI-tool wordt ingevoerd.
Verantwoord AI-gebruik lijkt daarmee nog sterk afhankelijk van het individuele oordeel van medewerkers.
Interessant is dat training hier verschil lijkt te maken. De monitor laat een verband zien tussen het krijgen van training en zorgvuldiger omgaan met AI-output. Medewerkers die training hebben gehad, passen bijvoorbeeld vaker de output aan en controleren vaker feiten.
Dat maakt training meer dan een manier om werknemers kennis te laten maken met AI. Het kan ook een middel zijn om gewenst gedrag rond AI te stimuleren.
Verschil per sector
Hoe organisaties met AI omgaan, verschilt bovendien sterk per sector.
In de gezondheidszorg zegt 8% dat AI actief wordt aangemoedigd en heeft 18% training of instructie gekregen. Bij de overheid zegt slechts 15% dat er AI-regels zijn, tegenover 42% gemiddeld. Tegelijkertijd heeft in die sector 38% training of instructie gekregen.
Dat laat zien dat ‘AI-beleid’ uit verschillende onderdelen bestaat. Een organisatie kan werknemers bijvoorbeeld wel trainen, maar nog geen duidelijke regels hebben. Of AI-gebruik toestaan zonder medewerkers actief te ondersteunen.
Verschil per generatie
Ook tussen generaties zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Jongeren beginnen veel vaker bij een AI-tool wanneer ze informatie zoeken. Van Gen Z doet 31% dat, tegenover 12% van de babyboomers. Bij babyboomers begint 82% juist bij een traditionele zoekmachine.
Tegelijkertijd blijken Gen Z’ers AI-output minder vaak te controleren en inhoudelijk aan te passen dan oudere generaties. Dat maakt digitale vaardigheid niet alleen een kwestie van weten hoe je AI gebruikt, maar ook van weten wanneer je de uitkomst kritisch moet beoordelen.
Gebruik wordt persoonlijker
Niet alleen op het werk groeit het AI-gebruik: het totaal aantal gebruikers van AI nam toe van 3,9 miljoen in 2024 naar 8,6 miljoen in 2026. Op het werk ging het van 2,8 miljoen naar 5,2 miljoen in dezelfde periode.
AI wordt in het dagelijks leven door de meeste deelnemers vooral gebruikt voor het zoeken naar informatie, praktische vragen en hulp bij schrijven. Ook wordt AI veel gebruikt voor het maken of bewerken van afbeeldingen (27%), of voor het plannen van reizen of activiteiten (21%).
Ook wordt het gebruik steeds persoonlijker. Bijna de helft van de gebruikers zette AI ook in voor emotionele of persoonlijke ondersteuning. Denk aan stress, twijfel of relatievragen. 16% zette AI in voor persoonlijke keuzes. Daarnaast heeft 32% (zeer) veel vertrouwen in AI en vertrouwt 44% op de juistheid van AI-antwoorden.
Dat is interessant, omdat het laat zien dat AI niet alleen een productiviteitstool wordt. Mensen schuiven AI steeds meer op richting adviseur, zoekmachine en gesprekspartner.
ChatGPT is de meest gebruikte tool: 56% noemt ChatGPT als belangrijkste tool in het dagelijks leven en 43% op het werk.
Wat betekent dit voor organisaties?
De cijfers laten vooral zien dat de fase van experimenteren voorbij is. Werknemers hebben AI al geïntegreerd in hun werk. De volgende stap ligt daarom niet primair in méér AI-tools beschikbaar stellen, maar in het organiseren van verantwoord en effectief gebruik.
Drie zaken worden daarbij belangrijk:
- Van toestemming naar duidelijke kaders. Maak duidelijk welke tools medewerkers mogen gebruiken, welke informatie ze wel en niet mogen invoeren en wie verantwoordelijk is voor de output.
- Van tooltraining naar AI-vaardigheid. Leer medewerkers niet alleen hoe een tool werkt, maar ook hoe ze feiten controleren, gevoelige informatie herkennen en AI-output beoordelen en verbeteren.
- Van adoptie naar professionalisering. We gebruiken AI al. De uitdaging is nu om dat gebruik onderdeel te maken van processen, beleid en professionele vaardigheden.
De opvallendste conclusie uit de AI-Monitor 2026 is naar mijn mening misschien niet hoeveel Nederlanders AI gebruiken, maar hoe groot het verschil inmiddels is tussen wat werknemers al doen en wat organisaties daaromheen hebben geregeld. Wat is het AI-beleid van jouw organisatie?


