Twitter: een einde aan de 140 tekens? Dit zijn de feiten

Ophef op Twitter: het sociale medium zou de bekende limiet van 140 karakters verhogen tot liefst 10.000 tekens. Dat bericht verspreidde zich direct als een lopend vuurtje over het sociale medium. Hierin schuilt de nodige ironie, want het is niet waar, en de belangrijkste oorzaak voor het misverstand is tegelijk een sterk argument vóór het plan. Sterker: het zou verdorie eens tijd worden.

Eerst de feiten, voor zover bekend. De Amerikaanse tech-nieuwssite Re/code bericht dat Twitter van plan zou zijn om afscheid te nemen van het bekende maximumaantal van 140 tekens per statusupdate. Verderop in het artikel wordt echter uitgelegd dat het iets anders zit:

Twitter is currently testing a version of the product in which tweets appear the same way they do now, displaying just 140 characters, with some kind of call to action that there is more content you can’t see. Clicking on the tweets would then expand them to reveal more content.

Dat is andere koek.

De gebruikerservaring blijft hetzelfde – of wordt beter

Een eerste belangrijke conclusie is dat een standaardtweet nog altijd maximaal 140 tekens zal blijven tellen; wil je een langer verhaal schrijven, dan wordt dat een afzonderlijk stuk content waarvoor je op een linkje moet klikken om het te lezen.

Dit is niet bepaald een fundamentele verandering ten opzichte van de huidige gebruikerservaring van Twitter. Klikken op linkjes om een langer verhaal te lezen is immers niet nieuw – het verschil is dat je daarvoor nú eerst nog ergens een blogpost moet publiceren, om vervolgens het internetadres van dat artikel in een Tweet te plakken. Dat is logisch en prima voor een uitgebreide blogpost op, pak ‘m beet, Frankwatching.com, maar gewoon omslachtig als je midden in een Twitterdiscussie zit en even een wat langer verhaal wil vertellen.

Het probleem met externe links

Daar komt bij dat gebruikers van Twitter (of Facebook, of LinkedIn) meestal niet zoveel zin hebben om externe websites te bezoeken. Doorgaans moet je minstens 5 tot 10 seconden wachten tot een pagina wordt geladen, die als het tegen zit, niet lekker leest op mobiel en als je meer pech hebt, wordt overladen met advertenties, verborgen zit achter cookiemeldingen en nieuwsbrief-optin-formulieren of domweg volledig geblokkeerd wordt door een paywall, om nog maar te zwijgen van de advertentie-trackers die direct je persoonlijke profiel in 785 verschillende marketingdatabases proppen.

Meer interactie

Niet zo gek dus dat content die je op Twitter zelf plaatst tot veel meer interactie leidt. Dus wordt de 140-karakter-limiet nu al via diverse wegen omzeild door afbeeldingen met lappen tekst erin te plaatsen, tweetstorms te publiceren (met gekunstelde volgnummers: 1/23, 2/23, 3/23, enzovoorts) of door heel vaak op jezelf te replyen, zodat je een serie tweets als een ‘draadje’ kunt bekijken. Dat ‘draadje’ zorgt ervoor dat Twitter reacties op een tweet onder dat bericht weergeeft als je de detail-weergave van een Twitterbericht opent, zodat je een tweet inclusief reacties (waaronder die van jezelf) kunt lezen.

Volgt u het nog? Hell, zelfs Twitter-opperhoofd @jack zelf licht zijn plannen toe door een lap tekst in een afbeelding te photoshoppen om die als foto te delen:

Dat slaat natuurlijk he-le-maal nergens op. Ook niet vanuit het oogpunt van SEO, usability, indexering, archivering of toegankelijkheid, om maar een paar dwarsstraten in te slaan.

Facebook en LinkedIn doen het ook

Los van dat alles is het in het belang van Twitter om te zorgen dat er meer ‘native content’ wordt geplaatst op Twitter: het platform wordt waardevoller naarmate gebruikers content direct op Twitter plaatsen in plaats van op externe sites, waar Google of andere advertentienetwerken er geld aan kunnen verdienen. Twitter maar ook LinkedIn, Facebook, Medium, YouTube en alle andere platforms willen ‘walled gardens’ zijn die jouw content in eigendom hebben.

Tot voor kort moest je zelf een website regelen als je ergens een langere lap tekst wilde publiceren, zeker als die een beetje mooi moest worden opgemaakt. Idealiter doe je dat op een plek waar toch al relevant publiek komt – daaraan ontlenen ook groepsblogs als Frankwatching hun bestaansrecht, net als Medium.

Content in eigen huis houden

Sociale media-platforms houden de content (en adverteerders…) liever in eigen huis, dus kwam Facebook vorig jaar met een vernieuwde versie van Facebook notes en introduceerde LinkedIn voor langere verhalen ‘Posts’ – met de aantrekkelijke bonus dat al je contacten een notificatie krijgen zodra je een nieuw verhaal hebt gepubliceerd. En het moet gezegd: het werkt uitstekend.

Maar moeten we dat nou wel willen met z’n allen?

Dit alles is natuurlijk niet zonder meer wenselijk. Om te beginnen is het ondoenlijk om je verhalen op 10 verschillende plekken te publiceren. Het aardige van het goeie ouwe wereldwijde web is dat je zelf eigenaar bent van je eigen content, die door zoekmachines wordt geïndexeerd en toegankelijk wordt gemaakt, en die je van overal kunt linken.

Er zijn dan ook krachten die zorgen voor een gezonde mate van tegenwicht. Om te beginnen uiteraard Google, dat met lede ogen aanziet dat een groeiend deel van de content verstopt wordt in de ‘walled gardens’ van concurrenten als Twitter en Facebook. Ook voor de publieke sfeer en de democratie is het beter dat het internet vrij en open blijft. Google heeft er dus alle belang bij dat we onze content op openbaar toegankelijke websites blijven publiceren, en heeft daarvoor ook wel wat troeven in handen, zoals het initiatief om te zorgen dat mobiele websites sneller laden.

Ons eigen belang

Maar de belangrijkste speler zijn wij zelf: individuele bloggers, maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven die er geen enkel belang bij hebben om hun content en communicatie te verdelen over een lappendeken van internetsilo’s. Je hebt er juist alle belang bij om uiteindelijk zelf eigenaar te zijn van de relaties met je gebruikers. Daarom blijven eigen websites, e-mailnieuwsbrieven en apps met push-messages domweg onmisbaar.

Je contentstrategie wordt er wel ietsje complexer van, maar het is heus nog wel te overzien. Voor optimaal bereik en engagement moet je ook je aan de ene kant net iets langere lapjes tekst wat vaker direct op LinkedIn, Facebook of Twitter plaatsen, terwijl je aan de andere kant in je eigen digitale infrastructuur moet blijven investeren. Je kiest er dan bewust voor om enige zeggenschap in te leveren in ruil voor bereik.

Handshake

Gebruikservaring op eigen platforms

Dat betekent wel dat we moeten zorgen voor betere gebruikservaringen op onze eigen platforms: met vlot ladende websites, elegant design, geen overdadige advertenties of andere rotzooi en duidelijke, doch op bescheiden wijze aangeboden mogelijkheden om bijvoorbeeld nieuwsbriefabonnee te worden.

Als we dat nalaten, dan zullen gebruikers alleen maar minder happig zijn om onder de warme deken van Facebook en Twitter vandaan te komen, met als gevolg dat organisaties niet alleen op veel meer plekken verschillende soorten content moeten publiceren, maar ook steeds dieper in de buidel moeten tasten om met sponsored content en advertenties zelfs bestaande fans en volgers te bereiken. Maar daar zijn we zelf bij.

Hoe dan ook, voorlopig kunnen we lekker blijven twitteren: gewoon in 140 tekens, en soms met ietsje meer.

Afbeelding intro via Bram van Rijen (Bolster)

Afbeeldingen met dank aan Fotolia


3
0
0
0
3