5 misverstanden over AI die ondernemers tijd kosten
Ondernemers hebben het druk, erg druk en vaak te druk om nieuwe dingen te proberen waarvan je niet weet wat het oplevert. Elke uur dat je in iets onbekends steekt, gaat niet naar klanten, facturen of de dingen die nú moeten. En dan komt AI voorbij, met de stempel ‘hype’ en is de rekensom snel gemaakt. Daar kijken we later naar. Maar AI is geen hype, en juist als ondernemer kun je er veel tijd mee terugwinnen door het tactisch te gebruiken. Want wat ondernemers tegenhoudt blijkt zelden de techniek te zijn.
AI komt binnen als een onderwerp waar je het gevoel bij hebt dat je iets mist, terwijl niemand precies kan uitleggen wát. Daarom wacht je maar tot je er tijd voor hebt. Maar in dit geval kost het uitstellen je tijd, geld en voorsprong.
Jeroen van der Geest schreef een boek waarin me opviel dat het de twee uitersten goed vermijdt waar dit onderwerp meestal in vervalt. Geen doemverhaal over de robots die komen en geen jubelpreek over de toekomst. Het eerste handboek AI voor ondernemers (affiliate) is een nuchter en jargonvrij boek met korte hoofdstukken die je dezelfde dag nog kunt uitlezen en toepassen. Dit boek is mijn kapstok om vijf misverstanden langs te lopen die ik steeds weer hoor.
1. “AI verzint gewoon maar wat”
AI kan met volle overtuiging een wet citeren die niet bestaat, een bron verzinnen of een jaartal verkeerd onthouden. Dat heet hallucineren en dit is een echt probleem. Het is geen reden om AI niet te gebruiken. Het is vooral een reden om te weten wanneer je moet opletten.
Van der Geest besteedt er een geheel hoofdstuk aan en de kern is simpel. AI hallucineert vooral bij feiten die het niet kan controleren: exacte cijfers, citaten, namen, juridische details, dingen van gisteren. Bij dat soort vragen controleer je altijd de output. Want anders heb je voordat je het weet opeens andere voorwaarden in jouw offerte zitten of citeer je mensen die nooit bij je vergadering aanwezig waren. Bij schrijftaken waar het model goed in is, zoals een mail herschrijven, een tekst samenvatten of een eerste opzet maken, is het risico klein en zie je een fout meteen.
Vergelijk het met een slimme stagiair die af en toe te zelfverzekerd is. Je laat hem geen contract tekenen zonder erover te kijken. Maar je stuurt hem ook niet weg omdat hij één keer iets verkeerd onthield. Je leert waar hij sterk in is en waar je ‘m moet controleren. Een trucje uit het boek dat ik zelf veel gebruik: vraag de AI om z’n bronnen erbij te zetten en controleer die. Bestaat de bron niet of klopt de link niet, dan weet je genoeg!
2. “Dat is iets voor de grote jongens”
Het idee leeft dat AI iets is voor bedrijven met een data-afdeling en een innovatiebudget. Voor de rest van ons zou het te duur, te technisch of te veel voor de gemiddelde ondernemer zijn. Het tegenovergestelde is waar. Juist een groot bedrijf heeft moeite om AI in te voeren. Inkoopprocessen, security-afdelingen, een ondernemingsraad, honderd medewerkers die je moet omscholen. Een eenpitter of een team van vijf kan vanmiddag beginnen en morgen besluiten of ze ermee door gaan, het anders gaan doen of ermee stoppen. Die wendbaarheid is een voordeel dat een groot bedrijf niet heeft.
En de drempel is laag. De krachtigste tools kosten nu nog een paar tientjes per maand. Je hebt geen IT-afdeling of training van drie dagen nodig. Het boek illustreert dit mooi met herkenbare voorbeelden: de offerte die je ’s avonds nog moet typen, het verslag van een klantgesprek, de social post waar je geen zin in hebt. Deze voorbeelden zie je steevast na elk hoofdstuk.
3. “Straks staat al mijn data op straat”
Dit is een serieus bezwaar en een terechte zorg. Je gooit klantgegevens of bedrijfsinformatie in een systeem dat ergens op een server van een Amerikaanse techgigant draait. Gelukkig is de waarheid genuanceerder en heb je er meer controle over dan je denkt.
Van der Geest legt uit dat het verschil zit in welke tool je kiest en hoe je ‘m instelt. De gratis versie van een chatbot mag jouw input vaak gebruiken om het model te trainen. De betaalde zakelijke versies bieden meestal de optie om dat uit te zetten met afspraken over waar je data blijft en hoe lang. Dat is het belangrijkste verschil tussen de zakelijke en privé versie van veel AI-tools. Maar de les uit het hoofdstuk blijft: zet geen gevoelige persoonsgegevens of bedrijfsgeheimen in AI. Kies voor gevoelig werk een zakelijke versie en controleer de instellingen. Voor het meeste werk, een blog redigeren, een planning maken, een tekst aanscherpen, speelt dit natuurlijk geen rol omdat er niks gevoeligs in zit.
4. “Mag ik die output überhaupt wel gebruiken?”
Mag je een AI-tekst publiceren? Wie is de eigenaar van een gegenereerde afbeelding? Pleeg je per ongeluk plagiaat? Het auteursrecht in het AI-tijdperk is rommelig en troebel. Maar met wat tips and tricks kan AI je wel veel tijd schelen. De tips and tricks voor auteursrecht zijn:
- Imiteren mag wel, kopiëren mag niet;
- Alleen mensen kunnen auteursrecht claimen. Wat je met AI maakt is niet per definitie van jou;
- Leg jouw creatieve proces vast zodat je kunt aantonen dat het uit jouw brein komt.
Voor de andere tips moet je het boeken lezen!
De hoofdlijn die Van der Geest schetst: gegenereerde teksten en beelden kun je in de meeste gevallen gewoon zakelijk gebruiken. De grijze zones zitten in de uitersten. Je moet voorzichtig zijn met een afbeelding in de stijl van een levende kunstenaar of een tekst die verdacht dicht tegen een bestaand werk aan ligt.
Gebruik AI om sneller tot iets in jouw tone-of-voice te komen en niet om iemand anders werk na te bootsen. Voeg je eigen oordeel, je eigen redactie en je eigen keuzes toe. Dan heb je meteen betere output dan wanneer je de eerste de beste generatie zonder te kijken gebruikt.
5. “Ik kan niet programmeren, dus dit is niks voor mij”
Je hoeft helemaal niet te kunnen programmeren om met AI te werken. De taal van AI is gewoon Nederlands of Engels en als je het leuk vind kan je het zelfs in het Japans een prompt schrijven. Een prompt is een in mensentaal een opdracht aan AI geven. Eigenlijk is een prompt gewoon een duidelijk werkinstructie. Wat, hoe en waarom je iets moet doen.
Het verschil tussen een matige en een goede prompt is hetzelfde als het verschil tussen een vage en een heldere werkinstructie aan een freelancer. “Schrijf iets over ons bedrijf” levert een generiek verhaal op. “Schrijf een LinkedIn-post van 150 woorden voor mkb-ondernemers, in een nuchtere toon, met één concreet voorbeeld en een vraag aan het eind” levert iets bruikbaars op.
Het zit niet in de techniek, het zit tussen je oren
De verrassing is dat alle vijf misvattingen verdwijnen als je begint te experimenteren met AI. Je leert redelijk snel hoe je er mee om kan gaan en veel sneller en efficiënter kan werken. Niet omdat de misvattingen niet waar zijn, maar omdat ze kleiner blijken te zijn dan verwacht wanneer je ermee werkt. Eigenlijk is de vraag; welke taak automatiseren bespaart jouw genoeg tijd om hiermee te laten experimenteren.
Een weekend is genoeg om het boek uit te lezen. De hoofdstukken zijn groot genoeg om
een onderwerp uit te leggen en klein genoeg om het soms tussendoor te lezen. Kan je tussendoor nog even spelen met je kinderen. Het boek is eind 2025 uitgekomen en in AI gaat alles snel. Het geeft je het fundament en met dat fundament kun je de nieuwste ontwikkelingen volgen. Denk aan Claude Cowork, Claude Code, OpenAI Codex en de laatste releases van Google’s Gemini.
Ben je nieuwsgierig naar dit boek? Je bestelt het eenvoudig via Managementboek.nl (affiliate).
