WatchGuard: controleer wat AI namens medewerkers mag doen

WatchGuard: controleer wat AI namens medewerkers mag doen

AI-agents krijgen steeds vaker toegang tot e-mail, agenda’s, documenten en bedrijfsapplicaties om zelfstandig werk uit te voeren. Daarmee krijgen ze toegang tot informatie, maar ook bevoegdheden die normaal bij medewerkers liggen. Dat is potentieel riskant: hackers kunnen die AI-agents namelijk beïnvloeden en daarmee bijvoorbeeld data onderscheppen of processen verstoren. WatchGuard Technologies waarschuwt CIO’s daarom om bij iedere nieuwe AI-toepassing scherp te bepalen wat een agent namens medewerkers mag doen.

Dat wordt nog belangrijker nu medewerkers zelf steeds vaker AI-tools gebruiken of nieuwe applicaties aan bedrijfssystemen koppelen zonder dat de beveiligingsafdeling daarbij betrokken is. Dit wordt ook wel Shadow AI genoemd.

Dat risico wordt concreet bij iets simpels als e-mail. Een agent die berichten samenvat, kan via dezelfde koppeling bijvoorbeeld ook toegang hebben tot andere mails of berichten versturen. Een aanvaller kan dan verborgen instructies in een e-mail plaatsen die de agent proberen over te halen gevoelige informatie op te zoeken en door te sturen. De agent ziet tekst die hij moet verwerken dan ten onrechte als een opdracht. Deze aanvalstechniek heet prompt injection.

Beveiligingsorganisatie OWASP beschrijft dit als een mogelijk aanvalsscenario. In haar risicolijst voor 2026 noemt de organisatie dit ‘excessive agency’: AI met te veel functies, rechten of zelfstandigheid. Dit risico steeg van plaats zes in de vorige editie naar plaats drie. Die hogere positie geeft aan hoe zwaar OWASP het risico beoordeelt.

De afweging achter AI-innovatie
De meerwaarde van AI-agents zit juist in het feit dat ze zelfstandig werk kunnen uitvoeren. Een agent die afspraken plant, moet daarom bijvoorbeeld in een agenda kunnen schrijven. Voor andere taken kan ook toegang tot meerdere bedrijfsapplicaties nodig zijn. Alleen leesrechten zijn dan niet genoeg.

Daar zit volgens WatchGuard de lastige afweging. Organisaties willen medewerkers minder werk laten doen, terwijl binnen cybersecurity het principe geldt dat een account zo weinig mogelijk rechten krijgt. Ook noodzakelijke rechten kunnen bij misbruik schade veroorzaken. Maar iedere handeling vooraf laten goedkeuren beperkt de zelfstandigheid van de agent en houdt een deel van het werk bij de medewerker.
De keuze hoeveel autonomie een agent krijgt, hoort daarom bij het ontwerpen van de toepassing. Welke taken moet hij zelfstandig afhandelen? En bij welke handelingen zijn de mogelijke gevolgen zo groot dat menselijke controle nodig blijft?

Organisaties moeten daarnaast weten welke AI-tools medewerkers daadwerkelijk gebruiken en hoeveel toegang die tools tot bedrijfssystemen hebben. Zonder dat overzicht kunnen koppelingen buiten beveiligingscontroles blijven. Daardoor ontstaan extra ingangen voor aanvallers en blinde vlekken in de beveiliging waarvan cybercriminelen misbruik kunnen maken.

Beveiliging moet meegroeien
“Alleen multifactorauthenticatie is niet genoeg om het gebruik van AI-agents goed te beveiligen”, zegt Martijn Nielen, Sr. Sales Engineer bij WatchGuard Technologies. WatchGuard adviseert CIO’s daarom de bevoegdheden van AI-agents in drie stappen te beoordelen.

Daarbij is het belangrijk om zicht te houden op de AI-applicaties die met de bedrijfsomgeving zijn verbonden. Door verleende rechten te controleren, onbekende koppelingen op te sporen en toegangsrechten regelmatig opnieuw te beoordelen, krijgen organisaties risico’s van Shadow AI eerder in beeld. Ook voorkomen ze dat agents na verloop van tijd ongemerkt meer bevoegdheden krijgen dan nodig is.

1. Breng taken en toegang in kaart
Leg per agent vast welk werk hij moet overnemen en welke systemen hij daarvoor kan bereiken. Controleer vervolgens wat hij daar daadwerkelijk mag doen. Kan hij bijvoorbeeld alleen documenten lezen, of ook bestanden wijzigen en verwijderen? Zo wordt duidelijk waar de toegang verder gaat dan de opdracht vraagt.

2. Bepaal wat de agent zelfstandig mag doen
Beperk de rechten tot wat voor de taak nodig is. Een agent die e-mails samenvat, heeft geen verzendrecht nodig. Bepaal voor noodzakelijke handelingen met grote gevolgen wanneer een medewerker eerst moet meekijken en goedkeuren. Die keuze bepaalt hoeveel werk de agent zelfstandig kan overnemen en waar menselijke controle nodig blijft.

3. Beoordeel de rechten opnieuw bij uitbreiding
Nieuwe taken, functies en koppelingen kunnen veranderen wat een agent mag doen. Controleer bij iedere uitbreiding of de rechten en afspraken over goedkeuring nog passen. Herhaal die controle ook periodiek en trek toegang in zodra die niet meer nodig is.

“Als AI steeds meer werk zelfstandig uitvoert, moet beveiliging vanaf het begin onderdeel zijn van het ontwerp”, besluit Nielen. “Dat betekent dat organisaties niet alleen goed moeten vastleggen welke rechten AI-agents krijgen. Ze moeten ook zicht houden op welke AI-applicaties met hun bedrijfsomgeving zijn verbonden, tot welke gegevens die toegang hebben en welke bevoegdheden ze behouden. Alleen zo kunnen organisaties de voordelen van AI benutten zonder nieuwe blinde vlekken in hun beveiliging te creëren.”

Dit bericht is geplaatst op ons open Business channel en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.