Wij geven regelmatig workshops aan projectleiders, onder andere van gemeenten. Daaruit blijkt dat de meeste mensen die bij gemeenten werken echt van goede wil zijn en graag een goede website voor hun burgers willen maken. Maar alle tijd, budget en inzet die de opdrachtgevers (en leveranciers!) in de projecten stoppen leveren regelmatig niet het gewenste resultaat op. Tijd om daar verandering in te brengen.
Waar gaat het mis?
Eén van de onderdelen die bij veel van deze projecten nog niet optimaal is, is de toegankelijkheid. In een aantal gevallen is dat een kwestie van beeldvorming. Toegankelijkheid is geen sexy onderwerp. En dat is begrijpelijk. We zien niet of nauwelijks mensen in onze omgeving met een handicap die er voor zorgt dat ze internet moeilijker kunnen gebruiken dan mensen zónder een handicap.
Als we al wel weten dat ze bestaan, houden we onszelf voor dat de mensen met een handicap maar een klein percentage uitmaken van onze doelgroep. We zouden kostbare inspanningen moeten doen om deze mensen te helpen – en waarom zou je dat doen voor een beperkte groep mensen die je toch niet kent?
Daarbij komt ook dat de toegankelijkheid van een website ook een kwetsbaar iets is: als er binnen het project iemand een steek laat vallen, wordt de keten verbroken – met als resultaat dat de site op een bepaald gedeelte minder toegankelijk zal zijn.
We zien mensen met een handicap niet massaal onze site gebruiken, en daardoor vergeten we ze snel. Op deze manier valt toegankelijkheid vaak buiten de scope van een project. We voelen de urgentie niet om er tijdens planning, bouw en onderhoud van webprojecten mee bezig te zijn.
De oplossing
Hoe kun je er nu voor zorgen dat iedereen binnen het project die urgentie van toegankelijkheid wel gaat voelen? En dat het niet alleen een vinkje op een to-do lijst is, maar een onderwerp dat alle betrokkenen raakt en waar ze graag over meedenken?
Dat kun je bijvoorbeeld doen door te werken met goede persona’s in je project. Persona’s zorgen er voor dat je doelgroep niet meer bestaat uit wat abstracte termen, maar dat je werkt aan een project voor realistische, herkenbare mensen. Zo kan iedereen in het team zich beter inleven in de bezoekers en kun je meer gefocust aan de slag. Deze techniek heeft zich al jaren bewezen, zowel in de reclamewereld als bij product- en websiteontwerp.

Ideale Sander
Het is echter gemakkelijk om in de valkuil te trappen dat je de persona’s alleen maar positieve eigenschappen meegeeft, zodat het een soort ideale bezoekers worden. Het is prettig om te lezen dat je bezoeker Sander een fijn leven heeft met zijn vrouw en twee kinderen. Na het MBO heeft hij veel avondcursussen gevolgd en zich zodoende opgewerkt tot het managementteam van het bedrijf. In zijn vrije tijd leidt hij een actief leven. Daarbij is Sander natuurlijk zeer geduldig bij het bezoeken van je site, en gebruikt hij gelukkig de modernste browser.

Realistische Sander
De werkelijkheid van Sander is echter anders. Sander is namelijk net gescheiden van zijn vrouw, komt maar niet richting het managementteam, maar ziet zijn werkweek wel steeds voller lopen en daarnaast is hij afhankelijk van een systeembeheerder die programma’s – luid zuchtend – op zijn computer zet. Sander is overigens kleurenblind, maar daar heeft hij gelukkig nauwelijks last van. Ja, soms een beetje. Kijk, dat is Sander… Sander, onze gestreste, hard werkende en daardoor nauwelijks sportende, tobbende begin veertiger.
Dat is misschien minder leuk en positief om te lezen, maar wel een persona waarmee je waarschijnlijk uiteindelijk een betere website maakt. Als je namelijk je informatie zo kunt vormgeven dat iemand die gestrest en kleurenblind is en met een oude browser moet werken alles goed kan vinden op je site, dan is het voor iemand die het beter getroffen heeft buitengewoon gemakkelijk om gebruik te maken van die zelfde site. Je moet harder werken voor de realistische Sander dan voor de ideale Sander. En dat komt de kwaliteit van je website ten goede.

Annemieke
Naast Sander hebben we bijvoorbeeld nog Annemieke, die 60 is en minder goed contrasten ziet omdat haar ogen achteruit gaan. Maar ze is wel een zeer belangrijke persona voor ons: ze vertegenwoordigt onze belangrijkste bron van inkomsten.
En dan Marcel van 22, iemand die een andere belangrijke doelgroep verbeeldt die producten bij ons koopt. Marcel heeft echter te kampen met ADHD, waardoor hij snel afgeleid is en nogal eens de draad kwijtraakt in ons ingewikkelde bestelproces met tig stappen.
Wat hebben we er aan?

Marcel
Als je in de persona laat zien dat je minder geld verdient als je geen rekening houdt met bepaalde handicaps, helpt dat enorm bij het krijgen van draagvlak bij je management en de projectleiding. Zij zien dan ook het directe en financiële nut van je houden aan de adviezen over toegankelijkheid.
De hoogste tijd om je persona’s dus meer realistisch te schrijven. Deels scheppen deze een veel reëler beeld van onze bezoekers, waardoor we er bij stilstaan dat niet iedere bezoeker een ideaal leven heeft. Daardoor realiseren we ons dat we hard moeten werken om de website ook voor mensen die met moeilijke omstandigheden te maken hebben bruikbaar en aantrekkelijk te maken.
We hebben in de persona’s ook kleine handicaps geïntroduceerd. Daarmee is er een plek binnen het ontwerp- en bouwproces voor de toegankelijkheid. Op het moment dat je rekening houdt met kleine ongemakkelijkheden binnen een project zijn de grotere handicaps namelijk automatisch ook onder de aandacht. Echt, zo eenvoudig werkt het, hebben we gemerkt.
Het belangrijkste is dat iedereen binnen het project weet voor wie de site wordt gemaakt en hoe je ze het beste kunt helpen. Aan de wil om een goed resultaat neer te zetten ligt het niet, nu alleen nog geen steekjes laten vallen.
Dit artikel schreef ik samen met Robert Jan Verkade, mede-organisator van Grip 2010.











Mooi artikel.
Ik ergerde mij al velen malen aan dat de persona’s die wij op school moesten maken voor websites toch wel heel erg perfect zijn.
Als ik minderheden of “negatieve” punten noemde van de persona, was dat nooit goed.
Voor mij moet een persona zo realistisch mogelijk zijn, anders krijg je hetzelfde effect als een Stockphoto. Het zegt niets.
Voor mij zijn personas een enorm belangrijk item in de ontwikkeling van applicaties.
Maar ik baseer mijn personas niet op mijn fantasie, ze zijn eerder opgebouwd uit harde feiten. Wat heb je er trouwens aan of persona x gelukkig getrouwd is, dan wel een vechtscheiding achter de rug heeft? Ik zie de consequenties niet in voor het usability gegeven.
En wat is de waarde ervan wanneer die info gebaseerd is op jouw fantasie ipv harde feiten? Jij kan dan wel zo’n beschrijving meegeven, maar is die dan ook gebaseerd op feiten? Heb je dat gemeten?
Dat soort info gaat al snel leiden tot ‘information overkill’ waardoor de informatie die er wél toe doet niet gezien wordt. Alles wat je laat zien, gaat nu eenmaal in concurrentie met elkaar voor je aandacht. Het is dus key, om te focussen op de essentie en niet op irrelevante zaken.
Je persona ‘levensecht’ maken kan ook aan de hand van harde feiten die wél nut hebben voor de usability: scholingsgraad, leeftijd, ervaring, gebruiksfrequentie en nog zoveel andere items.
Er niks verkeerd mee om te melden dat je persona gestudeerd heeft aan de VUB, wanneer je weet dat de gemiddelde gebruiker een universitair is uit het Brusselse.
Websites toegankelijk maken voor mensen met een handicap is een nobel streven. Als ze toegankelijk zijn voor hen, zijn ze dat meestal ook voor mensen ZONDER beperking. Bv. een goede ankertekst meegeven aan je link is voor iedereen zinvol, zelfs voor niet-mensen zoals search engines.
Maar verschillende usability items ivm toegankelijkheid voor mensen met één of andere fysieke beperking heeft écht alleen maar nut voor die categorie van mensen. Moet je daar dan ook rekening mee houden wanneer je doelgroep amper of zelfs geen mensen met een handicap telt? Ik vind van niet. Het is een kosten/baten analyse. Een website voor een groot en breed publiek, bv. een website van de overheid, kan er best wél rekening mee houden. In die situatie zijn de baten hoger dan de kosten.
De volledige positieve persona ken ik uit ervaring wel, dit is inderdaad een valkuil waar je zelf makkelijk in loopt. Door iemand buiten de organisatie naar je persona te laten kijken kun je de ergste gevallen er vaak al uit filteren :)
Het is bij het maken van de persona’s zoals uit jullie artikel blijkt, belangrijk om te kijken naar de doelgroep van het product. Is er nog geen goede doelgroep afbakening dan zal dit eerst moeten gebeuren.
Ik vraag me af of jullie ook wel wel eens compleet negatieve persona’s gebruiken, een persona die helemaal niet in doelgroep past. Dit om een soort van “de uitzondering bevestigt de regel” informatie te krijgen?
@Edwin
Je zegt:
“Maar ik baseer mijn personas niet op mijn fantasie, ze zijn eerder opgebouwd uit harde feiten. Wat heb je er trouwens aan of persona x gelukkig getrouwd is, dan wel een vechtscheiding achter de rug heeft? Ik zie de consequenties niet in voor het usability gegeven.”
De consequentie kan bijvoorbeeld zijn dat teksten een andere tone-of voice krijgen. Waardoor deze beter gelezen wordt en een hogere doorklik naar een actie heeft. Mensen hebben doorgaans helemaal niet zo’n positieve houding. Daar zitten meestal wat dieper liggend oorzaken aan ten grondslag. Om een persona realistisch te maken werken die oorzaken goed.
Dit soort houdingseigenschappen maken een persona waardevol. Een persona “strippen” tot alleen harde feiten kan betekenen dat je de plank compleet mis slaat. Ik vind dat je juist geen gemiddelde van de doelgroep moet nemen, maar meerdere die wat meer aan de rand zitten. Daarmee bedien je namelijk ook degene die in het midden zit.
Ben het dan ook eens met Marrije. Zeer goed artikel!
Bart,
Ik gebruik ook meer dan één persona als dat nodig is, bv. van bepaalde schermen of functionaliteit weten we dat ze wel door de ene groep wordt gebruikt en niet door de andere. En soms kan je uit die harde feiten groepen destilleren en dus verschillende persona’s aanmaken.
En wat die toon betreft, ik begrijp best dat een website van pakweg een begrafenisondernemer niet te feestelijk, grappig en vrolijk mag zijn. De context laat dit niet toe.
Dit gaan generaliseren voor alle sites, lijkt mij een brug te ver en dan ben je juist software (laat het nu websites of desktop applicaties zijn) voor iedereen aan het ontwerpen. Met een persona ga je dit juist een beetje verhinderen. Je gaat je focussen op een doelgroep. Een persona is een abstracte weergave van die doelgroep.
Er zijn wel psychologische kenmerken die ik giet in mijn personas: bijvoorbeeld motivatie en houding in het algemeen en t.o.v. de applicatie of website in het bijzonder. Deze psychologische kenmerken worden niet verzonnen, maar gemeten met bijvoorbeeld geijkte enquêtes.
Als jij je persona niet baseert op de werkelijkheid, maar puur op je fantasie en intuïtie, welke waarde heeft dat dan? Hoe kan jij mij garanderen dat jou perceptie van die gebruiker aansluit bij de werkelijke gebruiker? Dat kun jij niet en ik ook niet trouwens.
15 jaar geleden werkte ik mee aan een project, de supervisors van de feitelijke gebruikers (een 40 tal mensen) waren van mening dat hun onderdanen laag geschoold waren. Toen we er enquête gewijs naar vroegen bij die feitelijke gebruikers bleek dat zo niet te zijn, ze waren eerder gemiddeld geschoold. We hebben dat (en andere facetten) achteraf nog nagekeken bij de HR afdeling en de enquête bleek juist te zijn.
Ik bedoel maar, perceptie en werkelijkheid liggen soms ver uit elkaar. Als zo’n supervisors, die redelijk dicht bij hun mensen staan, de bal al kunnen misslaan, hoe groot is de kans dan dat jouw verbeelding er nog meer een potje van maakt?
Goed artikel! Zo’n persona is een heel mooie basis. Ik zou nog willen toevoegen dat je niet stopt bij een persona, maar doorgaat: handelingen koppelen aan de persona (user story). Dus:
- Sander wil zich kunnen inschrijven voor een evenement.
- Sander wil de laatste blogberichten over het evenement lezen en daarop kunnen reageren.
- Sander wil oude foto’s van het evenement van vorig jaar zien om de sfeer alvast te proeven.
- enzovoorts…
Overigens voel ik me niet aangesproken door persona Sander ;)
Prima artikel. Goed dat er weer eens voor wordt gewaarschuwd om van persona’s niet de ideale personages te maken. Ik herinner mij ‘Bert Burger’ van Overheid heeft Antwoord nog maar al te goed. ;-)
Maar koppel ‘toegankelijkheid’ alsjeblieft niet alleen maar aan ‘gehandicapten’. Toegankelijkheid ook over toegankelijkheid voor andere media dan websites en personal computers. Denk zeker aan mobiel: een medium dat een enorme vlucht neemt.
Maak daar ook persona’s – en scenario’s – voor!
@Edwin
Volgens mij zijn we het voor een groot deel met elkaar eens. Persona’s moeten gebaseerd zijn op onderzoek onder gebruikers. Ik verzin ook niet zomaar persona’s.
Aanvankelijk kreeg ik de indruk dat je alleen kwantificeerbare eigenschappen voor je persona’s gebruikt. In je antwoord bleek dat je ook psychologische kenmerken meeneemt. Prima! Helemaal mee eens. De stap om een persona “compleet” te maken is dan erg klein. In plaats van te zeggen dat een persona een stressniveau van 8,3 heeft kan je ook zeggen dat hij net gescheiden is van zijn vrouw wat hem nogal gestresst maakt. En dat was mijn punt in mijn vorige post.
Wat betreft je opmerking over de tone-of-voice: die is wat kort door de bocht. In administratieve communicatie kan het per handeling uitmaken op welke manier gebruikers worden aangesproken. De context lijkt dan vrijwel hetzelfde maar kan toch een heel andersoortige tekst behoeven.
Bart,
Ik zeg dan ook niet dat hij stressniveau 8.3 heeft, ik ga wel kleuren waarom die stress er is, maar die is wel gebaseerd op feiten en niet op een wilde gok, een veronderstelling of pure verbeelding. En het waarom van die stress moet een duidelijke relevantie hebben voor de usability, ik ga het niet té ver zoeken. Anders zit je al snel te speculeren en heb je uw persona niet meer onder controle.
Als jij schrijft dat je persona gescheiden is, dan mag je niet zomaar gratuit concluderen dat hij daarom ongelukkig is. Misschien is hij wel heel blij dat hij van dat mens vanaf is. :) Ik vind dat te ver gezocht, bon, het is maar mijn nederige mening.
Ik pas mijn toon en stijl aan de context, het type applicatie, de taken, doelen, verwachtingen en kenmerken van mijn persona(s), etc…
Alleen blijf ik wel waakzaam dat ik niet iets zit te maken voor iedereen.
Ik zal het zo stellen als 99 mensen een zekere vrolijkheid verwachten, dan gaan die dat krijgen. Ik ga niet voor die ene uitzondering speciale dingen doen, want da’s dan dikwijls weer niet goed voor die 99 anderen. En neen ik ben daar niet zwart/wit in. Als bepaalde dingen ondersteunen voor die ene uitzondering geen invloed heeft voor de 99 andere, dan zal ik zeker eens bekijken of we het moeten en kunnen meepakken.
Bij CMD Hogeschool Rotterdam liep een webdesigner in spé rond met kleurenblindheid. Als een van de opdrachten bij het vak UXD maakte hij dit geniale filmpje:
http://blog.anysurfer.be/2008/08/04/een-webbel-over-kleurenblindheid/
Groetjes,
Rolf den Otter