Wat als je ALLES met AI bouwt, straft het web je dan af?
Kun je met een volledig met AI gebouwde website hoog in Google scoren? Krijg je een plek in de antwoorden van AI-assistenten als ChatGPT en Perplexity? Of straft het web je af zodra je open bent over je AI-gebruik? Ik probeer het dit jaar uit met een non-profit bedrijvengids voor de Kempen, volledig met AI gebouwd en op elke pagina als zodanig gelabeld. Twaalf maanden lang monitor ik hoe goed dat scoort, ook als het tegenvalt. Dit is het eerste deel van twee artikelen: nu de start, over een jaar de balans.
Elke pagina geschreven door AI
De marketingwereld is het wel zo’n beetje eens: AI-content moet je ‘humanizen’, anders straft Google je af. Een hele industrie van humanizer-tools en 100% human-written-keurmerken leeft van dat idee. Ik test het tegenovergestelde. Op een gratis bedrijvengids voor de Kempen is elke pagina met AI gemaakt en als zodanig gelabeld. Op elke pagina hangt een bordje “dit is AI”, alle code staat op GitHub, alle cijfers ververs ik dagelijks live.
Het is mijn speeltuin. Hier bouw ik, breek ik en meet ik wat ik daarna elders inzet. Een community-platform from scratch (forum, ledenprofielen, gratis vraag-en-aanbod-rubriek) draait hier eerst. Een meet-stack zónder cookies of trackers, met eigen dashboards, beproef ik hier voordat ik ‘m ergens anders neerzet. En de werkwijze zelf: hoe je als mens met AI bouwt, test en knopen doorhakt. Dat slijp ik hier scherp.

Bron: AI-gegenereerd (fal.ai FLUX Pro 1.1). De homepage-hero, één van vier seizoensvarianten.
Veel van die kennis landt in mijn andere projecten, en het meest in Metal Business Club (metalbc.com), het community-platform voor de metal-ondernemerswereld waarvan ik founder ben. Een gratis, non-commerciële regio-gids is voor zulke experimenten het ideale proefterrein: de inzet is laag, de gebruikers zijn echt, en ik kan álles openbaar delen zonder dat het concurrentiegevoelig is. Vandaar dat ik de cijfers publiek zet: een gedeelde les is meer waard dan een verstopte.
Drie vragen volg ik dat jaar: kwaliteit, vindbaarheid en waarde. Hieronder de startstand op dag 40, met één signaal dat ik niet zag aankomen.
Vraag 1: bouw je met AI iets dat niet generiek voelt?
Het makkelijkste falen van AI-content: 24 gemeentepagina’s die alle 24 dezelfde stockfoto van een kerk gebruiken, met teksten die je kunt opvouwen tot één lange middelmaat.
Daarom is de visuele identiteit een vaste stijlgids. Warme, schilderachtige beelden in Hollandse-meesters-stijl, gegenereerd via fal.ai met één prompt-template plus één stijl-referentie per gemeente. Stockfoto’s komen er niet aan te pas.

Zes van de 24 gemeente-illustraties. Eén prompt-template, één stijl-referentie, 24 verschillende dorpsgezichten met dezelfde toets. Boven: Belgische Kempen. Onder: Brabantse Kempen.
Voor tekst is de scheiding strikter. Claude schrijft eerste drafts en checkt feiten tegen bronnen die ik aanwijs. Ik bepaal wat publiek mag en ben verantwoordelijk voor wat blijft staan. Op /over-ai staat wat dat betekent: “Richard leest steekproefsgewijs mee, niet woord voor woord.” Dat is eerlijker dan beloven dat ik elk feit handmatig verifieer. Daar staat een feedbackknop op elke pagina tegenover, plus een naam met e-mailadres dat antwoordt.
Wat staat er na 40 dagen? 32.459 bedrijfsprofielen in 48 gemeenten, 95 kennisbank-artikelen, 108 nieuwsberichten, 90 ondernemersverenigingen, en 514 commits sinds 10 maart. Dat tempo is niet het doel, maar het gevolg: dit project draait in één extra terminalvenster naast mijn gewone werk. De AI levert, ik beslis. Of die kwaliteit standhoudt, moeten de komende delen uitwijzen.
Vraag 2: straft de ‘alles is AI’-disclosure je af?
Eerst de startstreep, want zonder vertrekpunt zegt groei niets. De oude WordPress-site trok in 2024 zo’n zeven sessies per dag. Een dood domein met een verlopen Maps-key, content uit 2019 die niemand meer aanraakte. Dát is dag nul.
Sinds het SEO-fundament op 10 mei live ging, lopen de wekelijkse organische zoek-sessies op. Week 14 zat op 68, week 20 op 109. Bescheiden cijfers, maar elke week hoger dan de vorige, op een elf jaar oud en jarenlang verwaarloosd domein. Belangrijker nog: het aandeel zoekverkeer in de menselijke bezoekers ging van 22% naar 41%. Het publiek komt ons steeds vaker zélf zoeken.

Bron: eigen privacy-analytics (page_views). Bot-traffic uitgesloten. Organische zoek-sessies per week sinds de relaunch. Verticale lijn = SEO-fundament op 10 mei (week 19). Een rustige opwaartse curve, zonder explosie. Bron: eigen privacy-analytics.
Maar de echte verrassing zit niet in Google. Vraag Perplexity “hoe zorg ik voor naamsbekendheid voor mijn bedrijf in De Kempen” en de gids staat tussen de bronnen, met nette bronvermelding, naast commerciële marketingbureaus.

Perplexity op “hoe zorg ik voor naamsbekendheid voor mijn bedrijf in De Kempen”: tussen de bronnen staat Ondernemen in de Kempen. Een gewone vraag, mei 2026, niet geënsceneerd.
En het was geen toevalstreffer. Drie bronnen vertellen hetzelfde verhaal. Mijn eigen serverlogs tellen bezoekers die vanuit een AI-assistent doorklikken. Sinds eind maart komen die uit ChatGPT, Gemini, Perplexity én Claude. Een bronlink in een AI-antwoord aanklikken kan alleen als die link daar getoond is. Bing Webmaster Tools laat in zijn nieuwe AI-rapport zien hoe vaak we in AI-antwoorden worden aangehaald: 8 citaties op één dag, 49 de dag erna. En meerdere ondernemers lieten onafhankelijk weten dat ze ons als tip kregen toen ze een assistent om advies vroegen.
Resultaten in Google blijven achter
Wat níet meebeweegt, is de gewone Google-resultatenpagina. Op een steekproef van 15 generieke zoekopdrachten haalden we 2 keer de top-10. Op brede gemeente-queries domineren aggregators als Drimble en Oozo door volume. Twee werelden dus. In de chat-assistent worden we al aangehaald, op de blauwe linkjes nog niet. De expliciete AI-disclosure lijkt vooralsnog geen straf op te leveren; eerder lijken gestructureerde, bron-heldere pagina’s goed te passen bij hoe assistenten citeren.
Voor wie vindbaarheid meet, zit dáár de echte verschuiving. Tien jaar lang was de vraag: hoe kom ik bovenaan in Google? De assistenten spelen een ander spel. Ze belonen geen linkbuilding of volume. Wat ze belonen zijn bronnen die een vraag helder en gestructureerd beantwoorden. Daar kan een klein, niche, goed geordend platform in uitblinken, ook als het op de resultatenpagina nooit boven de aggregators uitkomt.
En het ironische: de reflex om je AI-content te ‘humanizen’ zodat Google je niet afstraft, optimaliseert misschien voor het verkeerde slagveld. De assistenten die ons aanhalen lijken zich niet druk te maken om wie de tekst typte. Ze controleren of die klopt en bruikbaar is.
Meet je alleen Google-posities, dan ben je blind voor een kanaal dat nu al echte mensen stuurt. Hoe groot het wordt, weet ik niet. Het is klein en pril. Maar het bestaat, het groeit, en het beweegt de verkeerde kant op voor wie ‘AI-content rankt slecht’ als natuurwet behandelt.
Tussendoor: een blunder die ik aan Google te danken heb
Op 20 mei meldde Google’s Search Console iets vervelends: 24 zogenoemde “soft 404’s”. Pagina’s die niet bestaan horen een echte 404 terug te geven, zodat zoekmachines weten ze niet te tonen. Bij ons stuurden ze stilzwijgend een HTTP 200 (“hier is een pagina”) met als titel “…niet gevonden…” in de metadata. Een stille fallback in de generateMetadata-functie van zes dynamische routes in Next.js (bedrijvengids, evenementen, nieuws, regio, categorie, categorie-gemeente), die ik bij de bouw over het hoofd had gezien.
Twee lessen daaruit. Eén: AI bouwt nauwgezet uit wat je vraagt, en even nauwgezet de fout in het patroon dat je meegeeft. Wat je niet aanwijst, controleert ze ook niet. Twee: zonder de meet-tool die het zichtbaar maakte, in dit geval GSC, had ik er nooit naar gezocht. Inmiddels is het gefixt. Daarom hou ik die meetstack: niet voor de mooie grafiekjes, maar om dit soort stille fouten zichtbaar te krijgen voordat ze maandenlang door dreigen te tikken.
Een laatste kanttekening, want transparantie werkt twee kanten op: het schrijven van dit stuk legde zelf bloot dat mijn Search Console-koppeling nog niet stond. Na de eerste draft was de conclusie simpel: die meetopstelling was er nog niet klaar voor. Inmiddels is de koppeling gemaakt, dus het slotartikel toont de volledige zoekcurve per zoekterm en pagina.
Vraag 3: doet het iets voor de regio?
Traffic is een proxy. De echte vraag is of het iets doet voor ondernemers en regio. Twee signalen na 40 dagen.
Het eerste signaal: profielen worden gebruikt. 218 ondernemers registreerden een profiel. Na een vervelend tussenspel waarbij sommige mailclients claim-links automatisch openden (198 dubieuze claims als gevolg) staan er na een herzieningsronde 49 echt bevestigde claims. Niet massaal, maar het beweegt.
Bovendien een eerlijke les: de AI bouwde precies het patroon dat ik aanwees. Dat zo’n claim een menselijke bevestiging hoort te vereisen, bedacht pas een oplettende ondernemer die mailde.
Het tweede signaal verraste me. Sinds ik op 10 mei uitbreidde naar de Belgische Kempen, is de drukstbezochte regiopagina niet Eindhoven of Bladel, maar Turnhout. Bij elkaar trokken de Belgische pagina’s in twee weken meer bezoek dan de Brabantse (66 om 46), terwijl de Brabantse content er al sinds 2015 staat.
Waarom Vlaanderen harder zoekt naar Kempen-content dan Noord-Brabant, weet ik nog niet. Onderbediende markt, cultureel zwaartepunt, of gewoon kleine-getallen-ruis. Het is precies het soort vraag dat ik zonder publieke cijfers nooit zo snel had gezien.

Top regiopagina’s sinds 10 mei. Turnhout (BE) is de drukstbezochte. Belgische Kempen-content kwam pas op 10 mei en pakt direct de show. Bron: eigen privacy-analytics. Sessies = unieke session_hash. Bot-traffic uitgesloten.
Wat dit (nog) niet is
- Geen A/B-test. Er is geen controlegroep met dezelfde site zónder AI-disclosure. Alle uitkomsten zijn observationeel, niet causaal.
- n=1. Eén project, één regio, één bouwer. Dit bewijst niet dat AI-content wel of niet rankt; het is een testbed, geen studie.
- Geen template. Gratis, non-profit en regionaal maakt het budget per gebruiker zó laag dat alleen AI het haalbaar maakt. Voor een commerciële site is de afweging anders.
- Geen handmatige verificatie van elk feit. De disclosure op
/over-aiis daar expliciet over. De feedbackknop werkt en wordt gebruikt.
Tot slot: kijk mee
Op dag 40 is het antwoord eerlijk gezegd: te vroeg om iets definitiefs te zeggen, en al te laat om geen verrassingen te hebben gehad. De Belgische Kempen was er één. Dat AI-assistenten ons al aanhalen terwijl Google nog achterblijft, was de grootste.
Wat ik níet doe, is wachten tot ik een mooi verhaal heb. Alle cijfers (werkuren, commits, kosten, traffic) staan dagelijks bijgewerkt op /transparantie. Operationeel kost het project zo’n 30 tot 50 euro per maand. Een ruwe schatting, geen boekhouding; ook dat komt nog. Gratis betekent dus gratis voor de ondernemers in de gids, niet voor mij.

/transparantie publiceert werkuren, commits en kosten dagelijks. Een query op de git-log en de productie-database, geen marketingpagina. De code staat publiek.
In het slotartikel, over een jaar, staat hier de volledige Search Console-curve, een systematische meting van welke AI-assistenten ons citeren, en of die profiel-claims doorzetten. Of het experiment slaagt of mislukt: ik publiceer het, op precies dezelfde transparantiepagina. Kijk gerust mee!