Columns

Getrapte democratie

0

Eigenlijk had het bewijs niet mooier kunnen worden geleverd dan door de 19-jarige Magnus Carlsen. Het bewijs dat een schaakpartij, een recept, het ontwerp van een huis, een regeeraccoord, een gedachtegoed, het bewijs dat ze allen een ziel nodig hebben, en dat het niet een bouwwerk kan zijn van achterbannen en meestemmers. Vorig weekend speelde de noorse schaker Magnus Carlsen –niet de wereldkampioen, wel de beste schaker ter wereld- op uitnodiging van het kledingmerk G-Star tegen ‘de rest van de wereld’. Carlsen zat in een hotelkamer in New York aan een tafel, met een schaakbord en een schaakklok. Hij mocht met wit openen. Zijn zetten werden geanalyseerd door drie internationale grootmeesters. Sterke schakers dus. De coach van het wereldteam was Gary Kasparov. De drie meesters stelden hun tegenzet voor op het internet, en vervolgens mochten deelnemers uit de hele wereld stemmen op de zet van hun voorkeur. Deze werd doorgegeven aan een echte butler van vlees en bloed, die in de hotelkamer van Carlsen de zet op het bord uitvoerde.

De openingszetten verliepen rustig. Maar vervolgens ging het bergafwaarts met ‘de wereld’, en leidde de elfde zet tot een positionele verzwakking. Coach Kasparov vond eigenlijk dat de wedstrijd al gespeeld was na de 19e zet van Carlsen. Binnen een uur had Carlsen de wereld verslagen, daar komt het op neer. Dat er nog doorgespeeld werd tot de 43e zet was voor de statistieken, sponsor G-Star zal er geen bezwaar tegen hebben gehad, net zo min als al die schakers overal op aarde die de suggestie hadden dat ze mochten spelen tegen de beste schaker van de wereld. De wedstrijd werd live gevolgd door 40.000 toeschouwers.

In het vooraanstaande schakersweblog Chessvibes staat een verslag. Een van de grootmeesters, de Hongaarse Judit Polgar weet wel waarom het fout ging. “It was like cooking with too many chefs, who all wanted to use different spices.”

Dat is het dus. Met drie chef-koks in de keuken komen er misschien wel goede gerechten, maar niet een mooie maaltijd.

De verleiding om het volk inspraak te laten geven is groot, onder andere omdat het internet dit zo makkelijk heeft gemaakt. Maar het probleem is dat de meute geen geheugen heeft. Een meute denkt in hapjes en niet in een maaltijd, denkt aan zetten en niet aan een partij, denkt in momenten en niet in termijnen, denkt aan een tree en niet aan een trap.

Het is de paradox van de getrapte democratie met tussentijdse verkiezingen en polls die invloed hebben op de bestuurders. Drie grootmeesters die telkens weer hun zetten laten beoordelen door de achterban zijn zwakker dan iedere grootmeester afzonderlijk.

Dat internet is een mooi ding, maar soms zou je willen dat er minder gepolld en gestemd wordt.

Deze column is eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.