How to

Internet wil zelfstandige naamwoorden

  • Leestijd: 6 minuten

Om de internetsurfer op een website vast te houden is het belangrijk om rekening te houden met de manier waarop de surfer leest. Het belangrijkste advies: gebruik betekenisvolle zelfstandig naamwoorden. Wie weet wat een nón quai thao is of waarover de paragraaf gaat met het kopje ‘uitgangspunten’?

Woordherkenning

Het lezen van woorden is bij verreweg de meeste mensen geautomatiseerd. Dat betekent dat mensen woorden niet letter voor letter lezen, maar woorden in hun geheel herkennen. Lees onderstaand rijtje woorden eens door. Herken je het woord dat er staat?

  • vtoeabl
  • tvsieeilie
  • onrdmeneing
  • mcusial
  • wbsitee
  • itrenent
  • znisnsede
  • vrjaaderag

Dat gaat waarschijnlijk prima. Als de eerste en de laatste letter op de juiste plek staan, dan kan het ertussenin een rommeltje zijn, maar toch begrijpt de lezer wat er staat.

Patroonherkenning

Woorden herkennen we en iets vergelijkbaars gebeurt er bij groepen woorden. Om te beginnen even een kleine test. Hieronder staan 12 woorden. Lees ze eventjes door en probeer zo veel mogelijk woorden te onthouden.

Draad, speld, oog, naaien, scherp, punt, prik, vingerhoedje, garen, acupunctuur, pijn, injectie.

Lees nu verder met deze tekst en zorg dat je niet meer naar het rijtje woorden kijkt dat je zojuist hebt bekeken. Scroll bijvoorbeeld even door zodat de woorden niet meer in het beeldscherm staan. Dan volgen nu 4 vragen over de woorden die je net zag.

Vraag 1: stond het woord ‘vingerhoedje’ in het rijtje? Ja/nee
Vraag 2: stond het woord ‘naald’ in het rijtje? Ja/nee
Vraag 3: stond het woord ‘sla’ in het rijtje? Ja/nee
Vraag 4: stond het woord ‘draad’ in het rijtje? Ja/nee

Het bovenstaande experiment is in de jaren ’90 gedaan door Henry Roediger en Kathleen McDermott om aan te tonen hoe onze hersenen werken. Onze hersenen associëren patronen bij elkaar. Dus bij een rijtje als ‘kast’, ‘tafel’ en ‘stoel’ denk je al snel aan meubels. Bij woorden als ‘garen’, ‘injectie’ en ‘oog’ denken veel mensen aan een naald. Het woord ‘sla’ werd in het experiment meestal herkend als fout, maar een woord dat tot dezelfde categorie behoort, werd er door de proefpersonen amper uitgehaald. Bij Roediger en McDermott streepte 84% van de proefpersonen het woord ‘naald’ aan als een woord uit de lijst, terwijl woorden die er wel in stonden in 86% van de gevallen werden aangestreept.

Net zoals de letters ‘wbsitee’ in onze brein het woord ‘website’ doen oplichten, zo herkent ons brein in een reeks van woorden al snel een patroon. Straks volgt nog een test. Maar eerst een advies hoe er bij het schrijven van internetteksten met de patroonherkenning van lezers rekening gehouden kan worden.

Webteksten schrijven

Woordherkenning en patroonherkenning zijn voor lezers buitengewoon handig. Een lezer hoeft niet alle letters te lezen en hij hoeft niet alle woorden te lezen om de boodschap van een auteur te begrijpen. En sterker: om een tekst in zijn geheel te kunnen overzien, werkt het goed om de gehele tekst vluchtig te scannen. Veel bezoekers op internet lezen teksten niet nauwgezet, maar scannen op zoek naar patronen. Als de lezer dan dit soort woorden tegenkomt in een tekst: situatie, knelpunten, wettelijk kader, uitgangspunten, omwonenden, handhaafbaarheid, dan zal de lezer bij zijn zoektocht naar patronen niet bevredigd worden.

Hij zal hooguit denken dat hier sprake is van een ambtelijke tekst. Hij weet nog niet waar het over gaat. (Deze woorden komen uit de inleiding en de tussenkopjes van een beleidstekst van een Nederlandse gemeente). Beter is het om een internetpagina te vullen met betekenisvolle woorden: geluidsoverlast, fruitteelt, vogels, knallen, verjagen en omwonenden. Bij het tweede rijtje heeft de lezer waarschijnlijk meteen door waar het over gaat. Fruittelers verjagen vogels met apparaten die harde knallen produceren en omwonenden hebben daar last van. (Dit tweede rijtje woorden kun je maken als je de eerste drie pagina’s van de beleidstekst hebt gelezen).

Twitteraars weten allang dat woorden meteen de kern moeten raken. De beperkte ruimte van 140 tekens maakt van Twitteraars buitengewoon effectieve schrijvers. Wat te denken van een woord als ‘doeiajax’. Maakt meteen duidelijk dat het niet goed gaat met voetbalclub Ajax. (De ploeg werd de avond dat #doeiajax trending topic was op Twitter thuis met 0-3 ingemaakt door Real Madrid).

Specifieke woorden

Wat zijn nu betekenisvolle woorden? Je kunt woorden indelen in een glijdende schaal van meer algemeen naar meer specifiek. Een woord als ‘ding’ is behoorlijk algemeen. Dat kan specifieker. Bijvoorbeeld ‘gebouw’. En zo kun je een rijtje maken.

Ding – gebouw – woning – villa – villa met een oprijlaan – een huis aan de Cort van der Lindenlaan in Bussum (met een oprijlaan)

Woorden kunnen zo algemeen zijn dat ze zo ongeveer alles kunnen betekenen. Die woorden noemen we containerbegrippen of lege woorden. Het zijn woorden die naar zo veel kunnen verwijzen dat hun betekenis als het ware verdrinkt in een zee aan mogelijke betekenissen. Voorbeelden van dit soort woorden zijn: ‘ding’, ‘situatie’, ‘element’, ‘sfeer’ en ‘dimensie’. Tegelijkertijd kunnen woorden ook een buitengewoon specifieke betekenis hebben. Woorden kunnen enige tijd een specifieke betekenis hebben voor een specifieke doelgroep. Vaktaal is een voorbeeld van zulk specifiek taalgebruik. Denk aan een term als ‘invasieve soort’. Voor biologen geen probleem: een invasieve soort is een diersoort die zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft gevestigd.

Er zijn overigens meer voorbeelden van tijdsgebonden en doelgroepgebonden taalgebruik. Denk aan straattaal. Of aan het taalgebruik van jongeren. Zo was in mijn jeugd iets leuks ‘cool’. Voor mijn tijd was het ‘gaaf’ en nog eerder ‘mieters’. Na mijn tijd werd het ‘vet’. En nu is het weer iets anders. De nón quai thao is in Nederland niet bekend, behalve bij Vietnam kenners en mode-experts.

Lege woordenAlgemeen  SpecifiekJargon
Internetteksten
ElementKledingHoofddekselHoedVietnamese hoedNón quai thao

Concrete woorden

Een woord als ‘protestantisme’ is specifieker dan ‘christendom’. Maar ‘protestantisme’ is niet tastbaar. Het is een abstract begrip. Naast een indeling in algemeen en specifiek zijn woorden dus ook nog op een andere manier onder te verdelen: abstract en concreet.

 AbstractConcreet
AlgemeenGodsdienstKerk
SpecifiekNederlands HervormdWesterkerk in Amsterdam

Je kunt woorden indelen in een schema van concreet – abstract – algemeen – specifiek. Een voorbeeld van een specifiek en concreet woord of begrip is de Westerkerk. Deze kerk in Amsterdam is concreet. Hij staat in Amsterdam, vlakbij het Anne Frankhuis. Deze kerk is specifieker dan het meer algemene woord ‘kerk’. Beide woorden zijn overigens wel concreet. Het effect van algemene en abstracte woorden, zoals ‘godsdienst’, is anders dan het effect van een woord als ‘Westerkerk’. Concrete en specifieke woorden impliceren automatisch de meer algemene en abstracte termen. Dus als een schrijver een term als Wilhelmina Kinderziekenhuis gebruikt, dan roept dat automatisch allerlei andere woorden en associaties op. Het is een ziekenhuis, het gaat om gezondheidszorg, het gaat om kinderen. Het enige voorbehoud is dat de lezer het Wilhelmina Kinderziekenhuis wel een beetje moet kennen.

 AbstractConcreet
AlgemeenGezondheidszorgZiekenhuis
SpecifiekKindergeneeskundeWilhelmina kinderziekenhuis

De route werkt niet andersom. Als een schrijver begint bij een algemeen en abstract begrip als ‘humor’, dan kan dat allerlei associaties oproepen. Maar dan hoeft het niet per se te gaan om associaties die de schrijver van de tekst ook in gedachten heeft. Waar denk je aan bij humor? Aan Cliniclowns? Aan grappige tekenfilmpjes? Aan de Geinlijn van Max Tailleur (ja, die heeft ooit echt bestaan)? Aan Herman Finkers? Ik dacht zelf aan cabaretier Bert Visscher.

 AbstractConcreet
AlgemeenHumorCabaretvoorstelling
SpecifiekCabaretVoorstelling van Bert Visscher

Deze kennis over specifieke en algemene woorden brengt mogelijkheden met zich mee. Het verklaart waarom in teksten die lezers over het algemeen prettig leesbaar vinden, zo veel voorbeelden en concrete details staan. In een krantenbericht schrijven over een man die van een dak is gered, nadat het huis, inclusief het dak, door een tsunami in Japan naar open zee is gesleurd, dat is duidelijk. Dit detail impliceert veel. Het impliceert dat de tsunami een enorme kracht had. Het impliceert dat de reddingswerkzaamheden inmiddels op gang zijn gekomen. Het impliceert dat er slachtoffers zijn. Het impliceert hoop. Het zorgt ervoor dat lezers patronen kunnen zoeken en kunnen vinden.

De kracht van specifieke en concrete woorden

Nog een test om dit fenomeen te illustreren. Kijk naar onderstaand rijtje en schrijf dan op wat er is gebeurd:

  • op de grond leeg gegooide lades
  • papier op de grond
  • wapperende gordijnen
  • een openstaande buitendeur
  • glasscherven
  • een blaffende hond aan een ketting op het gras

En? Schrijf nu op een blaadje in één of enkele woorden wat er volgens jou is gebeurd. Dat je het patroon kunt herkennen komt doordat er gebruik is gemaakt van specifieke en concrete woorden. Als een auteur een loopje met de lezer wil nemen, dan kan hij gebruik maken van patroonherkenning. Dan kan hij met woorden een patroon suggereren dat er dan later niet blijkt te zijn. In thrillers en detectiveverhalen gebeurt dat wel eens.

Roman in 60 woorden

Lees onderstaande woordgroepen eerst maar eens door. Je hebt aan deze steekwoorden genoeg om het verhaal te volgen. Je hoeft dus de zinnen waar deze woorden uit komen helemaal niet te lezen. En zelfs een enkel typefout zal de begrijpelijkheid niet schaden.

1.
jurk
boeket
ring
sluier
receptie
feest

2.
speen
wieg
knuffel
luier
flesje
romper

3.
stilte
afstand
sherry
stofzuiger
overwerk
hond

4.
kniopog
tennisleraar
jarretel
afspraakje
bovenlijf
kus

5.
e-mail
verspreking
voicemail
sms’jes
cadeautjes
vragen

6.
op de grond leeg gegooide lades
papier op de grond
wapperende gordijnen
een openstaande buitendeur
glasscherven
een blaffende hond aan een ketting op het gras

7.
verhuizing
huilbuien
verhuisdozen
advocaat
gesprek
regeling

Als je deze 7 groepen van elk 6 woorden doorleest, kun je de samenhang te zien.

Advies

Lezers scannen teksten die ze lezen en zoeken dan naar patronen. Je kunt de lezer dan meteen al bedienen en al meteen informatie geven. Dat doe je door specifieke en concrete woorden te gebruiken. Je kunt de lezer nog meer helpen door in je tekst ook tussenkopjes te gebruiken en in die tussenkopjes geen algemene of abstracte woorden te gebruiken als ‘inleiding’ of ‘uitgangspunten’, maar meteen betekenisvolle woorden te gebruiken. Zo weet de lezer ook bij een vluchtige scan waar de tekst over gaat.