Gaat open content onze lesmethodes vervangen?

Als je wilt weten hoe je een appeltaart moet bakken, pak je dan een kookboek, of je mobiele telefoon? Als je wilt weten naar welk eiland Napoleon ook alweer verbannen was, zoek je dat dan op met Google of pak je een encyclopedie? Het moge duidelijk zijn: de meeste mensen kiezen voor Google, YouTube en Wikipedia. Is het dan niet vreemd dat de meeste scholen in het primair en voorgezet onderwijs nog steeds werken op basis van de lesmethodes van educatieve uitgeverijen?

OER en UGC

Je kunt je afvragen of deze manier van onderwijs nog wel van deze tijd is, en of scholen niet meer gebruik zouden kunnen en moeten maken van de grote hoeveelheid leerzame content die via internet gratis beschikbaar is. Dat dit geen bijster originele gedachte is, blijkt wel uit het grote aantal initiatieven op het gebied van Open Education Resources (OER) en User Generated Content (UGC). Om er een paar te noemen: Khan Academy, Listr, Edmodo, Wikiwijsleermiddelenplein, LessonUp, Wiskunjeleren, VO content stercollecties. Er is volop technologie en open content beschikbaar die specifiek op educatie is gericht. Die content is in veel gevallen gratis, of in ieder geval goedkoper dan de leermiddelen van educatieve uitgeverijen. Waarom maken scholen hier dan niet meer gebruik van?

IJsberg

Wat vaak vergeten wordt in discussies over open content in het onderwijs, is dat een lesmethode veel meer is dan een verzameling content. Een lesmethode kun je vergelijken met een ijsberg. Het zichtbare topje van de ijsberg wordt gevormd door de content: de teksten, de opgaven en de plaatjes in een boek of digitaal leermiddel. Maar net als bij een ijsberg onttrekt het belangrijkste deel van de lesmethode zich aan het zicht. Dat deel heeft te maken met het ontwerp van de methode, ook wel het learning design genoemd.

Wat is learning design?

Het learning design van een lesmethode zorgt ervoor dat alle leerdoelen in een logische volgorde worden behandeld. Het zorgt er ook voor dat de stof in de beschikbare lesuren behandeld kan worden, met een passende hoeveelheid huiswerk. Verder zijn in een methode inzichten uit gangbare didactische modellen verwerkt. Ook zijn er, met name voor het primair onderwijs, voorzieningen getroffen voor differentiatie. Hierdoor kunnen kinderen van verschillend niveau met dezelfde methode bediend worden. Bovendien zorgt een methode ervoor dat leerjaren goed op elkaar aansluiten, waardoor een klas in het volgend schooljaar de draad weer eenvoudig kan oppakken.

Puzzel

Al deze facetten vormen samen een complexe puzzel die door de uitgever in elkaar wordt gelegd. Als de puzzel eenmaal af is, zie je die complexiteit er niet meer echt aan af. Maar het is juist die puzzel en het onderliggende denkwerk die ervoor zorgen dat het concept ’lesmethode’ een succes is in onderwijsland. Door rekening te houden met de belangrijkste organisatorische, wettelijke en didactische kaders, wérkt een methode gewoon goed.

Kritiek

Toch uitten docenten en schooldirecties steeds vaker kritiek op de leermiddelen van de educatieve uitgevers. Niet alleen zijn ze volgens velen te duur, ze zouden ook overvol zijn, waardoor er weinig ruimte overblijft voor andere zaken in het lesprogramma, zoals excursies of projecten. Ook zijn de lesmethodes volgens sommigen als een net iets te comfortabele fauteuil, waardoor leraren achterover gaan leunen en slaafs de methode volgen. Vergelijkbaar met de automobilist die blind vertrouwt op zijn TomTom en daardoor eigenlijk niet meer weet waar hij rijdt.

Als we deze kritiek afpellen, dan lijkt de kern gelegen in de rolverdeling tussen school of leraar enerzijds en uitgever anderzijds. Doordat in een lesmethode veel is geregeld en vastgelegd, is de uitgever misschien iets teveel op de stoel van de leraar gaan zitten. En ook al heeft de uitgever eigenlijk gedaan waar de markt om vraagt, op termijn kan dit toch weerstand opwekken.

Open content

Deze kritiek wordt vaak gevolgd door een eenvoudige oplossing: waarom stappen we niet over op open content? Dat advies is logisch als je alleen kijkt naar het topje van de ijsberg. Het probleem is dat het deel ónder de waterspiegel daarmee nog niet is vervangen. Want waar lesmethodes als een totaaloplossing zijn ontwikkeld, is open content vaak veel losser en minder gestructureerd van aard, doordat het ontbreekt aan een verbindend learning design.

elearning_3

Als een leraar wil overstappen op open content, moet er opeens heel veel zelf uitgezocht en geregeld worden. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat alle leerdoelen worden behandeld, dat alles past binnen het jaar, dat leerjaren goed op elkaar aansluiten en dat er aandacht is voor differentiatie? Deze ingewikkelde vraagstukken belanden op het toch al overvolle bureau van de leraar.

De voor- en nadelen van MOOC’s

Er zijn ook voorbeelden waar open content wél succesvol wordt toegepast. Zie bijvoorbeeld het verschijnsel Massive Open Online Course (MOOC), dat we vooral in het hoger onderwijs tegen komen. In het hoger onderwijs zijn de cursussen vaak losse blokken die in beperkte mate afhankelijk zijn van de andere blokken. Daardoor leent het curriculum zich bij uitstek voor MOOCs, die zich doorgaans op één specifiek onderwerp richten.

Toch lijkt het verschijnsel MOOC alweer over zijn hoogtepunt heen te zijn en is er ook kritiek te horen op het versnipperde karakter ervan. Want ook in het hoger onderwijs is een curriculum toch echt meer dan de som van een aantal losstaande vakken. En dat is precies waar open content vaak tekort schiet.

User Generated Learning Design

Moeten we het idee van open content dus maar laten varen? Dat zou zonde zijn, want er liggen hier zeker goede kansen voor het onderwijs. En bovendien is daarmee de kritiek op de lesmethode niet weggenomen. De oplossing ligt volgens mij niet in de content zelf, maar juist in het learning design, ofwel het stuk van de ijsberg onder de waterspiegel. Educatieve uitgevers moeten zich realiseren dat hun toegevoegde waarde zich vooral daar bevindt, en dat daar dus ook de beste kansen liggen voor de toekomst. Scholen en leraren zullen zich meer bewust moeten worden van hun eigen verantwoordelijkheid op dit vlak en het learning design weer naar zich toe moeten trekken.

Ze hebben hier wel hulp bij nodig. Ik denk dat het mogelijk is tools en diensten te ontwikkelen waarmee leraren gefaciliteerd kunnen worden bij het maken van goed learning design. User Generated Learning Design dus, die de ruimte laat om content uit verschillende bronnen te benutten. Als we daarin slagen, kunnen we ervoor zorgen dat het onderwijs weer daar wordt vormgegeven waar het hoort: in de klas.

Afbeeldingen met dank aan Fotolia


4
0
0
0
4