Journalistiek in de Information Age: over waarheid & vertrouwen

Al jaren volg ik het werk van Duits mediafanaat Mathias Priebe op de voet. In een telefoongesprek van een paar uur vraag ik hem het hemd van het lijf. Want waar staan wij in Duits en Nederlands medialand in deze ‘information age’? Welke lessen uit het verleden sturen onze huidige koers bij? Mathias Priebe zit zeker 20 jaar in het vak onder andere als radioman, comedian en consultant. “Ik ben destijds het vak ingegaan omdat ik nieuwsgierig was naar de media en alles achter de schermen. Ik wilde weten hoe het feitelijk allemaal werkte.” Eén ding is duidelijk: Mathias en ik snappen elkaar.

De beste mensen uit het vak combineren theorie en praktijk

Mathias heeft veel verschillende mediafuncties op zijn conto staan. Zo had hij zijn eigen comedyshow The Roush & Prieb Show, werkte hij tientallen jaren voor de lokale en publieke radio en televisie in Oost-Duitsland – bijvoorbeeld voor Antenne Brandenburg, MDR 1 Radio Sachsen, Jump, MDR life, RBB/ORB Fernsehen en MDR Fernsehen – en schreef verschillende politieke analyses. De meeste mensen kennen hem als enker en reporter. De laatste jaren is hij vooral bezig met online consultancy.

“Ik begon achter de schermen en was ervan overtuigd dat ik een praktijkman was. Al doende zou ik leren. Door de jaren heen merkte ik hoe cruciaal de theorie eigenlijk is. Ook daar moet je in investeren. De beste mensen uit het vak combineren beide. Ik volgde een PR-studie aan de Deutsche Akademie für Public Relations, deed een vervolgopleiding voor journalisten, een Licentiatus rerum publicarum aan de Freie Universität Berlin en haalde tot slot een Master of Business Administration in Media Management aan de Steinbeis Hochschule Berlin, verbonden aan New York University en Stern School of Business.”

Ineens wordt de NATO stukken minder mysterieus

“Eén van de meest bijzondere en leerzame periodes uit mijn leven was toen ik onderzoek deed bij de NATO in Brussel. Dat was gedurende de oorlog in Kosovo en de eerste oorlog in het land dat toen nog Tsjechoslowakije heette. De NATO van toen verschilt van de huidige organisatie. Ik observeerde de manier waarop er in de meest vooraanstaande kranten ter wereld zoals The Guardian of de Duitse landelijke kranten schaamteloos propaganda voor die oorlogen werd gemaakt. Mijn observaties leverden mij twee conclusies op:

  1. Je handelt met mensen, zelfs bij grote wereldwijde vertrouwelijke organisaties zoals de NATO. Mensen nemen beslissingen, dus je bent afhankelijk van het menselijk vermogen en individuele vaardigheden. Ineens wordt de NATO stukken minder mysterieus.
  2. Destijds ontbrak er een heldere strategische communicatie-aanpak bij de NATO. De organisatie werd overrompeld door de media-aandacht. Zij waren op al die massale vragen over oorlog niet goed voorbereid. Er bleek een gigantische interesse te zijn in feitelijke informatie, maar ook in de standpunten van de NATO.

Zoals tegenwoordig had je tientallen ‘member states’, dus landen die lid waren van de NATO. De organisatie werkte met Media Opperations Centers en Public Affairs Professionals. Alastair Campbell die vooral bekend staat als adviseur van de Britse Premier Tony Blair, speelde een belangrijke rol in de leiding van die Media Opperations Centers. Natuurlijk kan ik meer betrokkenen noemen, maar dat is niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat de betrokkenen de berichten rondom de NATO zelf uit de media moesten halen, omdat zij niet direct geïnformeerd werden. Zij werden niet direct betrokken bij de manier waarop beslissingen tot stand kwamen. Zelf de media volgen om te weten wat er speelt omdat er geen interne communicatie is, is op z’n minst raar.”

Vraag niet naar de waarheid maar stel de juiste vragen

Laten we het perspectief omdraaien: journalisten hebben de taak om de propaganda rondom oorlog bijvoorbeeld door de NATO te doorzien. Hoe zit het met waarheid?

“Objectiviteit is er niet. Laat dat maar gaan. Daarnaast denken journalisten dat de waarheid afkomstig is uit de interne organisatie. Zij baseren hun verhaal op de quotes van woordvoerders. Natuurlijk is de woordvoerder degene die alle informatie binnen de organisatie verzamelt en kan er bij het doorgeven van die informatie een hoop ruis ontstaan. Ook zijn wij allemaal bekend met de verborgen agenda’s van individuen.

De waarheid is een puzzel en vergt veel meer dan de gewone hedendaagse journalistiek. Daarom moet je ook niet naar de waarheid vragen als journalist, ook niet in dit voorbeeld van de NATO. Het enige wat je kunt doen, is zo ‘goed’ mogelijk vragen stellen, op zoek naar alles wat achter die propaganda verscholen ligt. Datzelfde geldt vandaag de dag waarbij social media een onmisbare tool is voor de reputatiemanagement of crisismanagement van een organisatie. Loop je de berichtgeving na op social media, stel ook dan de juiste vragen.”

Ik stond erbij en ik keek ernaar

“Laat ik een politiek voorbeeld erbij pakken waar wij allemaal een mening over hebben: de oorlog in Afghanistan. Wie vraagt er waarom wij daar eigenlijk nog steeds zitten? Wie zet het in een breder kader en kijkt er naar al die verbanden? De Australische schrijver Phillip Knightly doet dat uitstekend in zijn boek The First Casualty. Hij kijkt naar hoe oorlogen sinds 1890 tot stand komen en constateert een paar schokkende zaken. Iedere keer wordt er maar over halve waarheden gesproken of compleet gelogen. Beslissingen of cruciale informatie blijven confidential. Tot slot het meest frappante: die oorlogen komen er omdat niemand er echt achter wil komen wat er nou wel aan de hand is.” Ik wijs Mathias op ons Nederlands gezegde: ik stond erbij en ik keek ernaar.

Vraagtekens durven te plaatsen

Mathias en ik spreken verder over berichtgeving en rectificaties. We nemen verschillende voorbeelden door van berichtgeving vóór en tijdens oorlogen en rectificaties jaren nadat die oorlogen voorbij zijn. “Als wij geluk hebben, worden foutieve berichten gerectificeerd, maar wie leest zo’n klein zielig en oenig berichtje nou op pagina zoveel? Mensen hebben misschien wel teveel vertrouwen in wat zij via de media voorgeschoteld krijgen. In tijden van oorlog geloven zij in die berichtgeving. Zij zien monsters in andere mensen. Natuurlijk gebeurt dat nog steeds in 2012, zeker omdat we steeds luier worden. We worden gebombardeerd door informatie. Wel moet ik hier een kritische kanttekening bijzetten: een hoop mensen willen tegenwoordig vraagtekens bij politieke systemen kunnen plaatsen of verder denken over diverse processen. Dappere journalisten durven hun werk opnieuw te evalueren. Individuen die hun wereldbeeld zelf willen funderen, kunnen dit makkelijker dan ooit doen door de digitale wereld.”

Omgaan met de ‘Information Age’

Over vraagtekens gesproken, heeft de media nog wel een toekomst nu iedereen online zijn of haar eigen uitgever kan zijn of burgerjournalist? Zo zien wij de afgelopen weken grote delen van het Nederlandse journalistieke landschap veranderen of verdwijnen, grotendeels doordat die mensen niet betaald kunnen worden. Veel informatie is online beschikbaar of wordt kosteloos aangeboden. Boven alles mijn grootste persoonlijke zorg: sneeuwt kwaliteit onder in die massa of komt het toch vanzelf bovendrijven? “Ach, ik heb natuurlijk niet alle antwoorden. Wij zitten midden in die complete hervorming. Een paar zaken:

  1. Zelfs in de huidige periode waarin wij leven, is de groep met een sterke intrinsieke motivatie miniem maar daarmee niet minder noodzakelijk. Ik geloof dat deze groep nog steeds tegenwicht biedt aan de mensen die instappen, omdat het zo eenvoudig is om in te stappen.
  2. Die information area gaat niet verdwijnen, dus deal with it. Gefrustreerd dat je niet alles kunt volgen of weten? Het zij zo. Er zitten eenmaal 24 uur in een dag. Ik geloof ook dat mensen daar tegenwoordig steeds assertiever in worden en dat is een goede zaak.
  3. Sommigen spreken over een social media-revolutie maar dat vind ik klinkklare onzin. Een revolutie is iets dat je niet had kunnen voorzien. Mobile en social media lagen al jaren in de dop.
  4. Weg met die achterhaalde vakopleidingen waarbij je je terecht afvraagt wat die diploma’s betekenen en wat die mensen in het werkveld doen. Een goed aangeschreven opleiding, talent, personal interest en passie zijn slechts de basis om de toekomst in te gaan.
  5. Alle oude business modellen zullen nog verder worden aangescherpt. Denk aan copywright, advertenties, social media en pay for what you consume. New York Times is er al mee begonnen. Willen consumenten voor informatie betalen? Ik geloof het wel.
  6. Toen de televisie kwam opdagen, dachten wij dat radio zou verdwijnen. Toen het internet kwam, dachten wij dat de televisie en radio zouden verdwijnen. Je houdt dat. Ik geloof dat radio, televisie, internet, boeken en e-books gewoon blijven bestaan. Kwaliteit en onzin worden daarmee vanzelf zichtbaar. Het allerbelangrijkste is vertrouwen. Als consument kiezen wij welke media ons vertrouwen waard is en daarmee ook wat wij als kwaliteit bestempelen en welke spelers ertoe doen.”

Vertrouwen. Met dat woord hang ik op en mag ik op naar de bakken werk die op mij liggen te wachten. Ik blijf me verwonderen.

Interessant?

Lees dan ook onze andere artikelen over , , , , , , , , , .

Reacties

  1. Toen ik in de tachtiger jaren in de PR ging werken dacht ik dat 95% van wat in kranten en andere media werd geschreven en verteld waar was. Nu weet ik dat circa 50% feitelijk onjuist is. Dus heb geen vertrouwen in het waarheidsgehalte van de media. Ik denk dat dit percentage verder gaat zakken nu het infotainment almaar toeneemt. Bij de social media mag je alleen concluderen dat er rook is als je rook ziet. Speculeren op de aanwezigheid van vuur is echt uit den boze!

  2. Interessant artikel. Door de overflow, of zo je wilt overkill, aan informatie denk ik eigenlijk dat iedere nieuwsconsument een soort bureauredakteur voor zich zelf wordt of moet worden. Het internet biedt daar alle mogelijkheden toe. Veel op Internet wordt nagekakeld, ook door journalisten. Je moet zelf op het internet op ” onderzoek ” uit. En dat is een goede ontwikkeling. Het is niet dat ik journalisten niet vertrouw, maar velen zijn gewoon lui.

  3. Heren, veel dank!

    OK, dit is de enige keer dat ik dit ga doen. Lieve Frankwatching-teamleden: beloofd. Het spijt mij en vergeef mij. ;) Zie het artikel ‘Schrijven mag weer!’ bit.ly/GX9EsC Ik quote:

    “Naar mijn mening is de tijd van vrijblijvend schrijven voorbij. De nieuwe media zijn bekend. Ze komen en gaan. Daar kijkt niemand meer van op. Ze inhoudelijk sterk invullen, daar zal het om gaan. Actie en reactie uitlokken. Dat lukt minder goed met gezellig schrijvend vlakken vullen (of vrijblijvend twitteren). Daarvoor moet je het klappen van de zweep kennen. Copywriters hebben die kennis. Dus school jezelf door opvallende campagnes te doorgronden. Door je af te vragen waarom sommige campagnes intrigeren en beklijven. Wat origineel is en wat niet. Waarom je dat fantastische idee niet zelf verzonnen hebt. Lees meer. Ga naar een kunst- of wat voor academie. Duik in de boeken. Of loop gewoon een communicatiebureau binnen en bezet een stoel (ze zijn gekkere dingen gewend). Het loont om die stap te maken. Want copywriting heeft de toekomst.”

    Ook dat heeft te maken met de huidige journalistiek. Het is onderdeel van ons landschap, met alle plussen en minnen van dien. Om dan ook te reageren op dit stuk:

    #Melikesomuch. Zo is het en niet anders. Schrijven is een ambacht en voor een specialisatie leg je geld neer. Ja, zelfs in copy paste-tijden, een oneindige zee met letters en een uitgeschoten anti-analfabetisme (copywright woord: Dina-Perla).

    De medaille heeft twee kanten, hoe goed de mogelijkheden van onze digitale media ook zijn en hoeveel bestaansrecht die ook hebben. Laten wij ons daar in ieder geval van bewust zijn.

  4. Als iemand met enige ervaring in journalistiek en PR, zal ik kort reageren. Dat er te weinig journalistieke research wordt gedaan, als dat al waar is, zou een paar redenen kunnen hebben. 1. Oude media willen schijnbaar nog concurreren met het nieuws via de nieuwe media en dus worden onder tijdsdruk minder feiten gecheckt en meer meningen en emoties weergegeven. Dit zorgt mede voor de statusverlaging van journalisten de afgelopen jaren. 2. De nieuwe verdienmodellen voor online media bieden hiervoor nog minder financiële ruimte dan de oude, uitzonderingen daargelaten. Experimenten met donaties blijven vaak kleinschalig of ze worden de nek omgedraaid als ze te succesvol zijn. 3. Internet biedt meer mogelijkheden en veel (on)geautoriseerde bronnen, wat het aanbod veelzijdiger maar de selectie en de verificatie van feiten stukken moeilijker. Niet elke journalist heeft hiertoe de (digitale) vaardigheden en de capaciteiten. 4. De toegenomen macht van PR-bureaus die het nieuws steeds meer bepalen. Zo zijn er diverse dictators die hiervan gebruikmaken en zijn er in Nederland meer PR-mensen dan journalisten. Misschien wordt het tijd dat schrijvende PR-mensen meer journalistieke verantwoordelijkheid nemen. Denk ook aan de trend van hernieuwde onafhankelijkheid binnen de bedrijfsjournalistiek. 5. Het geestelijk achter de dijken wegkruipen van veel burgers in reactie op de grote en meer complexe maatschappij waarvan ze nu bewust deel uitmaken. Deze mensen willen nieuws op hoofdlijnen en dat wordt geleverd. Ook al is er veel meer over te vertellen.

  5. Johan, veel dank. Wat vinden de andere lezers?

    Dan iets anders: heeft iemand al het woordspel ontdekt? Blijf maar wachten maar geen reactie. Copyright + Copywriter = … ;)

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

Verschijnt je reactie niet, dan is deze mogelijk in de spam terechtgekomen. Mail ons dan even!