Reportages

Social media & sport: persoonlijkheid belangrijker dan sportprestatie?

0

Op dinsdag 10 juli 2012 ben ik aanwezig geweest in Het Kasteel van Sparta bij de 10e editie van SMC010 over sport en social media. Een geheel uitverkochte avond nadat het initieel aantal beschikbare kaarten van 40 zelfs  tot tweemaal toe verhoogd is.

De avond is gefilmd door Moviebites die in onderstaande video een sfeerbeeld van de avond hebben weergeven.

De avond werd geopend met een column van Peter de Koning, muzikale & historische journalist bij Teps, gevolgd door de keynote van ex-profschaatser Ben van der Burg. Voordat de avond afgesloten werd met een borrel, vond er een paneldiscussie plaats waarbij Ben van der Burg, Hoofd Uitgever Sport bij Sanoma, Jan Paul de Wildt, ex-profwielrenner, John den Braber en Peter de Koning in het panel plaatsnamen. Na de sessies ben ik met de heren gaan zitten en heb hen een aantal vragen voorgelegd.

Traditionele versus nieuwe media

Als echte Rotterdammer en voetballiefhebber is Peter de Koning Sparta supporter in hart en nieren. Zijn column beschrijft dan ook de voetbalcarrière van Bok de Korver. Bok schopte Sparta in de periode van 1909 tot 1923 tot maar liefst vijf keer landskampioen. Waar Peter in zijn column naar toe gaat, is het volgende vraagstuk: ‘wat als Bok de Korver in zijn tijd beschikking had gehad over social media-kanalen zoals Twitter en Facebook?’ Zouden we nu dan veel meer weten over zijn achtergrond, hobby’s en eventueel zijn huwelijk? Het had hem een gezicht gegeven, iets dat ons nu interessant lijkt. Maar waarom eigenlijk? Waarom gaat het niet meer alleen om de sport, de liefde en passie van de sport, en de pure emotie? Waarom zit er vandaag de dag een bepaalde sensatiebelustheid verweven in en rondom sport?

Peter geeft terecht aan dat media altijd gekleurd zijn, ongeacht oude of nieuwe media. Alleen bij de traditionele media weet je vaak van tevoren met welke kleur je te maken hebt en dus in welk licht iets geschreven hebt. Bij de nieuwe media is dit vaak veel minder duidelijk. De valkuil zit daarnaast volgens hem in het feit dat lezers nu eenmaal meer geïnteresseerd zijn in sensatie en dat beide soorten media zich hier steeds vaker door laten leiden. Deze valkuil is groter voor nieuwe media omdat je sneller kan zien wat er populair is en daar dan ook weer sneller op in kan springen. Traditionele media zijn in zijn ogen nog steeds een autoriteit en een deel van hun bestaansrecht zou met name moeten liggen in de verdieping zoals achtergronden en opinies. Jan Paul beschrijft dit als het feit dat media zich meer moeten gaan richten op storytelling. Hiermee wordt bedoeld dat in plaats van puur informatieve verslaggeving de media verhalen gaan vertellen en de lezer als het ware meenemen in hun verhaal met behulp van achtergronden en opinies. Media die zich echt richten op opinieduiding en achtergronden zullen blijven bestaan en dat is wellicht slechts de helft van de nu bestaande media.

Peter geeft aan dat de kracht van de traditionele media nog steeds in het principe van hoor en wederhoor moet liggen. Dit gebeurt niet in de social media.  Hoor en wederhoor is voor de traditionele media dan ook vaak de vertragende factor waardoor ze minder snel kunnen inspringen op trends. Hierdoor is de valkuil voor hen wellicht minder groot. Toch zie je ook bij de traditionele media langzaam ook de beweging naar meer sensatiegedreven beweging ontstaan. Volgens Peter kunnen traditionele en nieuwe media niet zonder elkaar en moeten ze manieren vinden om elkaar juist te versterken.

Spreekverbod voor sporters

Jan Paul de Wildt onderschrijft dit en geeft aan dat met name Twitter een grote concurrent is geworden voor nieuwsorganisaties. Veel mensen zien Twitter als primaire nieuwskanaal. Jan Paul geeft aan dat de traditionele nieuwsvoorziening wordt versterkt door de content van bijvoorbeeld de sporters zelf tijdens een evenement zoals het EK of de Olympische Spelen. Het probleem ligt wel in het feit dat er geen goed businessmodel achter te hangen is en dat het voor een commerciële nieuwsorganisatie zoals NU.nl niet te vercommercialiseren is. Daarnaast speelt er tegenwoordig een ander probleem; organisaties zoals het IOC leggen sporters een beperking op tijdens het evenement ten aanzien van het Twitteren of het doen van persoonlijke verslaglegging middels social media-kanalen.

John den Braber, zelf deelnemer aan de Olympische Spelen van 1992 en van 2000, moest in Twitter zijn meerdere erkennen en stopte, op aanraden van zijn werkgever vanwege overmatig gebruik, twee weken cold-turkey met Twitteren. Na deze mini-Twitter-sabattical merkt hij dat hij minder krampachtig met het medium om kan gaan. Een kracht van social media in de sport is dat we tegenwoordig veel dynamischer kunnen meten. Door het gebruik van apps zoals Nike+ en Runkeeper kun je dynamisch je sportprestaties bijhouden. Door deze prestaties te delen via Twitter merk je als sporter dat je ook anderen, bijvoorbeeld je Twitter volgers, kunt motiveren om te starten met sporten.

Sport twitter birdEchter; als John nu als sporter in het Olympisch dorp plaats zou nemen, dan zou hij zeker het gevoel hebben dat Twitter hem zou afleiden. Misschien wel teveel in verhouding tot de sportieve prestatie die er geleverd moet worden. In dat opzicht heeft hij begrip voor de regelgeving van het IOC omtrent het toepassen van social media. Ook geeft hij aan dat dit helemaal niet zoveel afwijkt van de manier waarop dit ging toen hij Olympisch sporter was; toen moest je ook een convenant tekenen bij acceptatie van deelname aan de spelen dat je geen column mocht schrijven en niet eigenhandig foto’s mocht plaatsen. Hetzelfde principe dus alleen nu ten aanzien van een ander medium. Jan Paul is het hier niet mee eens en geeft aan dat het afwachten is op de eerste sporter die hier een rechtszaak over aanspant.

Persoonlijkheid boven sportprestatie?

Succes gaat volgens Jan Paul tegenwoordig veel verder dan alleen het behalen van goud, zilver of brons. Het is belangrijk dat je een persoonlijk profiel hebt als sporter. Niet alleen is dit fenomeen veroorzaakt door de komst van social media; dit is het tijdperk van de iconisering, ook van sporters. Een gebrek aan een persoonlijk profiel wordt in de social media ook juist pijnlijk blootgelegd. Volgens Jan Paul wordt 70% van de succesfactor van een sporter bepaald door de sporter zelf. Het gaat om storytelling en dit is niet voor alle topsporters weggelegd. De commerciële waarde van een sporter wordt bepaald door zijn persoonlijkheid. Het draait nog steeds wel om de sportieve prestatie maar het ‘verkapitaliseren van je persoonlijkheid’ wordt steeds belangrijker.

Ben is het hier, fundamenteel, niet mee eens. Zijn keynote begon dan ook met de vraag wie nog weet wat zijn droom was toen hij 8 jaar oud was. Nog belangrijker, wie hebben deze droom ook kunnen verwezenlijken? Dit geldt zeker voor sporters, je bent jong en je hebt een droom. Je wilt topsporter worden en daarbij moet het gaan om de sportprestatie. Het behalen van goud, zilver of brons dat is het doel en dat zou het doel moeten blijven. Je kunt niet jezelf blijven want het bedrijven van topsport verandert je. Of je het nu wilt of niet. Tegenwoordig lijkt marketing belangrijker dan gewoon een goede prestatie leveren. Ben trekt de lijn door naar het bedrijfsleven en geeft aan dat marketing tegenwoordig belangrijker lijkt dan een goed product of het leveren van goede service. De sport is maakbaar geworden.

Ben beschrijft drie fasen waarin een topsporter zich kan bevinden

  1. Bewust onbekwaam: vaak zijn sporters nog jong in deze fase. Het draait nog om de sportprestatie. Ze winnen dankzij de jonge energie die ze nog hebben en door de onwetendheid. Door Ben ook wel jonge spirit genoemd.
  2. Bewust bekwaam: het sporten draait niet meer sec om de sportprestatie maar het draait in deze fase met name om het meten en raten, het analyseren van de prestaties en daarop anticiperen. Sporters zijn in deze fase bewust met de sport bezig. Voor veel sporters start hiermee ook de profilering op social media kanalen. Het wordt belangrijk voor ze om in de hand te houden hoe ze overkomen en ze gaan hun persoonlijkheid creëren. Een voorbeeld van een sporter die zich in deze fase begeeft is Cristiano Ronaldo.
  3. Onbewust bekwaam: het is net als autorijden, je bent er niet meer bewust mee bezig dat je een auto aan het besturen bent. Je rijdt gewoon. In deze fase laat je de drang om een personality te willen zijn los. Dan ben je het. Volgens Ben komt Sven Kramer dicht tegen deze fase aan omdat hij heel authentiek en natuurlijk is.

Sociale interactie voor iedereen?

Sport-social mediaDe maatschappij is veranderd en traditionele en nieuwe media zoeken naar wegen om naast elkaar bestaansrecht te hebben. De lezers zijn steeds meer sensatiebelust en beide media neigen ernaar om daarop in te springen. Het principe van hoor en wederhoor dat nog steeds voorop zou moeten staan bij traditionele media, wordt niet doorgevoerd bij nieuwe media. Bij topsporters is eenzelfde beweging zichtbaar, waarbij persoonlijkheid soms belangrijker lijkt dan de sportprestatie die geleverd wordt. Bij sporters kun je onderscheid maken in drie fasen: van onbewust bekwaam tot bewust bekwaam naar onbewust bekwaam, waarbij de laatste fase voor slechts een enkele sporter echt weggelegd is.

Jan Paul geeft aan dat de mate van en de mogelijkheden tot sociale interactie in de media natuurlijk ook geheel ligt aan het soort merk waarmee je te maken hebt. Bij NU.nl gaat het met name om de verslaggeving van het nieuws op een neutrale en volledige wijze. Hierbij zal de sociale interactie minder centraal staan. Deze vergelijking zal wellicht ook bij sporters op gaan.

Wat vinden jullie? Lenen sommige sporten of sporters zich nu eenmaal meer voor sociale interactie dan anderen?