Columns

Privacy op internet, dat is zó 1993!

  • Leestijd: 6 minuten

De eerste consumenten in Nederland betraden het internet in 1993. Kinderen van vandaag groeien op zonder enig besef van privacy. Zij weten straks niet wat het is om onbespied te zijn, zonder vastgelegde en geanalyseerde gedachten. Is er nog een weg terug?

Vrijheid & privacy: onmisbaar voor je ontwikkeling

Zes maanden verlof brachten mij het afgelopen half jaar op de mooiste plekken van de wereld. Zo kwam het dat ik begin december, zittend op de vloer van een open hut in de mangroves van een vrijwel onbewoond eiland voor de kust van West Papua, een ultiem moment van alleen-zijn ervoer. Geen vliegtuigen of auto’s, geen stromend water, geen elektriciteit, geen Westerlingen, geen enkele vorm van moderne communicatie.

Vanzelfsprekendheid

Een paar maanden later op zondagavond 2 maart kijk ik naar Tegenlicht, terwijl ik me mentaal voorbereid om de volgende ochtend weer voor het eerst aan het werk te gaan. Tegenlicht vraagt zich af, of wij de laatste generatie zijn die privacy en vrijheid als vanzelfsprekend hebben ervaren. We lijken ons niet meer te kunnen bewegen, surfen, communiceren of boodschappen doen zonder dat alle data geregistreerd, opgeslagen en geanalyseerd wordt.

big data groei

Fundamenteel mensenrecht

Met mijn ultieme vrijheidsbeleving nog vers in het geheugen, blijft de vraag mij na die uitzending bezighouden. Alleen-zijn is cruciaal om te bepalen wie je bent en wie je wilt zijn. Daarom is privacy een fundamenteel mensenrecht. Maar de kinderen van vandaag groeien op zonder enig besef van privacy. Zij weten straks niet wat het is om onbespied te zijn, zonder vastgelegde en geanalyseerde gedachten. Kunnen wij nog ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens verblijven en ons volledig afzonderen zónder dat we daarvoor naar een onbewoond eiland moeten?

Big data are following me

Het valt toch allemaal wel mee, dacht ik lange tijd. Maar als ik me begin te realiseren hoeveel data bijvoorbeeld Facebook en Google van mij in handen hebben, begint het toch een beetje ongemakkelijk te voelen. Google kent mijn surf- en zoekgedrag, weet waar ik ben (ik heb een Android telefoon) en wie ik waarover e-mail. Google weet welke video’s ik bekijk.

Ademhalen

Recent kocht Google slimme thermostaatmaker Nest Labs. Als ik Nest thuis installeer, weet Google dus ook wanneer ik de wasmachine aanzet, wanneer ik thuis ben of niet. Als Google straks ook een bedrijf als Sleep Number koopt, fabrikant van smart bedden, weten ze ook hoe lang ik slaap, hoeveel ik beweeg, hoe ik ademhaal en hoe mijn hart slaat. En misschien wel wat ik droom?

Volledig profiel samenstellen

Met al die data kan één enkel bedrijf een volledig profiel van mijn gedrag samenstellen. Wat zou er met al die informatie gebeuren? Mijn ‘big data’ kan verkocht en gebruikt worden om commerciële boodschappen op maat te snijden en op maat aan te bieden. Maar naast advertising, zijn ook voorspellingen mogelijk over ons leven. Facebook liet met hun Valentijnsactie zien dat het met grote precisie kan voorspellen hoe lang je relatie zal duren.

Konferenzraum

Foto: © gewitterkind – Fotolia.com

Verzekeringsmaatschappijen

Berekent Facebook straks met even grote nauwkeurigheid hoe groot het risico is dat ik een ongeluk krijg? Hoe groot de kans is dat ik ouder dan 80 jaar word? Na de overname van WhatsApp weten ze ook met wie ik wanneer contact heb en hoe dat verschilt van het contact binnen Facebook. Wat als Facebook data verkoopt aan verzekeringsmaatschappijen? Mag dat? Hoe meer ik me verdiep, hoe meer me duidelijk wordt: nee, het valt helemaal niet mee!

Wij zijn het product

Alle data die ik in de laatste jaren aan Silicon Valley gaf in ruil voor gemak, kan ooit op een dag tegen mij gebruikt worden. Weten wij met zijn allen eigenlijk wel hoe hoog de prijs is die we op lange termijn betalen voor het gebruik van deze diensten? Google, Facebook, Twitter: het is niet gratis. Wij zijn het product, onze levens het betaalmiddel.

Beschermen van je privacy

Data is dus veel waard. Niet voor niets investeren de techreuzen flink in veiligheid om zich te wapenen tegen hackers. Maar, nadat Edward Snowden de wereld in juni 2013 wakker schudde met bewijs van de spionageactiviteiten van het National Security Agency (NSA), vraagt Silicon Valley zich nu af of ze zich bij het beveiligen van hun data moeten richten op criminelen of op hun eigen regering.Op 13 maart vond ik een statusupdate door Facebook CEO Mark Zuckerberg, waarin hij een kritische oproep doet aan de Amerikaanse regering om transparanter te zijn over wat zij doen, omdat mensen anders de ergste dingen gaan geloven. Zelfs de telefoon van Angela Merkel is gehackt.

Balans tussen privacy & veiligheid

Onze data kortom zijn – al dan niet vrijwillig – niet alleen beschikbaar in Silicon Valley in ruil voor gemak, maar óók benaderbaar door de inlichtingendiensten. En daar openbaart zich een parallelle discussie met privacy als scharnierpunt. Hier gaat het over de balans tussen privacy & veiligheid. De afgelopen maand kwam deze discussie in een stroomversnelling. Edward Snowden sprak begin maart via videoverbinding op het SXSW festival in Texas en dinsdag 18 maart was hij via een telepresence robot spreker op de dertigste TED conferentie in Vancouver. Tim Berners-Lee (uitvinder van het Internet) sprong na afloop van het interview op het podium, gaf Snowden een virtuele high-five en noemde hem een held.

[ted id=1950]

Een geïnformeerde discussie voeren

Twee dagen na het interview met Snowden, was het TED-podium aan de adjunct-directeur van de NSA, Richard Ledgett. Ondanks het zéér kritische, voornamelijk pro-Snowden publiek, eindigt het interview met een staande ovatie voor Ledgett. De NSA topman pleit voor een geïnformeerde discussie: een op basis van de feiten en niet op basis van de halve waarheden en verdraaiingen, waarvan hij Snowden beschuldigt.

[ted id=1952]

Transparantie voor effectieve controle

Held of roekeloze individualist, voor één ding moeten we Snowden dankbaar zijn. Hij heeft een wereldwijde discussie op gang gebracht over de balans tussen geheimhouding en transparantie als het gaat om inlichtingendiensten. Ledgett geeft in zijn talk aan, dat NSA mogelijk transparantierapporten gaat uitbrengen waaruit moet blijken hoeveel surveillance er uitgevoerd wordt.

Verantwoord

Een positieve ontwikkeling: meer transparantie is nodig voor effectieve controle. De Nederlandse Stichting Bits of Freedom, die digitale burgerrechten verdedigt, omschrijft het krachtig: “Wat jij doet op internet is jouw zaak. En als het al nodig is dat de overheid meekijkt, dan moeten we ook zeker weten dat dat écht nodig is en dat dat op een verantwoorde manier gebeurt.”

Regie in handen nemen

Inmiddels heeft Obama de leiders van de grote techreuzen gesproken op Het Witte Huis. Op 21 maart mochten de bazen van o.a. Facebook, Netflix, Google en Dropbox hun bezorgdheid uiten over de toezichtprogramma’s van de overheid. Prettig hoor, dat de Mark Zuckerbergs van deze wereld een vuist maken. Maar, zolang de regels die bepalen hoe bedrijven op internet met onze gegevens om mogen gaan geen update krijgen, kunnen we de regie over onze data toch het beste in eigen handen nemen. Diensten als Datacoup springen in op deze behoefte.

Geen vertrouwen meer in het internet

De twee parallelle discussies drukken zwaar op het vertrouwen in het internet. Doordat de werkzaamheden van inlichtingendiensten niet transparant zijn en de regels over het gebruik van Big Data door bedrijven vaag is, voelen we ons niet veilig. Euro Commissaris Neelie Kroes zei het op de CeBIT Tech fair in Hannover op 10 maart: “Miljoenen mensen over de hele wereld hebben geen vertrouwen meer in het internet.”

Vrijwillig data delen

Zonder vertrouwen zijn we niet bereid om innovaties of nieuwe diensten te omarmen. Kijk maar naar de storm van kritiek toen ING bekend maakte dat het bij akkoord van de klant zijn betalingsdata wil gebruiken om concurrerende aanbiedingen te doen. Collega Menno van der Steen schreef het al eerder: voordat bedrijven met data naar derden stappen, zullen ze eerst de waarde en het gemak ervan toegankelijk moeten maken voor klanten zelf. Op termijn zou de consument dan zelf gaan inzien wat de toegevoegde waarde is om – vrijwillig – meer data te delen.

Afstand nemen van innovatie

Zolang er geen begrip is en geen nieuwe regelgeving, blijft het vertrouwen afnemen. Dat belemmert de evolutie naar ‘The Internet of Things,’ waarin alle apparaten smart worden, data opslaan en met elkaar kunnen uitwisselen. Het zou ons leven zoveel gestroomlijnder en slimmer kunnen maken. Een prachtige ontwikkeling, die ons op den duur misschien wel gezonder maakt en langer doet leven. Maar als wij ons onveilig voelen omdat we niet weten wat er met onze data gebeurt, zullen we ons distantiëren van verdere innovatie en virtualisering. In dat scenario, zullen consumenten nieuwe diensten niet meer omarmen. Dan schrijven we kansrijke ideeën voortijdig af en durven we straks niet meer online te winkelen.

bigdata

Out of control?

Als internetvrijheid niet zeker gesteld wordt en het vertrouwen niet herstelt, koersen we af op een wereld waarin we het Internet straks alleen nog durven gebruiken voor onschuldige bezigheden, omdat privacy en veiligheid totaal out of control zijn.

Laten we de discussie over dit onderwerp voeren, zodat de druk richting politiek verhoogt. Zodat onze fundamentele vrijheden niet ter discussie staan. En het Internet zich ontwikkelt tot een plek groter en waardevoller dan ooit tevoren.

Het vertrouwen in het internet staat onder druk. Werkzaamheden van inlichtingendiensten zijn niet transparant, de regels over het gebruik van Big Data door bedrijven vaag. Koersen we af op een wereld waarin we het Internet straks alleen nog durven te gebruiken voor onschuldige bezigheden, omdat privacy en veiligheid totaal out of control zijn? En onze kinderen opgroeien zonder dit fundamentele mensenrecht?