Boekrecensies

Je creativiteit hervinden in een hyper-connected maatschappij

  • Leestijd: 6 minuten

In de film Lucy zien we Scarlett Johansson in duizelingwekkend tempo slimmer, sterker en onmenselijker worden. Dat is het gevolg van een drug, waardoor ze steeds meer van haar hersenen kan gebruiken. Met elke 10 procent extra capaciteit komt Lucy in een nieuwe fase terecht. De film werkt het idee uit dat wie meer en sneller informatie kan verwerken, slimmer en creatiever is. Het is een verhaal dat lijnrecht tegenover Too Fast To Think van Chris Lewis staat. Een boek dat tot doel heeft onze creativiteit te vergroten: how to reclaim your creativity in a hyper-connected work culture.

We hebben behoefte aan nieuwe oplossingen voor oude problemen. Of het nu gaat om de opwarming van de aarde, de transitie naar een duurzame samenleving of de concurrentie met lagelonenlanden – Chris Lewis heeft het idee dat creativiteit essentieel is om een gezonde samenleving te scheppen. Hiervoor is het noodzakelijk dat we de tijd nemen om inspiratie te vinden. Met Too Fast To Think (aff.) wil hij de maatschappij tot rust manen.

Lewis is oprichter van LEWIS, een communicatiebureau dat over de hele wereld actief is. Zoals veel boeken die geschreven zijn door ondernemers, verkoopt Too Fast To Think vooral een mening. En Lewis heeft niet alleen een mening, hij is een man met een mening op een missie. Ons huidige gebruik van technologie maakt meer kapot dan hem lief is. Met anekdotes, wetenschappelijke onderzoeken en individuele observaties van hemzelf en zijn gesprekspartners, illustreert hij de effecten van onze always on-samenleving. Als tegengif houdt hij een pleidooi voor wat hij benoemt als de 8 eigenschappen voor creativiteit, afgekort tot een acroniem: QED3RPT.

  • Quiet: vind de kalmte in de drukte
  • Engage: geloof in jezelf
  • Dream: probeer te dagdromen
  • Release: je kunt niet alles doen
  • Relax: focus op autonomie en beheersing
  • Repeat: verbreek de routine en experimenteer
  • Play: gesprekken kunnen speels zijn
  • Teach: wie anderen iets leert, leert zelf het meest

Competitie?

Wat Lewis precies onder creativiteit verstaat, houdt hij bewust in het ongewisse. Het onderscheidt ons in zijn ogen in ieder geval van de rest van het dierenrijk:

We have powerfull imaginations and seemingly boundless powers of creativity.

Om deze bronnen goed te kunnen gebruiken, moeten we meer vertrouwen op onze intuïtie. En die zit, zo betoogt Lewis gedurende het hele boek, in onze rechterhersenhelft. Misschien niet fysiek, maar dan toch zeker als proces.

Ons denken en handelen is volgens Lewis in twee overzichtelijke modi verdeeld. Er zijn de analytische linkerhersenhelft-processen, en die zijn slecht. En je hebt de creatieve rechterhersenhelft-processen, en die zijn goed.

…a new wave of creativity is needed now to reassure markets and investors that it is safe for innovation to return (the issue of trust – a right brain process, if ever there was one).

Angst daarentegen is naar zijn idee een typisch linkerhersenhelft-proces, dat onze creativiteit ernstig in de weg zit.
MetrostationHet boek zit vol met tegenstrijdigheden, die niet opgelost worden. Lewis betoogt dat competitie leidt tot meer en betere creativiteit. De architectuur in de Chinese steden roemt hij als voorbeeld. Maar is dat niet juist de plek waar het ‘too fast to think’ is? Jazeker, daarom vinden creatieve mensen afzondering zo belangrijk.

The further away you get, the better a creative you can be“, citeert hij met instemming filmmaker Tony Palmer. Palmer is een van de vele geïnterviewden, die in aparte intermezzo’s aan het woord komen. Als competitie echter tot betere creativiteit leidt, waarom houdt Lewis dan zo’n groot pleidooi voor een warm bad en andere plekken waar je alleen bent?

In the great places of endeavour, at work, at university, in the lab, people are not coming up with ideas.

Ik had graag gelezen hoe de gezonde competitie zich verhoudt tot zijn boodschap dat alles langzamer moet. Hoe pas je de QEDRP3T toe?

Grasduinen in het werk van anderen

Lewis heeft, zoals al eerder gezegd, een mening. Boeken zijn goed. Lezen is goed. Social media zouden eigenlijk anti-social media moeten heten. En we slapen over het algemeen te weinig. We communiceren wel steeds meer, maar echt converseren doen we nog nauwelijks. Het onderwijssysteem deugt niet. En ook aan onze werkomgeving mankeert van alles.

Hoge plafonds zijn goed voor de creativiteit. Universiteiten zijn politiek gedreven instellingen, waar jongeren niet voorbereid worden op het echte werk. Informatie-overload is slecht voor onze gezondheid en al helemaal als je een vrouw bent. De millennials hebben weinig originaliteit, omdat ze te weinig van vroeger weten (dat komt weer omdat ze niet lezen). En we slapen slecht, omdat onze devices zoveel licht afgeven.

Met zo’n sterke mening heeft Lewis moeite om de nuance te vinden. Daarom doen de meeste hoofdstukken van Too Fast Too Think (aff.) denken aan een omgevallen boekenkast. De auteur heeft enkel die fragmenten opgeraapt die overeenkomen met zijn mening. Als Lewis bijvoorbeeld Quiet; The power of introverts in a world that can’t stop talking van Susan Cain aanhaalt, dan gaat het niet over de boodschap van Cain dat er ook behoefte is aan introverten. Nee, dan is het een onderbouwing van hoe belangrijk de Q van Quiet uit QED3RPT is voor de gehele mensheid:

She shows how we can gain back control – finding the ‘off’ switch.

Machines?

Vroeg in het boek laat Lewis al zijn dedain blijken voor academici. Hij citeert ze graag, maar vindt het gros ver van de werkelijkheid afstaan. Toch zou een iets logischer en kritischer blik geholpen hebben om zijn boek geloofwaardigheid mee te geven. Graag had ik bijvoorbeeld een toelichting gekregen op de volgende zin: “If we want creativity to be sustainable, we have to understand the stuctures of the brain, how they work and to understand that we are not machines.

Mijn brein krijgt kortsluiting als ik dit lees: zijn we nu wel of niet machines? Als we het niet zijn, acht ik de kans zeer klein dat we begrijpen hoe de structuren van ons brein in elkaar zitten en hoe het dan werkt. Zelfs als we dat wisten, zou het ons bovendien nog geen inzicht geven. Tenzij we machines zijn. En waarom is creativiteit eigenlijk in dat geval duurzaam?

Ik begrijp dat ik mijzelf met deze analyse, in de ogen van Lewis, blootgeef als logisch denkend persoon. Zoals hij zelf al eerder heeft gesteld: als iemand met zo’n mindset je tegemoet treedt, krijg je het zwaar. Zijn advies: probeer met ritme, gewoontes en routines of op andere wijze je logische denkprocessen uit te schakelen. Dan kunnen de ideeën pas stromen. En wees niet bang voor mislukken, een ander klassiek kenmerk van een linkerhersenhelft-proces, zo kan Lewis niet laten weer eens te benoemen. Mislukken is slechts een andere weg naar succes.

Een positieve benadering

En toch… als het waar is dat een boek al de moeite waard is als je er één ding uit weet te halen, dan heeft ook Too Fast To Think mij iets gebracht. Er staat een interview in met George Blacklock, schilder en decaan van Chelsea College of Arts. Zijn standaardvraag aan zijn studenten als ze hem hun werk laten zien, luidt:

Why have you decided to do it in such a convential manner?

In vier pagina’s krijg je een mooi beeld van een man die begaan is met zijn studenten en het beste uit ze wil halen. Dat doet hij door ze aan te moedigen steeds een stapje verder te gaan:

You’ve got to find something good, that you can build on.

Het verhaal van Blacklock biedt een positieve benadering die mijlenver afstaat van die van Lewis zelf. Lewis betoogt het hele boek door dat ons huidige mediagebruik een ramp is. Wat zou het opgeleverd hebben als niet hij maar Blacklock dit verhaal had verteld? Dát boek had ik waarschijnlijk pas echt graag gelezen.

Wie echt geïnteresseerd is in hoe je een creatieve omgeving kunt laten ontstaan, kan nu beter een ander boek pakken. Mijn favoriet is Creativity, Inc (aff.) van Ed Catmull. Catmull is een van de oprichters van Pixar Studios. Hij beschrijft op zeer innemende wijze hoe hard ze moeten werken om steeds weer topfilms af te leveren. Uit al zijn ervaringen destilleert hij uiteindelijk zeven principes. De mooiste? “Everybody should be able to talk to anybody.” Maar lees vooral het boek zelf, dan begrijp je dat er geen snelle oplossingen bestaan.

Nieuwe oplossingen voor oude problemen? Het is vooral heel hard samenwerken.

Heb jij Too Fast To Think al gelezen? Ik ben benieuwd wat jij ervan vond. Laat het me weten in een reactie

Over het boek

too-fast-to-thinkTitel: Too Fast To Think; How to reclaim your creativity in a hyper-connected work culture
Auteur: Chris Lewis
Uitgever: Kogan Page
Jaar: 2016
Nummer: ISBN 978 0 7494 7886 5
Mediatype: Boek, 212 bladzijdes
Prijs: € 20,95
Bestellen: via Managementboek (aff.)

 

Afbeelding intro met dank aan 123rf.