Kenniswerkers zijn exploitanten van hun eigen vermogen. Kenniswerkers hebben immers als geen ander zelf de keuze hoeveel tijd, energie, vertrouwen, kennis en betrokkenheid zij investeren in hun werk- en privé-relaties. Wanneer een organisatie vanuit deze visie naar de mogelijkheden van Het Nieuwe Werken kijkt, wordt een cruciaal aspect onderstreept. Namelijk dat zowel de kenniswerker als de ondernemer waarde uitwisselen. Het is dan niet zo dat slechts één partij haar ‘bezit’ exploiteert. Ik geloof in maximaal rendement voor beide partijen als vanuit samenhang wordt gestreefd naar het optimaal exploiteren van het gezamenlijke beschikbare vermogen.
Wat leren we uit de cijfers?
Met veel belangstelling volg ik blogs, vlogs en boekpresentaties die verhalen over de vraagstukken, de aanpakken én de resultaten van organisaties die vooroplopen met Het Nieuwe Werken (HNW). Een greep uit de ‘facts and figures’ gerelateerd aan de opbrengsten van HNW:
- Microsoft is van 17 naar 11 vierkante meter per FTE gegaan
- Microsoft bespaart 500.000 aan interne verhuiskosten
- TIEM huurt maandelijks één dag een locatie voor alle medewerkers
- HP bespaart 8 miljoen op huisvesting
- Bij HP werkt 15%-20% niet flexibel
- Bij Interpolis werkt 20% wel regelmatig flexibel
- Vodafone doet hetzelfde werk met 18% minder mensen
- Daling ziekteverzuim tussen de 1% – 40% (opvallend grote spreiding)
- Overal sterke stijging werknemerstevredenheid
- KPN reduceert miljoenen auto kilometers (2,8 kiloton CO2)
- De hoeveelheid e-mails neemt met 30% af
- Bereikbaarheid neemt met 23% toe
- Woon-/werkverkeer afname filekilometers (6 – 30% minder kosten)
- Kantoorruimte 20 tot 40% minder vierkante meters nodig per persoon

Mooie cijfers, maar wat opvalt is de focus op het niveau van de secundaire processen van de organisatie. Elke organisatie kent namelijk drie soorten processen: primaire –op de klant gerichte– processen, secundaire processen en tertiaire processen. Primaire processen zijn processen waarmee de producten of diensten van een organisatie worden gerealiseerd. Deze processen zijn duidelijk klantgericht en voegen in de ogen van klanten, direct waarde toe. Secundaire processen zijn processen die primaire processen ondersteunen. Het financieel beheer en huisvesting zijn voorbeelden van secundaire processen. Tertiaire processen zijn bestuurlijke processen die de primaire en secundaire processen besturen. In dergelijke processen worden de doelen en randvoorwaarden geformuleerd waarbinnen de primaire en secundaire processen uitgevoerd dienen te worden.
Beeldvorming
Waar ik op doel is dat de verhalen over de opbrengsten (vooral in cijfers) van HNW laten zien wat het de “organisatie” in haar secundaire processen heeft opgeleverd (bespaard). Onduidelijk is of deze besparing gerealiseerd is door het optimaliseren van het werkproces van de kenniswerker of dat het een opgelegde besparing is. Zo werd onlangs de conclusie getrokken dat KPN onder het mom van HNW haar medewerkers uit de kantoren zou hebben gejaagd om een kostenbesparing van 30% op huisvestingskosten te realiseren terwijl dit mogelijk in de kern van het primaire proces niets zou verbeteren.
Eenzelfde idee kreeg ik bij het lezen van de case van HP. Van negen kantoren terug naar één omdat bleek dat gemiddeld slechts 35% van de bureaus bezet waren. Alle medewerkers worden nu gezien als flexwerker/thuiswerkers en dankzij HNW kan kantoorruimte veel efficiënter gebruikt worden waardoor HP kosten kan besparen. Dit zijn meetbare, concrete voordelen. Maar uit nader onderzoek bij HP blijkt dat productiviteit (de directe bijdrage aan het primair proces) en de beleving van klanten niet opvallend is toegenomen (maar zeker ook niet afgenomen). Zoals HP zelf zegt: “zolang deze cijfers niet verslechteren als gevolg van het ingevoerde Nieuwe Werken, is dat een goed resultaat.”
Deze insteek en aanpak wil ik graag bestrijden. Want op basis van veel van dit soort verhalen en bijbehorende cijfers is het niet vreemd dat er een beeld ontstaat waarin HNW gezien wordt als een verkapte vorm van reorganiseren en kosten besparen. Waarbij alleen vanuit “organisatiebelang” met behulp van moderne ICT-middelen inefficiënties in de secundaire processen worden weggepoetst. Zonde, want dan laten we met zijn allen een toch wel erg grote kans lopen om onze organisaties klaar te stomen voor de toenemende concurrentie in de kenniseconomie van de 21e eeuw….
De primaire processen verbinden
Succes in deze nieuwe economie vraagt naast technologische innovaties en kostenbesparing om aandacht voor vormen van sociale innovatie. Met de mens in het centrum van de vernieuwing. Door tijd en geld te investeren in mensen en de manier waarop zij in het primaire proces van de organisatie samenwerken (systeemtheorie) en waarde creëren, kunnen gunstige voorwaarden worden gecreëerd waarin innovaties en prestatieverbeteringen sneller tot stand komen. Vanuit dit perspectief draait HNW dan om het organiseren en maximaal faciliteren van de individuele kenniswerker bij het investeren en exploiteren van zijn eigen vermogen voor het realiseren van de gezamenlijke doelstelling. Aandacht voor het individu, niet een aanpak waarin ‘one solution fits all’, maar een waarin de professional duidelijk in de frontlinie staat.
Kenniswerkers zijn inhoudsgedreven, (eigen)wijs, handelen bedachtzaam en willen met de essentie bezig zijn. Deze essentie kan gezien worden als het primaire proces van de kenniswerker waarin hij zijn kennis, vaardigheden en kracht aanwendt om zijn unieke bijdrage te kunnen leveren. HNW draait dan om twee aspecten. Enerzijds om het maximaal faciliteren van het “primaire proces” van kenniswerkers waardoor zij ‘eigen tijd’ creëren om effectiever te kunnen functioneren (het bevrijden van denkkracht). Kenniswerkers creëren daarmee mentale bewegingsruimte (‘persoonlijke mentale ruimte’) om maximaal toegevoegde waarde te kunnen leveren. Anderzijds moeten de primaire processen van de kenniswerkers binnen een organisatie nauwer in verbinding worden gebracht met het primaire proces van de organisatie. Daarmee worden de unieke bijdragen van de individuele kenniswerkers zichtbaar in samenhang gebracht bij het realiseren van de organisatiedoelstellingen én ontstaat een directe relatie tussen investeren in HNW en investeren in het primaire proces van de organisatie.
Het bevrijden van denkkracht, het creëren van mentale bewegingsruimte én het verbinden van het primaire proces van de kenniswerkers met dat van de organisatie zijn dé uitdagingen van de 21e eeuw.
Storytelling
Ik pleit ervoor om kenniswerkers te beschouwen als exploitanten van hun eigen vermogen. Om vanuit hun primaire proces te onderzoeken hoe HNW een bijdrage kan leveren aan het realiseren van de organisatiedoelstellingen. Zo wordt het gezamenlijke belang benadrukt. Dat gaat verder dan besparingen in de secundaire processen, maar gaat vooral over de grotere toegevoegde waarde van ieder individu en de verbeterde resultaten in het primaire proces.
Plato zei eens “those who tell the stories rule society”. Gezien de kracht van storytelling hoop ik dat ook de blogs, vlogs en boekpresentaties die vertellen over HNW, het primaire proces van de professionele kenniswerker en dat van de organisatie meer centraal gaan stellen. Dat in cases zichtbaar gemaakt wordt op welke manier kenniswerkers ondersteund worden om op vol vermogen te kunnen werken. En hoe de organisatie alle unieke bijdragen in verband brengt om meer toegevoegde waarde te kunnen leveren voor de uiteindelijke klant.
Ik geloof in maximaal rendement voor beide partijen als vanuit samenhang wordt gestreefd naar het optimaal exploiteren van het gezamenlijke beschikbare vermogen. HNW biedt de handvatten, aan ons de taak deze te benutten en zichtbaar te maken. Want er is nog een lange weg te gaan die vraagt om aandacht, uitleggen, voordoen en herhalen; vooral veel herhalen.











Leuk artikel. Ik probeer in mijn aanpak storytelling, kennismanagent en tooling te verbinden. http://www.organisatiewiki.nl
Dat het met name gaat over secundaire processen vind ik niet vreemd. Er werken steeds minder mensen in de primaire processen. Voor een groot deel zijn die al geautomatiseerd. Minder dan 25% in Nederland werkt voor landbouw, industrie en bouw, terwijl export als landbouw en chemie op 1 en 2 staan.
Over ondernemerschap, denken vanuit gezamenlijke waarde en redeneren vanuit primaire processen ben ik wat sceptischer. Ongeveer 50% van Nederland werkt voor monopolie of oligopolie. Banken verzekeringen overheid (en aanverwant) zorg en onderwijs.
[...] De opbrengst van Het Nieuwe Werken anders belicht (Frankwatching) [...]
Hoi Tom,
Aangezien bijna al je cijfers uit mijn boek (www.werkennieuwestijl.nl) en bijbehorende presentatie komen zou een vermelding daarvan als ik eerlijk ben wel zo netjes zijn geweest.
Ik zie alleen je scheiding tussen het primaire proces en secundaire proces niet. Ik geloof dat bedrijven enkel een primair proces hebben (of zouden moeten hebben). Neem iets als HR, dat wordt vaak gezien als secunair proces en ondersteuning. Echter, als mensen je belangrijkste asset zijn, dan is dat toch juist een primair proces van een organisatie?
Alle secundaire processen hebben een bepaalde taak, als het goed is. Een taak zonder wat het bedrijf om zou vallen, zo niet, afschaffen. Dus alles is primair proces.
Hi Bas,
Leuk dat je reageert.
Ik heb linkjes opgenomen naar een leuke recensie van je boek en je mooi gemaakte prezi (goede aanvulling!).
De driedeling in processen is afkomstig uit een bedrijfskundig theoretisch kader. Vanuit dit procesdenken wordt verondersteld dat een organisaties bestaat uit een set van aan elkaar gekoppelde processen die logisch gericht zijn, en zichzelf continu aanpassen, op het vervullen van klantgerichte doelstellingen.
Vanuit dit perspectief bestaan primaire processen uit activiteiten die waarde toevoegen voor klanten en vervullen secundaire processen een ondersteunende rol. Dus tenzij je HR-advies geeft zal HR altijd een secundair proces zijn.
Waar ik in mijn blog op doel is dat ik graag zou zien wat Het Nieuwe Werken qua potentie vrijmaakt om (meer) toegevoegde waarde te kunnen leveren voor de klant. (naast de eventuele kostenbesparingen die de uiteindelijke klant toch ook ten goede zou moeten komen?!?)
@Tom: ik snap waar de deling in processen van afkomstig is en ik stel dus dat je die gedachten per direct het raam uit moet gooien. Het moment dat je namelijk onderscheid maakt en iets als HR een secundair proces maakt, wat het volgens een theoretisch kader is, blijkt in de praktijk dat het dus ook minder belang krijgt in de organisatie, wat hele vervelende bij-effecten heeft. Dus stel ik: elk bedrijf heeft enkel primaire processen, punt.
Eens met Bas; alle processen moeten gericht zijn op het maximaliseren van klantwaarde en zijn dus primair.
Eens met Tom; Het Nieuwe Werken of Werken nieuwe stijl gaat in de praktijk teveel om centen en technologie (ook al roept iedereen van niet). De focus op sociale innovatie (vb. arbeidsvreugde, sociale interactie en work-life balance) raakt het hart van HNW. Dit levert meerwaarde voor de medewerker en de organisatie.
Begin dus gewoon bij de kracht van de professional en geef die weer de ruimte. Door flexibele werktijden, flexibele werkplekken, beoordeling op maat, een flexibele sociale structuur, goede online en offline ondersteuning voor die sociale structuur en trainingen om slimmer (samen) te werken. Professionals aanspreken als exploitant van hun eigen vermogen is daarin zeker een belangrijk element.
Ik ben bang dat boekhouders niet direct willen afstappen van het onderscheid tussen primaire en secundaire processen. Daarvoor zit teveel werk in al die kostenverdeelstaten. Voor de liefhebber een oude presentatie van mij, waarin ik ik van het begrip cost of ownership wil overgaan naar cost of operations. Veel makkelijker te verkopen.
http://www.slideshare.net/Ghwerf01/costscan-sas-1400140
Ik ben alleen benieuwd of Daniel Pink met zijn whole new mind gelijk gaat krijgen en er een mindshift gaat optreden, waardoor cultuur en innovatie meer waarde gaat krijgen, of dat we gezamenlijk naar kostenreducties blijven staren en door al die efficiency iedereen gewoon weer arm wordt. (De tweedeling dus.)
[...] [...]
[...] verder op Frankwatching [...]
Mijns inziens is het onderscheid tussen primaire en secundaire (secundaire of ondersteunende processen, in overheidsland vaak aangeduid met de PIOFA(CH)of uitgebreider COPAFIJTH functies)zeer functioneel, zeer nuttig. Alle secundaire processen zijn afgeleide processen, die zijn er slechts omdat de eerste er zijn. Voorbeeld: een gemeente heeft medewerkers, bijvoorbeeld Burgerzaken. Een die moeten ook eten en drinken. Dat kan worden ingevuld met een ” eigen” kantine of geoutsourced bij een cateraar, maar kan zich ook beperken tot een ruimte waar de zelf meegenomen lunch kan worden opgegeten. Qua kosten zullen de diverse scenario’s flink verschillen, maar, daarom zo’n lange aanloop, het wordt erg moeilijk de verschillende scenario’s te wegen qua toegevoegde waarde in bijvoorbeeld het uitreiken van een paspoort. Kortom ik zou het onderscheid tussen de primaire processen (waarom bestaan we als organisatie) en de secundiaire processen (wat is er nodig om de primaire processen te kunnen uitvoeren) zeker handhaven
groet, Ronald van Eerten