Maakt internet ons dommer?

14

Door van Sogeti

Print

op dinsdag 6 juli 2010 om 16:00 uur

20100705_domNicholas Carr, de bekende auteur van het boek “Does IT Matter? Information Technology and the Corrosion of Competitive Advantage”, merkte zo’n 2 jaar geleden dat zijn aandacht voortdurend verslapte bij het lezen van boeken. Na het lezen van een paar bladzijden dwaalden zijn gedachten af en wilde hij iets anders doen. Zijn bevindingen verwoordde hij in het artikel “Is Google Making Us Stupid?”. Het artikel deed destijds veel stof opwaaien. Het was voor Carr de aanleiding om zich vast te bijten in het onderwerp. Het eindresultaat van zijn onderzoek, “The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains”, is sinds begin juni van dit jaar in boekvorm te verkrijgen.

In dit boek betoogt Carr dat technologie de wijze waarop onze hersenen functioneren ingrijpend verandert. Vaak hebben we echter niet in de gaten dat een technologie de werking van ons brein wijzigt. Pas in een later stadium, wanneer de technologie gemeengoed is geworden, vallen de veranderingen op. Of zoals Marshall McLuhan zegt: “Media aren’t just channels of information. They supply the stuff of thought, but they also shape the process of thought.

Volgens Carr zijn er ruwweg 4 soorten technologieën te onderscheiden. Allereerst zijn er technologieën die onze fysieke kracht versterken, zoals de ploeg om het land mee te bewerken. De tweede categorie verbetert onze zintuigen, zoals de microscoop, de bril of het gehoorapparaat. De derde categorie maakt het mogelijk om de natuur te een handje te helpen, opdat de natuur beter luistert naar de grillen van de mens, denk hierbij aan de pil of het genetisch gemanipuleerde korenveld. Als laatste onderscheidt Carr gereedschappen die ons intellect verbeteren, voorbeelden hiervan zijn de klok, het kompas en het boek.

Het Internet valt onder de laatste categorie. En Carr vindt deze technologie duidelijk geen verbetering. Het world wide web mag ons dan wel toegang verstrekken tot een enorm hoeveelheid kennis, maar het geeft ons geen diepgang. Dat is de concessie die wij met zijn allen moeten maken. Het Internet fragmenteert onze aandacht. We surfen van link naar link. Alles moet in hapklaarbrokjes worden aangereikt, anders klikken we weg. En deze versplintering is in al de facetten van onze huidige snackeconomie doorgedrongen. Het concept van een muziekalbum bestaat niet meer, muzieknummers worden voor 0,99 dollarcent verkocht via iTunes. Veel kranten zijn afgestapt van lange artikelen, schreeuwende koppen moeten nu de aandacht van de lezer trekken. (En wees nu eens eerlijk tegenover jezelf, heb je tijdens het lezen van dit artikel al iets anders gedaan, heb je op de links geklikt, even je e-mail gecontroleerd?)

De gedachtegang van Carr is niet nieuw. Eerdere onderzoeken hebben reeds uitgewezen dat het brein verandert door veelvuldig het internet te gebruiken. In het boek iBrain van Garry Small werden tieners onder een MRI scanner gelegd. En inderdaad de resultaten van dit onderzoek lieten duidelijk zien dat zij veel meer de rechterkant van hun brein gebruiken dan wij doen. Dus veel meer ruimte voor spontaniteit, fantasie, emotie en creativiteit.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Maar is dit per definitie slecht? Het feit dat ons brein verandert als gevolg van internettechnologie, maakt ons dit dommer? Enkele weken na het verschijnen van het laatste boek van Nicholas Carr, publiceerde Clay Shirky zijn boek “Cognitive Surplus: Creativity and Generosity in a Connected Age”. Shirky beweert in dit boek dat het Internet ons juist slimmer maakt. De opkomst van de televisie heeft al onze vrije tijd opgeslokt. Na een dag werken en het avondeten, zakken we onderuit op de bank en zitten we als couchpotatoes naar de televisie te staren. Het internet trekt ons bij de televisie weg. Volgens Shirky wordt de tijd, die we dankzij het internet nu niet meer voor de buis besteden, zinvol ingezet (het cognitief surplus). Als voorbeeld haalt hij hier Wikipedia aan, dat dankzij de vrije tijd van honderdduizenden mensen een enorm bron van kennis kon worden. Maar ook de lolcats zijn hier een voorbeeld van. Het feit dat mensen hun spaarzame uurtjes inzetten om een foto van een kat te voorzien van een grappige tekst, tovert bij velen een glimlach op de lippen, en moet dus als een zinvolle bijdrage worden gezien.

Shikry beweert dat het internet een uniek platform is dat verborgen talenten de mogelijkheid geeft om zichzelf te ontplooien ten gunste van zichzelf en van anderen. En hier hoeft niet meteen een prijskaartje aangehangen te worden. Simpelweg de mogelijkheid om een ander te kunnen helpen is al voldoening genoeg. Don’t Be Evil dus.

Maar wie heeft er dan gelijk? Is het Nicholas Carr of is het Clay Shirky? Aan het eind van zijn boek vertelt Carr dat hij een nieuw WIFI-apparaat heeft aangeschaft, dat hem de mogelijkheid geeft om muziek en video door zijn hele huis te streamen. “I have to confess: it’s cool,” zegt hij. “I’m not sure I could live without it.” En daar slaat hij de spijker op zijn kop. Technologie valt niet te stoppen. Technologie heeft een eigen wil. We kunnen maar beter de technologie omarmen, de vruchten ervan plukken en haar ten goede aanwenden. En dat wij mensen als gevolg van een technologie veranderen, dat is niets nieuws, het is iets van alle tijden. Het is ook per definitie niet slecht, het is alleen goed om ons er wel van bewust te zijn.

Sander DuivesteinSander Duivestein is spreker, auteur en trendwatcher bij ViNT (Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie), het onderzoeksinstituut van Sogeti. Hij is de co-auteur van de boeken Het App Effect, Don't Be Evil, Collaboration in the Cloud en Me The Media. Volgen via Twitter? @duivestein.

Meer over deze auteur: profiel, website, weblog skype linkedin

  1. Peter op 6 juli 2010 om 18:22 uur

    @Sander
    Evolutionair gezien kan ons brein pas op zijn vroegst veranderen in een volgende generatie. (mutatie). Mij lijkt het dan ook beter om te stellen dat ons brein anders reageert. Of dat de enorme hoeveelheid creatieve ideeen en informatie waar we aan worden blootgesteld, onze eigen creativiteit prikkelt. En dat is niet anders dan vroeger, toen kunstenaars elkaar opzochten en elkaars creativiteit prikkelden (en al het andere dat er geprikkeld werd.)

  2. Edwin van blogspot.com op 6 juli 2010 om 18:50 uur

    Mooi artikel maar wat Carr zegt is flauwekul en niet nieuw.

    Socrates vond dat boeken de mensen dommer maakten. Diezelfde geluiden werden versterkt na de uitvinding van de boekdrukkunst (o.a. Robert Burton).

    En ook de telegraaf, de typemachine, de telefoon, de radio, de televisie zou ons allemaal dommer gemaakt hebben volgens diverse onheilsprofeten. Niet dus.

    Dat er neurologische veranderingen plaats vinden wanneer we een website gebruiken, dat is niet meer dan normaal. Die vinden altijd plaats wanneer we iets leren of doen.

    Nicholas Carr is een leuke schrijver, maar het is geen neuroloog of cognitief psycholoog.

  3. Sorry Pijpers « de Informatie Verwerkende Machine van wordpress.com op 7 juli 2010 om 11:09 uur

    [...] Nu, een deel van de frustratie voor Pijpers’ Informatiegedrag komt voort uit mijn leesgedrag. Ik ben al lang niet meer gewoon om in een klein boekje een hele geschiedenis te lezen. Andere auteurs doen er 3x zo lang over om een 10de van onderwerpen uit te werken en dat heeft het voordeel dat je snel mag lezen en niet te veel moet nadenken. Maakt het internet mij dan toch nog dommer? [...]

  4. Pauline op 7 juli 2010 om 14:42 uur

    Sander,
    Mooi stuk en boeiend om te zien hoe die discussie van Carr zich ontwikkeld. Het bewust zijn/worden van de veranderingen die mensen, ten gevolge van technologie, doormaken vind ik een goed punt. Echter, laten we vooral niet vergeten dat het de mensheid zelf is die deze technologie – en indirect dus ook de veranderingen – ontwikkelt!

    Wat ik interessant vind, is dat een stuk geavanceerde technologie al gauw van een afstand bekeken wordt alsof er nooit een mensenhand/-brein aan te pas is gekomen: “Technologie heeft een eigen wil.” Vervolgens wordt er met verbazing gekeken naar de wijze waarop gebruikers (ook mensen…) met die technologie omgaan. Is dat de wil van de technologie?
    Daarin heeft Shirky, naar mijn idee, een punt wanneer hij naar de sociologie verwijst en aankaart dat het de gebruikers zijn die de ontstane ‘cognitive surplus’ in ‘civic value’ omzetten (naast de ‘communal value’ in de vorm van lolcats). Zo bekeken, hebben sociologen voorlopig meer dan genoeg onderzoeksmateriaal: met iedere nieuwe technologische vooruitgang storten zij (de sociologen) zich op de gebruikers, omdat het enige onvoorspelbare aan die technologie is hoe mensen er uiteindelijk mee om zullen gaan. Dus, ik zou willen zeggen, laten we niet de technologie omarmen, maar de mensen die ons bewust maken (en houden) van hetgeen we er allemaal mee (kunnen) doen!

  5. Ramon Eijkemans van monlog.nl op 7 juli 2010 om 21:03 uur

    Het is een interessante stelling die ongetwijfeld goed zal verkopen, maar volgens mij toch vooral flauwekul. Ik denk dat het menselijk brein en intelligentie wel iets ingewikkelder in elkaar zitten dan dat. Als je op een andere manier leert communiceren, is het bijna logisch dat je minder geoefend raakt in andere communicatievormen. Dat wil niet zeggen dat je dommer wordt, wellicht alleen ‘minder geoefend’.

  6. Maakt internet, ipad, ipod, het wk voetbal,… ons dommer of slimmer? « Is het nu generatie X, Y of Einstein? van wordpress.com op 9 juli 2010 om 08:13 uur

    [...] Duivestein bracht dinsdag nog 2 tegengestelde visies samen op Frankwatching (klik hier) enerzijds van Nicholas Carr (dommer) en anderzijds deze van Clay Shirky [...]

  7. Edwin van blogspot.com op 9 juli 2010 om 08:31 uur

    Ik ben informaticus en oud genoeg om te weten hoe het eraan toeging in het pre internet tijdperk.

    Je kreeg toen je kennis via zelfstudie en het onderwijs. Daarna onderhield je die kennis door de projecten ansich en, meestal toevallig, eens een goed boek tegen te komen.

    Boeken waren en zijn niet altijd goedkoop en waren dus niet voor iedereen beschikbaar. Een goed boek vinden was ook geen sinecure. Informatica boeken werden niet in ‘must read’ lees lijstjes opgenomen in gewone tijdschriften en als ze al eens aan bod kwamen in gespecialiseerde tijdschriften dan was dat maar een kleine selectie.

    Om een voorbeeldje te geven, een Alan Cooper heb ik 20 jaar geleden ontdekt in Visual Basic Journal. Als ik geen abonnement op dat tijdschrift had, dan had het misschien nog jaren geduurd voor ik die interessante man en zijn boeken had ontdekt.

    Vandaag kan je via het internet, nagenoeg gratis, over alles goede en waardevolle informatie vinden.

    Maw. meer mensen hebben toegang tot die informatie, er is veel meer keuze, ze is gemakkelijker te vinden en door de opzet van het internet drijft kwaliteit meestal wel naar boven.

    Ik betwijfel het dan ook dat mensen nu ‘dommer’ zijn dan pakweg 20 of 30 jaar geleden.

    Nicholas Carr schrikt soms van zichzelf dat hij met momenten een zeer selectief geheugenverlies heeft. Ik denk niet dat dit met het internet te maken heeft, wel met het feit dat hij ouder wordt en de cognitieve prestaties beetje bij beetje afnemen.

  8. rutger van seozwolle.nl op 9 juli 2010 om 23:02 uur

    Interessante stelling. Ik weet niet of internet ons dommer maakt, maar het maakt – in elk geval mij – ongeduldiger. Ik kan geen krant meer lezen zonder te scannen, vind het irritant dat het kookboek geen Ctrl + F kent en vul koppen op teletekst foutief aan. Soms ben ik wel eens jaloers op mensen die een plaatje op de pickup legden en een goed boek lazen. Nu doe ik dat ook, maar met de pc op standby en de tv op mute (even gecharcheerd). Is dat goed of fout? Hmmm….

  9. renzo van log.nl op 12 juli 2010 om 09:19 uur

    maar wat vrijwel alle reageerders vergeten :de kortere tijdspanne van aandacht. en denk aan de slechtere communicatie door het mobieltje.
    Ja idd, slechtere. Mensen hebben geen aandacht meer voor hun gesprekspartner(s)/de vergadering etc, want de inkomende oproepen zijn interessanter.

    Is inderdaad eerder toenemende asocialiteit dan slechter worden brein ja,dat moet ik erkennen.

  10. Pas op voor sociale media burnout » Creatiefmarkt - De markt van het creatieve denken van creatiefmarkt.nl op 9 maart 2011 om 22:55 uur

    [...] niet meer bijbenen. Hij werd er ziek van. Ook het recentelijk vertaalde boek van Nicholas Carr over hoe internet ons dom maakt, draagt zijn steentje bij aan deze discussie. Leidt informatie-overload tot een sociale media [...]

  11. Over information overload en filter failure – een nieuw rapport | Sander Duivestein van sanderduivestein.com op 16 mei 2011 om 13:25 uur

    [...] In zijn meeste recente posting “Situational overload and ambient overload” beweert Nicholas Carr, dat hij nog eens goed over deze stelling heeft nagedacht , maar dat hij het er absoluut niet mee eens is. Carr beweert “It’s not information overload. It’s filter success.” Hij draait de stelling dus om en verkondigt dat filters het probleem van de overdosis informatie alleen maar vergroten! En uiteindelijk resulteert dit in het feit dat Internet ons dommer maakt. [...]

  12. Pas op voor sociale media burnout | Sander Duivestein van sanderduivestein.com op 16 mei 2011 om 13:49 uur

    [...] niet meer bijbenen. Hij werd er ziek van. Ook het recentelijk vertaalde boek van Nicholas Carr over hoe internet ons dom maakt, draagt zijn steentje bij aan deze discussie. Leidt informatie-overload tot een sociale media [...]

  13. » Facebook en Twitter generatie is kinderachtig, banaal en zelf-obsessief van sogeti.nl op 1 augustus 2011 om 12:21 uur

    [...] hij vraagt zich af of we dankzij het Internet nu juist slimmer of dommer worden (zie het artikel Van internet word je dommer). Sherry Turkle stond in haar boek “Alone Together” stil bij het feit dat mensen dankzij [...]

  14. Wat doen internet en social media met ons? « Heleen's Blog van wordpress.com op 3 augustus 2011 om 12:30 uur

    [...] Sander Duivestein zo mooi omschrijft op Frankwatching, technologie is een ontwikkeling die niet te stoppen is. Daarbij maakt de hele wereld hier gebruik [...]

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen