Columns

De boekensleutel

0

Wat koop ik eigenlijk als ik een boek koop? Koop ik dan een kaft met velletjes bedrukt papier, of koop ik het verhaal? Koop ik een paar centimeter voor mijn boekenkast of koop ik het gedachtegoed van een auteur? En, stel dat ik blind word, heb ik dan nog recht op de inhoud van het boek?

In een dorpje ligt een tennisbaan. En ook een overdekt halletje, met daarin twee tennisbaantjes. Er is geen tennisclub, er zijn ook geen leden. Niemand betaalt contributie, en toch wordt er druk getennist. Dat gaat als volgt. Iedereen die wil tennissen kan in het gemeentehuis een tennissleutel krijgen, met achterlating van banknummer en pincode. Met deze sleutel en pincode open je het hek, en vanaf dat moment gaat de teller lopen. Als je weg gaat sluit je het hek, en je kunt lezen wat je hebt vertennist. De sleutelhouder mag zelf bepalen of hij een single of double wil spelen. En hoe laat. ’s-Avonds gaat automatisch de verlichting aan als er iemand speelt. Als het vriest of regent kun je terecht in het halletje. Je betaalt voor het recht op tennis, niet voor het lidmaatschap.

In een land besluit de eerlijk gekozen dictator (jaja, laat de wisdom of crowds haar werk maar doen, dan krijg je hem/haar vanzelf) dat alle stopcontacten er anders uit moeten gaan zien. Om veiligheidsredenen, zo zeggen zijn woordvoerders, en zo wordt ook bevestigd in alle consumentenprogramma’s op de staatstelevisie. De dictator heeft heel goede contacten met de energiemaatschappij die als enige stroom mag leveren in het land. De vrouw van de dictator heeft een heel grote schoenenkast. De burgers krijgen precies twee maanden de tijd om alle aanpassingen in hun huis te verrichten. En niet alleen het stopcontact is anders, het voltage verandert ook. Voortaan komt overal 320 Volt de huizen in. Met als gevolg dat de burgers nieuwe wasmachines, televisies, strijkijzers, broodroosters en diepvrieskasten moeten kopen. ‘Dit is heel goed voor de economie’, zegt de dictator.

In een modern land koop je een e-boek. Bestemd voor je e-reader. Maar wat wil het geval, de fabrikant van e-readers gaat failliet. Of het blijkt dat je in het buurland niets kan met je e-book, omdat er andere standaards voor e-boeken zijn. Je kocht prachtige boeken, maar je kan er niets mee. Je kunt er niet eens de kachel mee aanmaken.

Het is 2012, het is morgen. Ik koop het recht om een verhaal te lezen. Het maakt me niet uit waar het verhaal zich bevindt, de ene keer wil ik het verhaal lezen op een iPad, een week later wil ik doorgaan op een Kindle, dan even op mijn BeBook en ik print graag de laatste bladzijden vanaf mijn computer omdat ik op retraite in mijn bomenhut ga. Kortom, geef me een sleutel, en met die sleutel krijg ik toegang tot het verhaal zoal het mij uitkomt. Het verhaal staat ergens, in de wolken. En ik kan er altijd en overal bij.

Google Editions is zoiets van plan. De uitgevers, rechthebbenden, bibliotheken, boekwinkels en fabrikanten van e-readers zijn erg in de war. De lezer knipoogt naar de schrijver, en de schrijver kan met moeite een glimlach verbergen.

Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.