Reportages

Onze toekomst in games en gezondheid dankzij technologie

0

Vandaag en morgen wordt in Amsterdam weer het jaarlijkse festival PICNIC georganiseerd, vol inspiratie over technologie, internet, apps en maatschappij. Wil je ondergedompeld worden in een dosis-technologie-optimisme, dan is het absoluut the place to be. Met een kritische blik deel ik in dit artikel de belangrijkste inzichten en ideeën die ik mee naar huis nam van de eerste dag op het event.

Games passen niet altijd in je marketing

Poets iets dat niet leuk is nooit op met een game

In een panelsessie van Vodefone Firestarters buigen vijf sprekers zich over de voordelen van games. Panelleden zijn Toby Barnes van AKQA, Bonnie Shaw van Awesome Foundation DC en Lucas Tieleman van Repudo.com, met Ronald Olsthoorn als voorzitter van het panel. Met name Toby Barnes heeft hier een uitgesproken mening over. Vanuit zijn functie bij AKQA is hij betrokken geweest bij diverse game- en marketingprojecten voor grote merken. Op basis van zijn ervaring ziet hij dat marketeers te vaak een game rond iets willen bouwen “om het leuk te maken”. Hij ziet dat als een strategie voor mislukking. Het zal nooit lukken om iets dat inherent niet leuk is met een game op te poetsen.

Games gaan vaak om uitdaging en het niet makkelijk maken

Barnes merkt op dat games niet alleen draaien om lol, maar vaak ook om uitdaging. In een goed spel worden zaken daarom steeds ingewikkelder gemaakt, met steeds meer uitdaging. Als je een game aan de bestaande ervaring van je merk wilt toevoegen, moet je dat goed realiseren. Vaak zul je ontdekken dat je dan geen game wilt met een grote uitdaging, maar een betere usability om de ervaring van je klanten te verbeteren. Dit speelt bijvoorbeeld bij merken die de ervaring in hun winkels willen verbeteren.

Haal game-designers in je project

Games moeten wel draaien om lol en game-designers zijn bij uitstek geschikt om plezier in de basiservaring te ontwerpen. Hij is dan ook heel expliciet: zijn bedrijf zal nooit een Farmville voor Pepsi ontwerpen. Wel zou hij met zo’n merk om tafel gaan zitten om te kijken welke ervaring ze willen bieden. Daarna kunnen game-designers zo’n ervaring omzetten in een spel. Een succesvol voorbeeld van een game-ervaring rond een merk vindt Barnes de fuelband van Nike. Dat is in principe ook een game, maar niemand praat daarover als een spelletje. Het is dan ook ontworpen met de atleten in gedachten, met als vraag: hoe kunnen we de individuele sporter beter maken?

Barnes ziet veel meerwaarde van de twee gamedesigners die bij zijn marketingbedrijf in dienst zijn. Ook in niet game-gerelateerde projecten kunnen zij veel meerwaarde bieden bij het ontwerpen van plezier in een ervaring of dienst.

De problemen en kansen van games in het onderwijs

In het onderwijs ziet Barnes de nodige problemen bij het gebruik van games, “want de educatie-markt begrijpt niet waarom kinderen niet luisteren en leren”. Dat ziet hij als een groot probleem dat niet is op te lossen door een game te maken die zomaar in het onderwijs wordt gebruikt. Wel zien Barnes mogelijkheden om de betrokkenheid van kinderen bij de lesstof te vergroten, zoals het spelen van de game Medal of Honor rond een geschiedenisles over de landing in Normandië in de 2e wereldoorlog.

De uitdagingen van m-Health

Na de sessie over games komt er een volgend panel over m-Health: van lifestyle tot lifesaver. Aan tafel schuiven nu naast host Ronald Olsthoorn en Lucas Tieleman de gasten Sabine Wildevuur van Waag Society en Jorn van der Ent die zich bezig houdt met fundraising voor het Nationaal Epilepsie Fonds.

Met epilepsie toch op stap, dankzij de Eppy app

Van der Ent laat Eppy zien, een app die is ontwikkeld voor mensen met epilepsie. Met de app kunnen ze een boodschap op hun startsein van hun smartphone laten verschijnen als ze een aanval voelen aankomen. Ook kunnen vrienden of familieleden met de GPS-functionaliteit continu zien waar iemand met epilepsie zich bevindt. Daarnaast bevat de app een dagboek waarin aanvallen, medicijnen of doktersbezoek bijgehouden kunnen worden.

Bestaande structuren opschudden blijft lastig

Het doel van dit soort m-Health apps is om het leven van patiënten te verbeteren en makkelijker te maken. Toch blijkt dit niet altijd eenvoudig. Sabine Wildevuur vertelt dat er veel apps worden ontwikkeld, maar slechts weinig intensief worden gebruikt. Ook de ontwikkeling van apps blijkt lastig. Niet vanwege de techniek, die is volop beschikbaar. Veel lastiger blijkt het om de bestaande structuren van artsen en ziekenhuizen in beweging te krijgen, zo signaleert Wildevuur.

Gaat quantified self een aanjager worden?

Interessant is de ontwikkeling van quantified self, waarbij gezonde en zieke mensen steeds meer zelf meten, bijvoorbeeld over hun slaappatroon, bewegingen, voeding of andere zaken. Het eigendom van deze data ligt immers niet bij de ziekenhuizen en artsen, maar bij mensen zelf. Ze kunnen zelf beslissen hoe ze die data willen gebruiken of delen. Dit kan voor m-Health een beter uitgangspunt zijn.

Slimme aanvullingen van een schaatser in de zaal

Zaalzitter, ex-schaatser en ondernemer Ben van den Burg heeft vanuit het publiek goede aanvullingen op het panel. Hij signaleert dat de huidige app-bouwers vaak kleine partijen zijn, die nog geen groot verschil kunnen maken. Hij verwacht dat ontwikkelingen snel kunnen gaan zodra een grote partij als Google of Nike zich op het vlak van m-Health gaat mengen. Een ander probleem dat hij signaleert, is dat er nog geen echte killer-app voor dokters is. Iets eenvoudigs als een SMS-service die patiënten herinnert aan een afspraak helpt artsen nu al enorm. Zulke eenvoudige oplossingen zouden er meer moeten ontstaan.

Al met al zien alle panelleden het grote belang van m-Health. Jammer is het dat het panel uitgebreid praat over algemene belemmeringen (“de structuur in de gezondheidszorg moet anders”) en weinig ingaat op goede m-Health apps die er wereldwijd al zijn. Zo blijft het gesprek wat hangen in algemeenheden en mist het de passie en het techno-optimisme die elders bij PICNIC wel te voelen zijn.

Creatieve buiten-events en ontmoetingen

Welke data wil jij van de overheid?

Leuk aan PICNIC is dat er naast de plenaire presentaties ook overal andere events zijn. Zo is er buiten een meeting van Appsterdam, waar een programmeur annex promotie-onderzoeker me enthousiast vertelt over zijn open data trajecten. Er blijkt enorm veel overheidsdata beschikbaar te zijn en er zijn fondsen om die data te ontsluiten. Maar waar moeten developers beginnen, aan welke data is het meest behoefte? Met open cities wil hij het te weten komen.

Copy paste in het Rijksmuseum

Een andere opvallende tent is die van het Rijksmuseum. Marijke Smallegange vertelt dat zij op 30 oktober een nieuwe website lanceren waarop maar liefst 125.000 beelden van kunstwerken worden vrijgegeven in hoge resolutie. Het gaat om oudere kunstwerken waarvan de maker geen eigendomsrechten meer heeft. Met de nieuwe site wil het Rijksmuseum meer bekendheid aan haar collectie geven en mensen de mogelijkheid geven om de collectie te gebruiken. Wil je die mooie kraanvogel van die Japanse kimono hergebruiken? Of die Amsterdamse huisjes van die klassieke pentekening? Het mag allemaal en het Rijksmuseum helpt je er graag bij. In hun tent laten ze zelfs zien hoe je een klassieke vaas nabouwt met een moderne 3D-printer. De copy-paste-generatie is voor het Rijksmuseum geen gevaar, maar zij zien het als een kans om hun mooie collectie veel breder te verspreiden.

De wereld verbeteren met de FairPhone en een goedkope prothese

Waag Society staat ook buiten met een tent, waarin ze aandacht vragen voor de FairPhone. Dit is een telefoon die helemaal wordt gemaakt van gerecyclede onderdelen, zodat hij geen mineralenconflicten veroorzaakt, zoals op dit moment in Congo het geval is.

 

In de tent van Waag Society is naast de FairPhone een goedkope prothese te zien, die in Indonesië met partners wordt ontwikkeld, zodat er een locale industrie wordt gestimuleerd en veel meer mensen een prothese zullen krijgen.

De realiteit maken we zelf

Al met al is PICNIC zoals alle eerdere jaren ook nu weer een mooie mix van technologie, optimisme, design, kunst en maatschappij. Zoals Daan Roosegaarde in zijn afsluitende presentatie zegt: de realiteit is geen vast gegeven, die maken we zelf. Mocht je daar nog aan twijfelen, dan ben je daar na een bezoek aan PICNIC weer helemaal van doordrongen. De toekomst maken we zelf en daar kunnen we volop mooie dingen mee doen!