Boekrecensies

Bloggen: ken jij de (on)geschreven regels?

Tegenwoordig staat het als een paal boven water dat bloggen ‘hip and happening’ is. Dat het niet altijd makkelijk is, wordt voor de meeste bloggers al snel duidelijk. De grens tussen journalistiek en bloggen lijkt namelijk steeds meer te vervagen. En hoewel journalisten zich aan veel meer wetten dienen te houden, zijn er ook voor bloggers regels die nagestreefd moeten worden. Klinkt makkelijk, is het niet. Want er zijn ontzettend veel schrijvers die niet op de hoogte zijn van deze (on)geschreven wetten. Het resultaat? Een dikke rekening op de deurmat of flinke onenigheid die niet zomaar is op te lossen.

Er zitten dus een aantal haken en ogen aan het bloggen, maar die zijn gemakkelijk te tackelen met het ‘Wetboek voor bloggers’ (aff.), geschreven door Charlotte Meindersma. Naast het feit dat de belangrijkste wetten voor de online schrijver uitgebreid beschreven worden, vind je er ook genoeg informatie over het bloggen zelf. Hoe je zo’n eigen stukje internet creëert bijvoorbeeld, en hoe je je eigen branding doet of omgaat met adverteerders. De auteur neemt je met verschillende hoofdstukken aan de hand mee en laat je zoveel mogelijk van de bloggerswereld zien.

De beginnende blogger

Ideaal dus voor de beginnende online schrijver. Lees je dit boek van voren naar achter, dan heb je bij het omslaan van de laatste bladzijde voldoende kennis om te starten met zo’n eigen blog. Heb je eenmaal het idee om te beginnen, dan wil je dat natuurlijk zo snel mogelijk doen. Daarvoor is er de quickstart, die je vooraan in het boek vindt. Het is een compacte gids waarin alle onmisbare onderwerpen voor het starten van een blog benoemd worden.

Lees je dit boek van voren naar achter, dan heb je bij het omslaan van de laatste bladzijde voldoende kennis om te starten met zo’n eigen blog.

Wil je toch nog wat meer kennis opdoen? Dan kun je je verdiepen in de twintig uiteenlopende onderwerpen. De oorsprong van bloggen bijvoorbeeld, of het bouwen ervan. Daarnaast brengt de auteur je ook nog wat bij over het creëren van een eigen schrijfstijl en het in stand houden van je eigen stukje internet. Jammer dat de wetten die voor zo’n blog gelden geen prominentere plek hebben gekregen in dit handboek, want juist die regels zijn tegenwoordig het meest noodzakelijk om als schrijver te onthouden en toe te passen.

De doorgewinterde schrijver

‘Dit boek is voor iedereen bedoeld die publiceert’, staat er op de achterkant van het boek. En dat betekent dat het dus ook voor de ervaren blogger een interessant naslagwerk is. Online schrijvers die al een aantal jaar ervaring hebben, gaan er wellicht vanuit dat ze de kneepjes van het vak wel kennen. Dan kan het behoorlijk vies tegenvallen als je plotseling een schadeclaim ontvangt, omdat je de wet niet hebt nageleefd.

bloggen

Wist je bijvoorbeeld dat alleen het woord ‘Pinterest’ niet geldt als bron? En dat je een ‘cookie pop-up’ op de website moet plaatsen als je Google Analytics gebruikt? Nee, ik ook niet. Daarnaast is het doel van de auteur niet alleen om je te behoeden voor veelgemaakte fouten, maar brengt ze je ook handige tips en tricks bij: “Wist je trouwens dat, als je zorgt voor 250 eigen woorden binnen je gecureerde blogartikel, Google je artikel als een nieuw, eigen artikel aan zal merken? Dat is voor je eigen SEO weer extra gunstig,” vertelt Charlotte in haar boek. Ook voor deze experts, is het dus van toegevoegde waarde om een aantal hoofdstukken van dit boek door te nemen.

Wist je trouwens dat, als je zorgt voor 250 eigen woorden binnen je gecureerde blogartikel, Google je artikel als een nieuw, eigen artikel aan zal merken? Dat is voor je eigen SEO weer extra gunstig,

Omdat dit wetboek erg praktisch is ingericht, is het zoeken naar de gewenste informatie een piece of cake. Wil je alleen wat weten over hoe je je blog inzet als marketingtool? Dan vind je binnen enkele seconden de bijbehorende bladzijden. Erachter komen wat je moet doen als toch die schadeclaim op de mat valt? Binnen een minuut ben je geholpen en kun je weer vooruit. Laat je als expert zijnde dus niet tegenhouden door de gedachte ‘ik weet het allemaal al’. Er vallen altijd nieuwe dingen te leren.

De handvaten aangereikt

Heb je de benodigde kennis uiteindelijk opgedaan, dan is het nog de kunst om deze in te zetten voor je blog. Ook hier is aan gedacht. Door middel van tips en tricks helpt Charlotte je op weg. “Geen idee hoe je nu een blogartikel met gecureerde content kunt samenstellen? Ik geef je een paar voorbeelden en ideeën” is de aankondiging van zo’n tip.

Niet alleen soortgelijke tips worden gedeeld, ook apps en widgets worden onder de aandacht gebracht. Bijvoorbeeld de VSCO-cam: “Met deze app kun je prima foto’s maken, in een goed kader en met rechte horzion.” De Yoast SEO-plugin is volgens de schrijfster van ongekend belang. “Het helpt je bij de SEO van je website. Het is echt een onmisbare plug-in, die je bij elke blogpost even helpt.”

Heb je nog niet genoeg input om zelf aan de slag te gaan? Dan is de kennis van mensen die jou voor zijn gegaan erg interessant. Daarom vind je aan het eind van bijna ieder hoofdstuk een interview met een blogger over dat specifieke onderwerp. Zo vertelt Charlotte Mos in een interview waarom een blog aan personal branding zou moeten doen en lees je van Ruben Bunskoeke wat noodzakelijk is voor goede SEO.

Echte diepgang over de regels en wetten mist hier en daar

Hoewel de meest noodzakelijke onderwerpen uitgebreid behandeld worden in het ‘Wetboek voor bloggers’, miste ik in sommige gevallen toch wat diepgang. Zo wordt er in het hoofdstuk ‘Privacy’ verteld dat cookie pop-ups nodig zijn, maar wordt er vervolgens niet uitgelegd hoe je deze het best kan toevoegen aan je website. Daarnaast worden begrippen niet altijd even duidelijk uitgelegd.

Zo geeft Charlotte een tip over de tool IFTTT (If this, then that), iets wat voor sommige lezers onbekend is. Op deze manier wordt het vervolgens uitgelegd: “Het is een zeer veelzijdige tool die niet echt onder een van de andere categorieën te plaatsen valt. Er zijn wel 160 apps en socialmedia-kanalen en dergelijke, die je aan IFTTT kunt koppelen. Al die kanalen kun je vervolgens ook aan elkaar koppelen door instructies te geven.” Snap jij het? Ik niet.

boek

Zou je bij ieder hoofdstuk nóg dieper op de stof ingaan, dan wordt het wel een onoverzichtelijk handboek waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet. De vraag is daarom ook of de gemiddelde blogger deze diepgang wel nodig heeft.

Kennis wordt op een prettige manier overgedragen

Ondanks het feit dat de stof behoorlijk pittig kan zijn, wordt het op een prettige manier in het boek overgebracht. De zinnen zijn vaak kort, er wordt niet teveel vakjargon gebruikt en voorbeelden verduidelijken vaak de tekst. Daarnaast vind je hier en daar casestudies om het wat speelser te maken.

De echte pietlutten onder ons kunnen zich wel gaan ergeren aan de spelfouten die worden gemaakt. Soms lopen bepaalde zinnen hierdoor niet meer lekker, dat kan het lezen belemmeren. Maar zoals de auteur zelf zegt aan het begin van het boek: “Dit boek is gemaakt door mensen. Er kunnen fouten in staan.” En zo is het.

De bijbel voor iedere blogger

Dankzij de kennis die in hapklare stukken is ingedeeld, de vele praktijkvoorbeelden én alle tips en tricks, is het ‘Wetboek voor bloggers’ dé bijbel voor iedere online schrijver te noemen. Daarbij krijg je niet alleen inzicht in de meest belangrijke wetten en regels, maar krijg je ook vaardigheid in het opstarten en onderhouden van je blog. Voor zowel de beginnende blogger als de doorgewinterde schrijver mag dit exemplaar niet ontbreken in je collectie. De ongeschreven regels volgen? Dat doe je met dit wetboek.

Dankzij de kennis die in hapklare stukken is ingedeeld, de vele praktijkvoorbeelden én alle tips en tricks, is het ‘Wetboek voor bloggers’ dé bijbel voor iedere online schrijver te noemen.

5 tips voor het juist gebruiken van bronnen

Een groot struikelpunt voor bloggers is het juist gebruiken van bronnen, en ook daar heeft dit boek goede raad op. Als tipje van de sluier vind je hieronder 5 tips voor het juist gebruiken van bronnen, uit ‘Wetboek voor bloggers’.

  1.  Maak gebruik van creative commons. Dit zijn standaardlicenties die internationaal gebruikt worden. Wat die licenties aangeven? Of je werk van een maker bijvoorbeeld mag delen of mag gebruiken voor commercieel gebruik. De CC-licenties zijn gratis en mag je dus, mits je je houdt aan de voorwaarden van zo’n licentie, gewoon gebruiken.
  2. Wil je mooi beeld zonder er tonnen voor te betalen? Dan zit je goed met de gratis stockwebsites. Vaak zijn de beelden via deze bronnen ook nog eens commercieel te gebruiken. In het boek worden bijvoorbeeld deze websites genoemd: ‘Death to the Stock Photo’ en ‘Unsplash’.
  3. Meld altijd de naam van de maker. Ook als je geen afspraken hebt gemaakt over het vermelden van zo’n naam, is het goed om dit te doen. Zo kom je niet in de problemen en ga je niet tegen het recht op de naamsvermelding in. Natuurlijk hoef je dit niet te doen als er nadrukkelijk bijstaat dat het noemen van de naam niet nodig is.
  4. Vraag altijd toestemming. Heb je mooi beeld gevonden én het voorzien van naamsvermelding? Dan is het alsnog van belang dat de maker toestemming heeft gegeven voor het gebruikte beeld. Doe je dit niet, dan kun je zomaar een schadeclaim op de deurmat verwachten.
  5. Ga op zoek naar de maker. Als je de maker niet kan vinden van een foto op Pinterest, dan hoef je hem ook niet te vernoemen, toch? Fout! Is de maker niet bekend? Dan kun je hem achterhalen door bijvoorbeeld het beeld in de zoekbalk van Google te plaatsen. Op deze manier is het alsnog mogelijk om de maker te achterhalen.

Over het boekweboek voor bloggers

Titel: Wetboek voor bloggers
Auteur: Charlotte Meindersma
Uitgever: Charlotte’s Law
Jaar: 2015
Nummer: 978 90 823296 05
Mediatype: Boek, 282 bladzijdes
Prijs: €22,95
Bestellen: managementboek.nl (aff.)


16
0
0
0
16