Columns

De zelfrijdende auto: waarom data een hobbel op de weg is

0

Column – Verwarrend woord, auto. Letterlijk betekent het ‘zelf’ (αυτοσ, Grieks). Automobiel betekent ‘zelf bewegen, uit jezelf bewegen’. Je kunt veel zeggen van alles wat wij tot voor kort ‘auto’ noemen, maar niet dat hij zelf beweegt. Je hebt er nog altijd een mens voor nodig.

Het is een mens die de auto koopt of least of leent of steelt of deelt en vervolgens opent, start, schakelt, stuurt, gas geeft en remt. Niets is ‘vanzelf’. Het is een voorbeeld van de vergankelijkheid van begrippen als –in dit geval- ‘vanzelf’. Wat we ooit als ‘vanzelf’ ervaarden, omdat de auto het lopen verving, is nu totaal achterhaald. Een zelfrijdende auto-mobiel (zelf-bewegend) is een pleonasme geworden.

Zelfrijdende auto’s dus, de totaal autonoom (ook weer Grieks, αυτοσ en νομοσ, volgens de eigen wetten) rijdende auto’s.

Perfecte coördinatie

Vorige week schreef ik over de podcast van interviewer Ezra Klein met schrijver Yuval Harari over zijn boek Homo Deus. Een onderwerp dat ook aan de orde kwam tijdens het interview waren de zelfrijdende auto’s, self driving cars (in het engels heb je het over ‘cars’ of ‘vehicles’, daar was het nooit ‘auto’).

En zo ging het al snel over de perfecte coördinatie. In het huidige verkeer worden ongelukken vrijwel altijd veroorzaakt door menselijke fouten. Te laat remmen, elkaar te laat zien, te hard rijden, te weinig afstand, geen aandacht, hufterig gedrag. Een mens is nu eenmaal beperkt in zijn vermogen om samen te werken in een groep die bestaat uit elkaar niet kennende individuen. Lees: het verkeer.

Auto rijden als een trein

Haal de mens uit het systeem, en vervang alle waarnemingen en de besturing door een computer en dan heb je een zelfrijdende auto. Dat er een mens in zit kan geen kwaad, zolang de mens zich met niets bemoeit. Een verzameling zelfrijdende auto’s is –mits ze met elkaar verbonden zijn- verreweg superieur aan een verzameling zelfrijdende mensen. In het ideale systeem zijn alle zelfrijdende auto’s aan elkaar verbonden, in een enkel netwerk en wordt er een ongekend vermogen om samen te werken bereikt. Binnen dit netwerk weet men alles van elkaar. Locatie, snelheid, richting, intentie. Het bumperkleven wordt aangemoedigd, hoe meer er gekleefd wordt, hoe minder ruimte er wordt verspild. Als de voorste auto in een rij moet remmen, remt de achterste op bijna hetzelfde moment. Zie het als een trein. Alle deelnemers in het netwerk zijn van elkaar afhankelijk, en het is die afhankelijkheid die de beweeglijkheid van het netwerk zo groot maakt.

Kijk ook eens naar een zwerm vogels; ook dit zou je een ‘single network’ kunnen noemen. Hoe de vogels met elkaar contact hebben is een raadsel, feit is wel dat ze ogenschijnlijk allemaal tegelijk van richting veranderen. Feit is ook dat ze nooit botsen.

Een dergelijk netwerk kan alleen functioneren als er geen onverbonden ‘buitenstaanders’ zijn. Dergelijke systemen bestaan dus alleen maar bij de gratie van het feit dat iedereen meedoet. Een overstekend kind kan het hele netwerk in de war schoppen.

Een solitaire zelfrijdende auto is nauwelijks iets bijzonders; hij heeft heel goede ogen en sensoren, kan probleemloos achteruit inparkeren en stopt voor het oranje stoplicht als de berekening tussen verantwoorde remweg, achterliggers en tijd dat aangeeft. Razendsnel. Maar het nut van een zelfrijdende auto stijgt zienderogen als hij zich bevindt onder louter soortgenoten. Het is de bekende wet: de waarde van een netwerk stijgt exponentieel als de samenwerking tussen de aangeslotenen van dat netwerk optimaal is. Leg dit maar eens uit aan het Europees Parlement.

Tekening: Sterre Steins Bisschop. Klik voor een uitvergroting

De toekomstdroom

En dan nu doordromen. Er is een stad. In de stad staan alleen nog maar elektrische zelfrijdende auto’s. De gemeente is eigenaar van de vloot. Iedere burger in de stad heeft een smartphone die foutloos is gekoppeld aan de identiteit van de bezitter dankzij een vlekkeloze samenwerking tussen vingerafdruk en irisscan. Onder enthousiaste begeestering van een paar apostelen van de Singularity-beweging was even geëxperimenteerd met implantaten, maar na een paar sterfgevallen en de constatering dat het explantaat smartphone toch veel praktischer werkt, werden de experimenten gestaakt.

Stel, een mens moet ergens heen. Hij benadert de auto, heeft in Google Maps al zijn bestemming ingegeven, stapt in de auto, de auto vraagt in een korte dialoog om een bevestiging en begint te rijden. Dankzij de twee identieke gps-routes die de auto en de mens afleggen is bekend wie de tijdelijke passagier is van de auto. Nogmaals, de stad is alleen toegankelijk voor zelfrijdende auto’s die allen verbonden zijn met dat ene netwerk. Alle auto’s geven elkaar de ruimte, er zijn geen stoplichten, en als het druk is worden er meer auto’s aan het netwerk toegevoegd; ze komen uit de hangar waar vroeger de trams stonden en die nu de autoremise wordt genoemd. De afrekening van de rit gebeurt Uberiaans automatisch: het wordt vanzelf van de bekende creditcard afgeschreven.  Als er meerdere passagiers in de auto stappen wordt gevraagd of de rekening over alle passagiers moet worden verdeeld (‘are you going Dutch’, luidt de vraag dan); zo niet dan is degene die twee keer op de home-knop drukt vanzelf de hoofd-aannemer.

Het witte-fietsenplan

Bovenstaande fictie kan overigens op morgen al ook worden uitgevoerd met gewoon bestuurbare en bij voorkeur wel elektrische auto’s. Een onderneming zet duizenden auto’s in de stad die iedere burger met een smartphone mag gebruiken. Vergelijk het met het witte-fietsenplan van ooit; de reden dat dat prachtige plan maar een kort leven gegund was was vooral vanwege de diefstal van fietsen. Er is nog ergens op deze wereld een overblijfsel van het witte-fietsenplan te vinden, maar dan in een volledig strak omhekte-omgeving: park Hoge Veluwe. De stelende mens is de grootste rem op de vooruitgang.

Ja maar wie betaalt dit netwerk van auto’s? De ambitieuze groene gemeente die alle vervuilende auto’s uit haar stad wil weren?

De Slimme Data Ambtenaar

En toen was daar die Slimme Data Ambtenaar. Die dacht: wat Google en Facebook kunnen, kunnen wij ook; gratis een platform ter beschikking stellen, ervoor zorgen dat het massaal gebruikt wordt en vervolgens verzamel je data, data en data. Data van gebruik, korte en lange afstanden, data over winkel- en theaterbezoek, data over voetgangers die door de camera’s worden geregistreerd, data over vrije parkeerplaatsen in de stad, data over achterstallig woningonderhoud. De Slimme Data Ambtenaar had goed gekeken naar Otonomo; een Israëlische startup die het gebruik van auto-data verkoopt. De ambtenaar vertelde niemand dat hij een en ander had gelezen op CNNtech; niemand mocht weten dat hij overwoog een bedrijf te starten dat juist dit zou gaan doen. ‘De gebruiksgegevens van uw auto zijn binnenkort meer waard dan uw auto zelf’.

Het was de kop boven het artikel die bij hem was blijven hangen.