In 2007 bracht Forrester haar onderzoeksrapport ‘Social Technographics’ uit. Een interessante studie omdat er met een sociale en demografische bril wordt gekeken naar social media. Enigszins verborgen in het rapport zit een fascinerend overzicht dat weergeeft hoe generaties verschillen als het gaat om internetgebruik. Teens en tweens zetten de trend en de oudere generaties volgen snel. Een ware tsunami van social media overspoelt het internet.
Participatie in percentages
Als we kijken naar internetgebruik dan is het niet ongebruikelijk om dat te doen op basis van web traffic. Kijk je op die manier naar de social media (blogs, videosharing, RSS, social networks e.d.) dan is het aandeel daarvan nog bijzonder klein. In april 2006 ging het om slechts 2% van het internetverkeer, een jaar later was dat 12%. Klein in omvang maar natuurlijk tegelijk wel explosief groeiend.

Kijk je naar de mate waarin mensen gebruik maken van populaire services als YouTube, Flickr en Wikipedia om content (video, foto’s, tekst) toe te voegen, dan zie je dat het ook daar om slechts een klein percentage van het totale aantal bezoeken gaat.

Zoals uit de afbeelding blijkt gaat het bij YouTube en Flickr om minder dan 1 procent van de bezoeken, alleen bij Wikipedia ligt het percentage op een kleine 5%.
Participatie en profielen
Het nadeel van deze manier van kijken is dat een begrip als internetverkeer erg abstract blijft en dat de verschillende toepassingen op zich stuk voor stuk te klein zijn om de omvang van de ontwikkeling duidelijk te maken (inderdaad, typisch een geval van The Long Tail).
Maar om de impact van social media te begrijpen is het belangrijk om in de huid van mensen te kruipen. Het gaat immers om consumenten / burgers en de manier waar zij met internet om gaan. Als je vanuit die invalshoek kijkt dan wordt ineens bijzonder duidelijk hoe groot de impact van de social media is. Forrester heeft hiervoor in haar onderzoek Social Technographics een indeling geïntroduceerd waarbij de mate van participatie van mensen centraal staat. Via de zogenaamde Participation Ladder maakt men een onderverdeling in zes clusters van activiteiten (zie onderstaande figuur).

Figuur: Social Technographics Groups Consumers By Activity In The Participation Ladder (bron: Forrester)
Een interessante indeling al was het maar omdat uit de cijfers meteen duidelijk wordt dat grote aantallen mensen actief participeren op internet. In totaal gaat het om bijna de helft van de gebruikers (48%) die op de een of andere manier met social media actief bezig is. Kijk je naar de aard van de participatie, dan gaat het om het zelf creëren van content (13%), het commentaar geven in de vorm van reacties, ratings en reviews (19%), het gebruiken van RSS of het taggen van content (15%), het gebruiken van social network sites (19%) en/of het gebruiken van user generated content (33%).
Meer informatie over het rapport vind je onder meer op Vue Royale, Well-formed data en uiteraard op Forrester’s Groundswell (Charlene Li).
Grote generatieverschillen
Het is geen nieuws als ik zeg dat van generatie tot generatie de voorkeuren verschillen als het gaat om het bekijken van tv-programma’s en het lezen van bladen. Maar ook op het vlak van participatie zijn er grote verschillen, wat heet extreem grote verschillen. Als je kijkt naar het percentage binnen een leeftijdsgroep dat actief participeert dan varieert dat tussen de 30% en 83%:
- Young Teens (12 – 17 jaar): 66% actief
- Youth (18 – 21 jaar): 83% actief
- Generation Y (18 – 26 jaar): 79% actief
- Generation X (27 – 40 jaar): 58% actief
- Young Boomers (41 – 50 jaar): 46% actief
- Older Boomers (51 – 61 jaar): 39% actief
- Seniors (62+): 30% actief
Maar het nog boeiender als je kijkt naar waarin de generaties onderling verschillen. In een oogopslag wordt duidelijk dat de teens en tweens (zeg maar de groep tussen de 12 en 26 jaar) de voorhoede vormen en dat met name social networks, het creëren van content en lezen en bekijken van elkaars content uitermate populair zijn.
Figuur: Social Technographics Profiles Differ Significantly By Age (bron: Forrester / BusinessWeek)
Het beeld van een tsunami dringt zich op. Kinderen en jongeren die samen een enorme vloedgolf aan social media activiteiten ontwikkelen. En de deining zal voorlopig nog niet voorbij zijn. Naarmate ze verder opgroeien zal het niveau van hun participatie activiteiten naar verwachting alleen nog maar verder toenemen. Maar ook de oudere generaties zullen zich laten beïnvloeden door het mediagedrag van jongeren en zich graag met de stroming mee laten voeren. Want wie wil er nou niet jong (in elk geval jong van geest) zijn. Een ware internet tsunami dus met eveneens veel maatschappelijke gevolgen. Gelukkig in dit geval overwegend positief, er zal vooral een golf van enthousiasme ontstaan. Laten we eens kijken door welke activiteiten die deining veroorzaakt wordt.
Creators: ieder doet zijn eigen ding


Bij de creators gaat het om mensen die minimaal eenmaal per maand artikelen op een blog schrijven, webpagina’s bijhouden of video’s uploaden naar sites als YouTube. Het gaat hier om 13% van de populatie, 51% man en 49% vrouw. Dat wat ze doen is heel verschillend: slechts 14% doet alle drie deze activiteiten, 19% slechts twee ervan. Het uploaden van video’s is het populairst (25%), gevolgd door bloggen 23% en het publiceren op een eigen site (21%). Kinderen en jongeren zijn actiever dan de andere generaties, meer dan een derde van deze groep is creator. In Nederland zijn kinderen bijvoorbeeld heel actief met eigen persoonlijke pagina’s op een site als Habbo. Maar ook blogservices als Blogger en Weblog.nl zijn razend populair.
Critics: vooral ratings en reviews op sites als Amazon


De critics participeren op twee manieren: door te reageren op blogs of door beoordelingen (ratings en reviews) op sites als Amazon (in Nederland: Zoover, Iens, Kieskeurig, Kelkoo, Vergelijk.nl e.d.). Het gaat hier om 19% van de mensen en om iets meer mannen (53%) dan vrouwen (47%). Zo’n 42% plaatst ratings en reviews, 36% reageert op blogs en 22% doet beide. Vier van de tien critics zijn ook creator. De groep jongeren tussen de 18 en 26 jaar is op dit vlak het meest actief. Maar ook een kwart van de kinderen en van de groep tussen de 27 en 40 jaar manifesteert zich op deze manier.
Collectors: actief met tagging en RSS


Als mensen urls bewaren op sites als del.icio.us, labels toevoegen aan foto’s op Flickr of RSS-feeds gebruiken op bijvoorbeeld Bloglines of Netvibes, dan creëren ze metadata die met de hele community gedeeld worden. Dit collecteren en aggregeren speelt weer een cruciale rol in het organiseren van de enorme hoeveelheid content die
door creators en critics wordt gemaakt. Zo kan iedereen via bijvoorbeeld Furl of del.icio.us, dus ook de mensen die niet taggen, meteen terugzien wat relevante artikelen zijn rondom een bepaald thema. Een groep van 15% van de online populatie is collector en het aandeel mannen is hier erg groot (58%). 44% Van de mensen doet aan tagging, 33% gebruikt RSS en 23% doet beide. Als het gaat om RSS-gebruik is Google erin geslaagd om in korte tijd het marktleiderschap naar zich toe te trekken (iGoogle en Google Reader). Tagging door kinderen gebeurt nog relatief weinig, maar de recente invoering van tags door bijvoorbeeld Habbo zal hierin snel verandering gaan brengen.
Joiners: een grote variëteit aan activiteiten


De joiners hebben vooral een gemeenschappelijk kenmerk: ze gebruiken social networking sites als MySpace.com en Facebook (in Nederland: Hyves, Sugababes e.d.). Het gaat hier om 19% van de totale populatie, maar de verschillen tussen de generaties zijn bijzonder groot. Bij jongeren tussen de 18 en 21 jaar is maar liefst 70% actief op dit soort sites, bij de senioren slechts 6%. Hier zitten ook meer vrouwen (52%) dan mannen (48%). Interessant aan deze groep is dat ze ook erg actief is als het gaat om andere social media activiteiten. Zo leest 56% blogs, kijkt 41% peer -generated video, reageert 37% op blogs en publiceert (of onderhoudt) 30% (op) een blog. Een ander interessant gegeven is dat ook het percentage RSS-gebruikers hier erg hoog ligt, namelijk op 21%. Interessant is verder dat in de leeftijdsgroep van 18 – 26 jaar – afwijkend van alle andere generaties – meer joiners zitten dan spectators en dat deze groep daarmee minder interesse heeft in passief lezen, kijken of luisteren, zelfs als de content door vrienden gemaakt is. De ervaring die ze in de afgelopen jaren hebben opgebouwd met internet heeft gemaakt dat ze zelf actief willen zijn. Alweer een indicatie van grote veranderingen die eraan zitten te komen.
Spectators: vooral bloglezers en videokijkers


Deze groep van bloglezers, videokijkers en podcast luisteraars, het gaat om 33% van het totaal aantal internetgebruikers, is belangrijk als publiek voor de social content die door alle anderen wordt gemaakt. In deze groep ligt het inkomen het laagst van alle groepen. Een groot deel (36%) leest blogs, kijkt peer-generated video’s (21%), doet beide (18%) of luistert podcast al dan niet in combinatie met de twee eerdergenoemde activiteiten (24%). Forrester benadrukt dat creators ook spectators kunnen zijn. Maar voor 31% van deze groep geldt dat ze met geen van de andere clusters van activiteiten bezig is. Voor generation X (27 – 40 jaar) geldt dat al 41% spectator is en daarmee toe lijkt aan de volgende stap op de partipatie ladder. Deze generatie heeft immers al meer dan genoeg kennis te delen, en zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met ratings op vakantie- of restauantsites.
Inactives: op geen enkele manier actief in social media


Tot slot is er de groep inactives. Het gaat hier om 52% van de mensen die in het geheel niet participeert in een van de social media activiteiten. De gemiddelde leeftijd in deze groep is erg hoog (50 jaar) en 57% is vrouw. Verder heeft slechts 49% uit deze groep breedband, bij de andere groepen ligt dat percentage tussen de 68% en 73%. Deze groep ziet zichzelf nauwelijks of niet als leider (17% vs. 34%) en vertelt andere significant minder (33% vs. 54%) over de producten waarin ze geïnteresseerd zijn. Ze raken overigens wel nieuwsgierig in social media activiteiten als ze zulke berichten in de nieuwsmedia tegenkomen. Wat hier zeker ook een rol speelt is het gebrek aan relevante content voor older boomers en seniors. Hier ligt duidelijk nog een gat in de markt!
Participatie in perspectief
Als ik zo al deze trends en ontwikkelingen op me in laat werken dan blijft het eerder geschetste beeld van de tsunami sterk hangen. Een tsunami met een enorme kracht die over het internet heen gaat. Teens en tweens die duidelijk de voorhoede vormen in een maatschappij die wereldwijd een stuk mondiger wordt. Hoewel het cijfermateriaal uit de VS is (4e kwartaal 2006) is het naar mijn stellige overtuiging ook voor Nederland behoorlijk representatief. Bovendien gaat het minder om de exacte cijfers maar meer om de onderstroom ervan: de invloed van de consument neemt snel en sterk toe en dat zal onze maatschappij en de manier waarom we zaken doen verder op zijn kop gaan zetten. Uiterst boeiend materiaal en niet alleen voor marketeers verplichte kost om te lezen!
Dit artikel is tot stand gekomen door gebruik te maken van eerder online verschenen materiaal. Het complete rapport (17 pagina’s) is te koop bij Forrester ($ 279,-).

















@Frank:
Heeft Forrester toestemming gegeven om hun participation ladder te herpubliceren? Volgens mij zijn ze hier nogal neurotisch over.
@ Marc: Zoals ik al schreef heb ik gebruik gemaakt van (veel) ander materiaal dat al eerder in binnen- en buitenland op internet is verschenen. Daar heb ik vervolgens mijn eigen interpretatie aan gegeven.
@Frank: Excuus, had ik niet gezien.
Overigens is de indeling die Forrester gebruikt vanuit het perspectief van online recruitment een buitengewoon interessante. Zeker omdat deze zo fraai langs de generatiegrenzen loopt
Eens Marc, waardevolle toevoeging!
Ook – hele andere tak van sport – beter targetten van overheidscampagnes / voorlichting. Misschien hebben anderen nog meer suggesties?
Heel interessant! Voor mijn thesis onderzoek ik trouwens waarom mensen überhaupt participeren in social media. Ik belicht het vanuit een evolutionair psychologisch perspectief. Bronnen of andere info is altijd welkom!
@ Davy, een eerste poging: zelfexpressie, vrijheid, entertainment, ontspanning, verbondenheid, ontsnapping, kennisdelen, communicatie, zoeken van (oude) bekenden, nieuwsgierigheid…..
mooi, helder overzichtelijk verhaal!
@ Davy
Ik ben benieuwd naar je onderzoeksmodel en eventuele bevindingen. Hoe ver ben je al met je onderzoek?
ps. misschien dat je met dit artikel geholpen bent.
http://freakonomics.blogs.nytimes.com/2008/02/15/is-myspace-good-for-society-a-freakonomics-quorum/?hp
@ frank: dat zijn zeer proximate (voordehandliggend maar oppervlakkige) verklaringen. Ik ga uit van een biologische oorsprong, iets dat in ons zit ingebakken (in ons oerbrein waar we nog steeds mee rondlopen). Ik ga het daarom koppelen aan darwinistische modulen en zoeken naar het ultieme waarom.
@wilko: thx voor de link. Het wordt een inhoudsanalyse van Netlog.com, met codering van nicknames, foto’s, centraliteiten in clans etc… ik hou jullie op de hoogte!
@ Davy: Je vraag wordt daarmee ook weer wat concreter ;-) Ook ik ben erg benieuwd naar de resultaten van je onderzoek.
@ Wilko: Interessante link!
@ Ronald: Dank voor het compliment!
@ Davy
Ik denk dat de motivaties die Frank aandraagt wel redelijk de waarheid nabij zijn. Zelf heb ik een kleine twee jaar geleden een soortgelijk onderzoek gehouden onder Hyvers (kijk op http://www.marketingprofs.com/ea/qst_question.asp?qstID=12998 mocht je wat meer over het onderzoek willen weten).
Ik heb toen ook gekeken naar de redenen om je bij een sociale groep te voegen. Vanuit een Darwinistisch perspectief is de primaire reden simpelweg overleving, maar er zijn meerdere redenen. Je kan in de sociale psychologie tal van literatuur hierover vinden. De redenen om bij een online community te gaan bleken echter wel degelijk anders dan de redenen om je bij een offline sociale groep te voegen. Voornamelijk zelfexpressie bleek de hoofdmoot. Beetje in lijn met de beweringen van Andrew Keen. Maar het hoeft natuurlijk niet zo te zijn dat Hyvers representatief zijn voor gebruikers van alle andere online communities. Succes met je onderzoek!
@wilko: zeker interessante gegevens. Voor sommige zaken zit Frank er inderdaad op, maar anderen zijn dan net iets te oppervlakkig. Ik wil het uiteraard allemaal theoretisch sterk onderbouwen (en dat eisen ze ook vanuit de Universiteit Gent). Uiteindelijk schat ik dat er een 5 à 7-tal basismotivaties gaan corresponderen. Het onderzoek moet afgerond zijn in maart en dan kom ik hier wel nog de resultaten meedelen.
@ Wilko: Leuk /eervol dat je op Marketingprofs hebt gestaan! En erg interessant artikel, is destijds jammer genoeg aan mijn aandacht ontsnapt. Boeiend dat verschil tussen offline en online, ook vanuit mijn blogervaring geloof ik in verschillen tussen offline en online. Maar ik stel ook vast dat mijn online bestaan in de afgelopen vier jaar ook steeds meer mijn offline bestaan is gaan beïnvloeden.
@ Davy: Ik ben erg benieuwd naar de uiteindelijke verschillen! Ik nodig je bij deze alvast uit om er hier wat over te schrijven!
correctie, onderzoek moet klaar zijn eind mei…oef voor mij!
@ Frank
Het is niet zo eervol om Marketingprofs te staan hoor. Iedereen kan daar een account aanmaken en een vraag op het forum posten. Zo ook ik dus, maar iig bedankt voor het compliment ;).
Het onderzoek is nooit echt publiekelijk geweest. Ik heb wel mijn bevindingen en wat advies naar Hyves gestuurd, maar daar nooit echt feedback op gekregen. De reden dat ik toentertijd mijn vraag op een Amerikaans forum had gezet, was omdat ik in die tijd weinig Nederlandse marketingsites over online communities hoorde praten, behalve dan over de mogelijkheid om het als trafficgenerators te zien (en dus zoveel mogelijk advertenties erop te kunnen plaatsen).
Het online / offline verschil is idd vrij groot merk ik nog steeds en naar mijn mening is een voorwaarde voor het vormen een community rondom je brand dat je zeker offline meetings hebt. Mensen kunnen onmogelijk een band met elkaar voelen als ze elkaar nog nooit in het echt gezien. Zelf heb ik wat ideeen voor dergelijke brand communities geplaatst in mijn laatste artikel op Vue Royale. Ik ben benieuwd wat jij hier van vindt. Daarnaast vraag ik me ook af hoe jouw offline bestaan is beinvloed door je online bestaan.
@ Wilko: Over Marketingprofs…. dat had je nou niet moeten zeggen ;-) En je was er dus vroeg bij!
“Mensen kunnen onmogelijk een band met elkaar voelen als ze elkaar nog nooit gezien hebben”. Mag ik daar mijn twijfels over uitspreken? Weet je wat, misschien moeten we gewoon een keer een kop koffie gaan drinken. Ik zit in Utrecht, maar ben veel op pad. Waar zit jij?
Een tsunami? Ik denk het niet.
Dat teens en tweens nu veel gebruik maken is duidelijk. Dat zij in de toekomst ook meer gebruik zullen maken van social media, lijkt me ook in de lijn der verwachting.
Maar het is te voorbarig om te concluderen dat het gebruik als een tsunami zal toenemen. Want het ligt in de aard van deze leeftijdsgroep om er veel sociale contacten op na te houden. Dat doen teens en tweens.
Het hoort bij deze fase van opgroeien, waarbij ze zichzelf in relatie tot leeftijdsgenoten definiëren. Later neemt die contactzucht af. En dus zal het intensieve gebruik van social media ook afnemen.
Het onderzoek van Forrester staat overigens hier gratis online:
http://www.tccta.org/links/Committees/pub-archive/Social-Technographics.pdf
@ Inger: Ik ben dat toch niet helemaal met je eens. Wel eens met het statement dat de behoefte aan contacten naarmate je ouder wordt verminderd. Maar er is nog iets anders aan de hand. Het aantal (online) contacten voor teens en tweens ligt extreem hoger dan ooit, als ik zelf de vergelijking maak met toen ik zelf zo oud was is er een wereld van verschil. Teens en tweens nu zijn dus veel communicatiever bezig dan die van 10 -20 – 30 etc jaar geleden. Het web heeft dat mogelijk gemaakt. Anders gezegd, de drempel om te communiceren is veel lager komen te liggen en het is onderdeel van hun identiteit, hun zijn geworden. Dat verdwijnt echt niet meer. Samenvattend: naarmate jongeren ouder worden wel minder contacten, maar nog steeds substantieel hoger dan bij eerdere generaties het geval was.
@ Wilko: Ik heb je email zojuist beantwoord. We houden contact!
Frank, mooi uitvoerig overzicht van dit onderzoek. Ga ik zeker wat van gebruiken in projecten. Waar ik nog wel benieuwd naar ben, is de invloed van andere factoren (zoals opleidingsniveau) op participatie. Weet je of daar meer over bekend is?
@ Ferry: Over opleidingsniveau heb ik geen hard materiaal gezien, maar wel wat indicaties. Breedbandgebruik ligt bij creators en spectators hoger, bij inactives bijzonder laag. Jaarinkomen ligt bij critics, collectors en spectators het hoogst, bij joiners en inactives het laagst. Creators, critics en collectors vinden zichzelf natuurlijk leiders, voor joiners en spectators geldt dat wat minder (overigens scoren inactives scoren op dit punt extreem laag).
De indeling is bijna een jaar bekend, maar de verrijking van elk van de rollen voegt zeker wat toe.
Voor een benchmark van verschillende soorten indelingen, business modellen en meer info over demographics zie het rapport in onderstaande link over UGC: business modellen en copyright (laat je niet misleiden door de titel):
http://www.tno.nl/content.cfm?context=overtno&content=nieuwsbericht&laag1=37&laag2=2&item_id=2007-10-30%2016:06:38.0
@frank & ferry: de reden waarom opleiding een mogelijke rol kan spelen is dat in de generatie waar we over spreken er geen domesticatie was vanuit het beroepsleven voor lagergeschoolden. Zij moesten er op het werk niet mee werken en leerden daar ook dus geen vaardigheden die ze thuis konden gebruiken (macroniveau). Dit gaat volgens mij sterk veranderen aangezien de kinderen van allerlei soorten ouders op school een basisvorming pc krijgen en ze dit op een of andere manier overbrengen op de ouders en er zo ook mee leren werken. Binnen een aantal jaren gaat volgens mij er minder significante verschillen zijn tussen de opleidingsniveaus.
[...] van de week en ik ben even helemaal sociale-media-moe. Als je het deze week allemaal zo voorbij ziet komen dan wordt het straks een grote gezellige boel op internet. [...]
[...] van Social Media neemt in 2007 met 668% toe. Frankwatching geeft in zijn artikel Teens, tweens en de tsunami van social media, een mooi overzicht van het gebruik van social media. De leeftijdsgroep tussen de 12 en 26 jaar [...]
@ Sander: Bijzonder interessant rapport waarnaar je linkt, erg bedankt daarvoor!
@ Davy: Ik ben het met je eens dat de verschillen tussen de opleidingsniveau’s in de loop der tijd zullen gaan afnemen.
[...] snel genoeg. De vraag is echter hoeveel Nederlanders er nu echt actief bezig zijn met web 2.0. Onderzoek in de VS toont aan dat jongeren het actiefst zijn online. Een mooie belofte voor de toekomst, maar het geeft [...]
Frank,
What is the source of your table over the participation differences for the different generations ?
Thanks.
@ Xavier: I just searched on some relevant keywords in Google. But I can’t find the search result anymore…
Mooi helder overzicht. Bedankt Frank! Ik vind vooral de toename van de active participatie interessant. Dus een verschuiving van spectators naar joiners.
[...] allemaal nog. Maar ze zijn minder van invloed dan voorheen. Onder invloed van Google en door de sterke toename van het aantal en de autoriteit van de sociale media, is communicatie met en tussen klanten beter mogelijk dan ooit. Maar tegelijk hebben steeds meer [...]
[...] een tijdje terug (februari 2008) schreef Frank Janssen een schitterend stuk over de Social Media Tsunami. Een erg goede post gebaseerd op het Social Technographics onderzoek uit 2006-2007 van Forrester. [...]
[...] de impact van social media te begrijpen is het belangrijk om in de huid te kruipen van degenen die er gebruik van maken. Het gaat immers om [...]