Er wordt veel geschreven over dat Web 3.0. En uiteraard vaak met de nodige scepsis. Want veranderingen vinden we maar eng. Na de crisis gaan we het liefst gewoon weer over tot de orde van de dag… Maar het Wereld Wijde Web evolueert. In dat licht bezien is Web 3.0 geen hype, maar een logische nieuwe stap. En een significante, want eindelijk wordt het internet ‘slim’. Logisch gevolg daarvan zal zijn dat we in het daaropvolgende web 4.0 tijdperk op een heel andere manier omgaan met het internet. Ook de manier waarop we daarmee geld verdienen. Maar eerst de tussenstap in de evolutie: het Web 3.0.
Web 3.0? Maar wat is Web 1.0 dan?
Even terug naar de basis. Want wat is Web 1.o eigenlijk? De term verwijst naar het web van:
- Documenten
- Hyperlinks
- Online massacommunicatie
- Verouderde businessmodellen
Oftewel het contentweb, waarbij het meeste van de content gratis is. Daarbij komt dat slechts 10% van de aanwezige content ook daadwerkelijk vindbaar is. Het leeuwendeel is weliswaar benaderbaar achter logins en/of programma’s zoals iTunes, maar niet vindbaar.
AltaVista, Napster, Amazon, eBay en Google zijn bekende namen uit die dagen.
Okay, helder. En web 2.0 ?
Korter en bondiger kan ik het niet formuleren: Web 2.0 is het sociale web. Het tijdperk van:
- User generated content
- Blogs
- Burgerjournalistiek
- Het zelf taggen van content
- Het aanmaken van profielen
- De tijd van delen, participeren en standaardiseren
Een échte killerapp die helemaal Web 2.0 is, is Wikipedia. Maar denk ook nog eens terug aan Second Life. Jazeker, het draait nog steeds. Tot juli 2007 was het voor Avatars zelfs nog toegestaan om te gokken en te wedden in Second Life. Momenteel wordt er tevens stevig gediscussieerd over onder andere een verbod op pornografie en virtuele seks met minderjarigen. Ook zal binnenkort elke Avatar die gebieden wil bezoeken waar inhoud voor meerderjarigen aanwezig is, een Real-World-legitimatieplicht krijgen (bron: Wikipedia). Andere voorbeelden zijn Delicious, Digg, Facebook, Hyves, LinkedIn en Twitter.

Het umfelt van Web 2.0 in het grotere geheel (bron: www.pronamic.nl/)
De nabije toekomst
Als we wat verder in de toekomst kijken, dan staat ons het volgende te wachten:
- De mate van intelligentie van het internet en alles wat daarmee samenhangt gaat toenemen. Artificial intelligence komt nu echt heel erg dichtbij. Met het toenemen van die kunstmatige intelligentie zijn ‘online agents’ zeer goed in staat om experts te vinden voor elk mogelijk probleem of vraagstelling.
- Onze identiteit ligt volledig open, waarbij elk individu wel controle blijft houden over de mate waarop dat gebeurt.
- Sociale netwerken zullen meer naar elkaar toegroeien en uiteindelijk samenvloeien tot iets nieuws.
- Hyperlocale content, relevant voor slechts een of enkele individuen, komen op. Goede voorbeelden hiervan zijn de iPhone app AroundMe en de website EveryBlock. Van massa naar niche dus.
- Het web is volledig open source met open content die voor iedereen bruikbaar is om nieuwe elementen te ontwikkelen. Minder regulatie dus én minder copyright.
- Die openheid maakt het heel gemakkelijk voor individuen om zelf aan de slag te gaan met die content: persoonlijk ondernemerschap. Zie maken volledig nieuwe toepassingen of voegen toe aan bestaande: meer samenwerking in plaats van competitie.

De toekomst van het internet (bron: www.pronamic.nl/)
Wat is dan een goede definitie van Web 3.0?
Ik citeer de woorden van Raymond Franz van TrendLight: ‘van een ongestructureerde content pool naar een gestructureerde en met elkaar verbonden informatiecloud, volledig met elkaar verbonden door semantische classificatie en samenwerking.’
Hoe kunnen we daar geld aan verdienen? What’s in it for me?
De openheid ‘dwingt’ ons tot nieuwe verdienmodellen. Een in mijn optiek wenselijke ontwikkeling, aangezien de crowd niet wil betalen voor content. De businesscase moet daarom worden omgedraaid. Het opengooien van de deuren is de trigger voor vele ontwikkelaars om met innovaties te komen die de contentbeheerders nooit kunnen bedenken. Zodra er dan geld mee verdiend wordt, moet er een geldstroom op gang komen die weer richting contentbeheerder terugstroomt.
Om die deuren volledig open te kunnen zetten, moet de intrinsieke waarde van die informatie boven tafel komen:
- Personen en plaatsen
- Data en hoeveelheden
- Onderwerpen
- Sentimenten en meningen
- Tone of voice
Gerelateerd aan andere gestructureerde data van:
- Flickr
- Wikipedia
- Open Congres
- New York Times
- Et cetera
En natuurlijk:
- Open source software
- Open source content
- Open source databases
- Open platforms
- Open ontologieën en taxonomieën
Om dat doorlinken goed te kunnen doen kunnen we niet zonder techniek en standaarden als rfd, owl, parel, foaf en zo verder. Gelukkig is er een organisatie als w3c.org die daar voor gezorgd heeft. Dat laten we mooi voor wat het is.
Dat is nogal wat, hè!
Het opengooien van de deuren is een enorme barrière op dit moment. Toch denk ik dat het hier naartoe zou moeten, gezien de hoeveelheid gefragmenteerde content. Bovendien zijn ook de online advertentie-inkomsten eindig, in print zelfs al flink dalend. De economische crisis versnelt dit proces. Betaalde content is een utopie. Je kunt het web en haar gebruikers niet reguleren, noch alles achter copyrights hangen.
En dan is er natuurlijk nog de overheid Ook zij ‘moet’ transparanter gaan opereren en haar servicelevel opkrikken. Daarbij komt dat de Web 3.0-revolutie kostenbesparend werkt en ondernemerschap, zeker onder jongeren, aanwakkert. Door aan te sluiten op de reeds bestaande Web 3.0-omgeving kan Nederland een koploperspositie claimen in Europa op dit gebied.
Vooralsnog moeten we nog veel leren van anderen. Kijk daarom ook eens naar wat Reuters, The New York Times, The Guardian en de Washington Post doen op dit gebied en plot dat over je eigen internetvisie. Welke kant wil jij er dan mee op? Waar liggen voor jou de kansen?
Linkeconomie
Er zijn al businessmodellen aanwezig op het web. Goede voorbeelden waarbij de opengestelde content leidt tot nieuwe inkomsten. En dat hoeft dus niet ‘gratis’, want dat is natuurlijk niet het toekomstige doel. Het doel van de toekomst is ‘linken’. Door zoveel mogelijk verwijzingen naar de eigen artikelen te creëren, ontstaat traffic. Traffic leidt tot advertentiemogelijkheden en dát is business.
Maar daarvoor moet die content natuurlijk wel vindbaar zijn. En laten we wel wezen, relevante content komt toch wel naar je toe. Voorbeeld: een scoop die ik ‘s ochtends lees in mijn papieren krant en die wordt verstopt achter de internettariefmuur, vindt mij binnen no-time via een andere RSS-feed. Zonder verwijzing naar het oorspronkelijke artikel, want dat is door diezelfde tariefmuur onmogelijk gemaakt.
Dus: het nieuws vindt me hoe dan ook. Exclusiviteit op internet bestaat niet. Waarom zou je dus betalen voor iets wat je elders voor niets krijgt? Bovendien wil je als journalist een scoop toch met zoveel mogelijk mensen delen, commentaren verzamelen opleveren en aanvullende informatie aandragen? Het verstoppen van een scoop is in dat licht bezien een tegenstrijdige actie.

Semantisch gekoppelde data. Om aan te geven hoe snel het gaat. Linksboven de stand van september 2008, rechtsonder die van maart 2009.
Meer weten?
- Lees ook het blog over ‘de geschiedenis van het internet‘
- Word lid van onze LinkedIn groep ‘het web der entiteiten‘
- Chris Anderson, Free en de Nieuwsindustrie
- De SlideShare presentatie ‘Web 3.0 – a hype or a vision‘ van Raymond Franz
En wat is nu de volgende stap?
Het verhaal hierboven is wellicht nog wat schimmig. Ik wil binnenkort bij jullie terugkomen met enkele concrete voorbeelden. Mochten jullie die toevallig al hebben, dan hoor ik ze graag!















Erg interessant onderwerp. Hoe ver zal het gaan? Hebben we over 10 jaar web 8.0? Wat zou dat zijn?
Wat ik zelf een heel mooi voorbeeld van web 3.0 vind: Last.fm.
Ruud,
leuke map die je schetst. Daar hebben we guidance in nodig en innovatiemomenten. Daarmee bedoel ik dat mensen die in de dagelijkse businesspraktijk zitten, met mensen zoals jij gestructureerd moeten kijken wat de mogelijkheden/kansen zijn.
Geerd
Tot op heden heeft elk web (1.0 naar 2.0) ongeveer 10 jaar geduurd. We zitten nu dus halverwege web 2.0 zou je kunnen zeggen, waarbij de eerste web 3.0 achtige applicaties het licht beginnen te zien. Last FM zou ik dat niet noemen, want daar zit nog niet heel veel semantiek in (hoewel wisdowm of the crowds er wel in gebruikt werd).
Of alles open source gaat worden betwijfel ik, zoals Chris Anderson in Free omschrijft zijn er meerdere krachten en kunnen meerdere modellen naast elkaar leven. Apple is natuurlijk het toppunt van closed surroundings, maar wel mateloos populair en niemand die daar om maalt blijkbaar.
Bij web 3.0 zullen we dus semantiek toevoegen aan het web, waarbij we niet alleen het woord zien, maar ook weten wat het woord betekend (gaat het om Madonna de artiest of het schilderij?). Web 4.0 was een idee van Seth Godin gaat dan meer naar automatische aanbevelingen van vrienden (op het moment dat je op koop wil klikken zegt een applicatie, ho, maar 6 van je Hyves vrienden vinden deze winkel beter…).
Interessant om te lezen. Maar als je conclusie in de voorlaatste alinea is:
… hoe is dit dan anders dan in Web 1.0?
Een andere discussie is overigens hoe goed personen, ondernemingen en overheden dat Web 1.0 onder de knie hebben. Of niet. Mijn collega boudewijn Bugter schreeft daar in mei 2008 al een interessant artikel over: “Hoe werkt traditionele webcommunicatie ook alweer?“.
Dag Linda. Tja, die 1.0 überhippe toevoegingen zullen voorlopig nog wel aanhouden. Daarmee worden die termen steeds meer containterbegrippen waar de exacte betekenis voor velen steeds onduidelijker van wordt.
In antwoord op jouw voorbeeld. Als ik de website test op zijn semantische waarde, ik doe dat met de FireFox add-on Gnosis, kom ik niets tegen. Misschien zie ik iets over het hoofd? Wat is er volgens jou zo semantisch, web 3.0 aan?
Helemaal mee eens! Ik kom daar binnenkort op terug.
Mooi omschreven! Doorfilosoferend daarop komt de open manier van vragen stellen à la Captain Janeway in Startrek wel steeds dichterbij. Wat de consequenties precies zullen zijn van een slim internet laat zich vooralsnog raden. Een Quick win ligt wat mij betreft in het automatisch begrijpen dat Ruud Kessels een persoon is en dat Ruud K. en R. Kessels wel eens dezelfde persoon zouden kunnen zijn. Nóg een stap verder, web 4.0, zou kunnen zijn dat mijn personal agent mijn tandartscontrole alvast inplant in beide agenda’s en die verschuift zodra ik daar een andere afspraak maak.
Laten we eerlijk zijn, het internet kan op vele punten echt wel wat intelligenter gaan functioneren. Voor dat wij daar als gebruiker echt profijt van hebben zullen we eerst de web 3.0 stap moeten zetten. Het semantisch coderen van al die data.
Dag Christiaan. Het linken in web 3.0 werkt alsvolgt. Stap 1 is het openzetten van de deur: al je data is semantisch gecodeerd en opengesteld voor de gemeenschap. Creatievelingen pikken dat op en combineren jouw data met die van anderen. Zodra daar een nieuwe geldstroom uit voortkomt, zal die ook weer terug moeten vloeien naar jou. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. De hele discussie die nu loopt over het gratis weggeven van content versus afschermen van betaalde content komt daar mee te vervallen! Quite a mindswitch, nietwaar?
@ Ruud
Dank voor je reactie. Ik denk dat ik het begrijp. Dat neemt echter niet weg dat, afgezien van de symantische codering, de kern hetzelfde blijft als in Web 1.0, namelijk de aloude ‘hyperlink’. Auteursrecht is in jouw stelling echter een ‘tegennatuurlijk’ element en daar kan ik voor een deel ook wel in meegaan.
Verder is natuurlijk interessant om te zien welke verdienmodellen zullen ontstaan. Je geeft zelf al aan dat louter adverteren een eindige pot geld is. Een ander voorbeeld is dat populaire (en goede!) bloggers worden gevraagd als spreker of consultant, en daarmee hun boterham verdienen.
Hoi Ruud,
Ik ga nu een ‘gevaarlijke’ vergelijking maken…
Eigenlijk zijn deze web’stromingen’ vergelijkbaar met algemene maatschappelijke stromingen. Het Web 1.0 was voornamelijk zenden, en daardoor vaak gestructureerd en ook wat ‘braaf’ (vergelijk de jaren 50) . Web 2.0 gaf meer ruimte voor iedereen, en daardoor werd het ongestructureerder (vergelijk de jaren 60-70). Nu komen we erachter dat we meer houvast nodig hebben, en dat je vaak iets anders bedoelt dan de ander hoort. We proberen dus grip te krijgen, door meer controle (jaren 80-90). Dat gaat maar tot op zekere hoogte werken, ben ik bang. Willen we dit eigenlijk wel, of hebben we geen keuze? Gaan we ook een Web.Crisis krijgen?
Ik vind het gebruik van de termen web 1.0, 2.0 en 3.0 vrij onzinnig..
De term web 2.0 is gewoon bedacht door (ik meen) O’Reilly om meer boeken te verkopen. Termen worden dus verzonnen en gebruikt voor pure commerciële doeleinden en zo zien we ook van die termen als zorg 2.0, tv 2.0 en nog meer nietszeggende termen.. Bovendien is web 2.0 ook te veel als trendnaam gebruikt bij t ontwerpen van webtoepassingen, ook om met de trend mee te lopen en hierdoor geld te verdienen. Terwijl je dan weinig innovatiefs doet :)
Natuurlijk vinden er wel hele interessante & kenmerkende veranderingen plaats op internet maar het is misplaatst om te zeggen dat er tijdperken zijn van web 1.0, 2.0 en 3.0, omdat deze ontwikkelingen simpelweg in een continue stroom door lopen en bovendien naast elkaar bestaan. Je kan dus niet zeggen dat we over een paar jaar web 3.0 hebben terwijl er misschien al een aantal toepassingen zijn op dat gebied. Open vragen stellen waarop expert zsm antwoord proberen te geven bestaat bijvoorbeeld al als mobiele service met ChaCha. Dat geheel ter zijde, ik vind het artikel met ontwikkelingen op internet verder wel prima in elkaar zitten, er worden interessante ontwikkelingen beschreven. Van mij mogen er nog wel meer artikelen in dit genre komen, want het blijft fascinerend om te filosoferen over de toekomst van het web.
Hyperlinken is toch iets anders in mijn optiek. Ik noem dat liever hergebruik van content. En wat het auteursrecht betreft, daar moeten we dan toch echt vanaf. Wat niet wil zeggen dat de oorspronkelijke eigenaar er geen rechten meer aan kan ontleden! Zeker niet zelfs. Maar vooraf geld vragen om content te mogen inzien of gebruiken, dat werkt hier dus niet meer.
Leuk dat je dit aanhaalt. Daar gaat mijn komende Bex*zomercademie dus ook helemaal over. Als je op een wat beschouwelijker niveau kijkt naar het web kun je daar de piramide van Maslow zo overheen leggen. Het internet is een afspiegeling van wat er op maatschappelijk en psychologisch vlak speelt bij ‘den menschheid’. Doorredenerend zou er dus ook een web.crisis moeten komen. Of is die er misschien al?
@ Ruud
Je zegt:
… en dat is denk ik de kern van de zaak. Je vertelt online je (eigen) verhaal, en anderen hergebruiken jouw stelling om die te bestendigen, onderuit te halen of whatever. Als vakgenoten kom je zo samen verder.
Vraag blijft echter welke rol auteursrecht speelt. Daar staat nu ook een artikel van op Frankwatching. Het lastige is namelijk dat je daar niet zomaar van af kunt. Als de auteur op zijn strepen staat — en dat kan en mag volgens de wet — heb je als hergebruiker in principe het nakijken (afgezien van citaatrecht enzovoort). Dat is dus nog een harde noot om te kraken.
Met bakken aan gratis content die wereldwijd verspreid wordt is hetgeen we behoefte hebben: behavorial filters, smart filters en social filters. Ik wil niet in 150 websites interessant nieuws voor mij te zien krijgen, en ook niet al die bullshit op Twitter volgen. Ik wil dat de informatie (artikelen, tweets, fun) gefilterd worden obv mijn gedrag, mijn vrienden etc (semantische web dus) zodat ik niet de hele dag de krant, magazines, weblogs, tweets, nieuwssites en achtergrondartikelen hoef af te speuren naar iets interessants. Tijd is geld en aangezien internet ons in staat stelt veel meer te bereieken in minder tijd draait het volgens mij daar om.
@Christiaan: ik heb het in deze context niet alleen over het reageren op elkaars content. Met hergebruik van content doel ik ook op het combineren van overheidsdocumenten, lopende reachtzaken, het weer en de bustijden tot een nieuwe hyper lokale applicatie op maat gesneden voor jou als individu! Zodra een creativeling dit tot stand brengt moet de oorspronkelijke contenteigenaar een vergoeding daarvoor krijgen. Achterdaf dus, niet vooraf!
@Sander: Kijk, en daar gaat het mank. We spreken niet over gratis. Dat heeft bovendien een erg negatieve bijsmaak bij met name de uitgeverijen op dit moment. Het gaat hier om het koppelen van allerlei semantisch gecodeerd data (zie de afbeelding van de clouds) tot een volledig nieuw concept. En dan wordt de oorspronkelijke contenteigenaar beloont. Niet eerder. Niet vooraf betalen en dan maar zien. Nee, eerst iets nieuws bedenken met elkaars content, dan beloond worden.
In de huidige setting kan het auteursrecht een drempel vormen. Waar het hier dus ook om gaat is durven. Durven om die deur open te zetten plus het loslaten van oude dogma’s zoals het vooraf MOETEN betalen voor content. Dat leidt niet tot innovaties…
Het interessante is om te zien dat de ‘massa’ nu nog echt moet gaan beginnen met het volledig accepteren, maar dan voornamelijk ook het inzetten en gebruiken van 2.0 – terwijl er hier al vooruitgekeken wordt naar 3.0 t/m 8.0.
Een kristallen bol hebben we geen van allen, maar door goed te kijken naar het verleden, de trends en richtingen is het wel mogeljk om in te schatten welke ‘kant’ het allemaal op zal gaan.
Ik wacht af, observeer, beoordeel en omarm het.
Natuurlijk, alle ontwikkelingen die Ruud mooi schetst staan ons allemaal te wachten of zijn er al stiekem. Maar de vraag Hype of Visie? houdt me net zo bezig. Want het nummeren van webversies gaat nog sneller dan automerken hun nieuwste modellen opsieren met weer een hoger getal. En dat maakt het wel hyperig. Jammer, want daarmee stoot je heel veel mensen af. Vakgenoten kan het op de blogs niet snel genoeg gaan, maar een hype is zelden een aanbeveling voor een duurzame ontwikkeling (SecondLive). Wat Ruud zegt, het www evolueert. Velen zijn 1.0 net ontgroeit! Frusteer ze niet door ze direct alweer op achterstand te zetten. Is Web 2.1 ook een optie? De visie (van Ruud) wordt er niet minder van. De hype wel.
@Ruud 11.38 uur: allereerst dank voor het stuk, los van de vraag of 2.0, 3.0 of 4.0 al dan niet relevante begrippen vormen, zijn de achterliggende gedachten heel interessant. Kijk wel uit naar je concrete voorbeelden, in bijzonder over ‘exclusiviteit op internet bestaat niet’. Nieuws is gratis en zal dat blijven, maar voor elke toegevoegde waarde (analyse, opinie, interview, reportage) zal de uitgever (krant, radio/tv) geld willen zien, het liefst vooraf. Hoe je dat paradigma binnen 3.0 gaat tackelen, daar ben ik benieuwd naar.
Ik heb de presentatie die als basis diende voor het artikel van Ruud Kessels inmiddels vele malen gehouden voor journalisten en uitgevers. Iedereen is aan het eind van mijn verhaal enthousiast maar tegelijkertijd is er sprake van een blokkade. De ‘legacy’ die nieuws media achter zich aanslepen is daar de belangrijkste oorzaak voor. Grofweg kun je de bezwaren van traditionele media als volgt uitsplitsen:
Erfenis nummer 1: Uitgevers hebben in de afgelopen 50 jaar geld verdiend als water. Hun business model dreef op schaarste en exclusiviteit. Advertentieruimte was beperkt in het pre-internet tijdperk en duur waardoor alleen grote merken voor grofgeld zich konden postioneren. Een model waar overigens ook de reclamewereld stevig aan heeft verdiend. Op internet werkt dit principe volstrekt anders. Exclusiviteit bestaat niet langer en schaarste al helemaal niet. De grote merken op internet zoals Facebook, Google, Twitter, Hyves en Marktplaats hebben de advertentieruimte van de traditionele media niet nodig om bekend te worden. Ze geven geen cent uit aan reclame, ze drijven op een ander principe, namelijk de link-economy.
Erfenis nummer 2: De traditionele media zijn geen uitblinkers gebleken in het bedenken van nieuwe verdienmodellen op internet ern dan druk ik me eufemistisch uit. Dit maakt traditionele media huiverig voor nieuwe ontwikkelingen.
Erfenis nummer 3: De meeste directies van traditionele media worden bevolkt door krasse knarren. Murdoch is in de zeventig en roept op om de content van zijn kranten weer achter een tariefmuur te plaatsen. Ad Swartjes van TMG is de zestig gepasseerd en doet hetzelfde. Tom Curley van Associated Press, die zelfs wil laten betalen voor de kop en lead van de AP artikelen is van 1948. Ze maken geen schijn van kans tegen de jongens en meisjes van Google. Ze begrijpen niet dat hun content zowel intrinsiek als financieel meer waard is als onderdeel van de blogosphere dan achter een tolpoort. Nieuws komt naar je toe op internet. Een ‘exclusief’ artikel dat ik ’s-ochtends in de papieren FD lees en voor gewone stervelingen achter de tariefmuur van de FD-site is verstopt, loopt enkele minuten later via een RSS feed bij me binnen. Uit een andere, open bron uiteraard. Mensen betalen niet voor iets dat elders gratis is.
Erfenis nummer 4: Traditionele media gebruiken hun copyrights defensief en repressief. Web3 biedt de mogelijkheid copyrights faciliterend in te zetten. The Guardian stelt al zijn actuele en historische content gratis ter beschikking aan mashuppers, aggregators, boeren, burgers en buitenlui en stuurt haar eigen advertenties met haar content mee. Zo creeert ze waarde voor haar adverteerders en voor zichzelf door de links naar haar eigen site. Daarbij maakt ze gebruik van de creativiteit van miljoenen om met de Guardian content innovatieve toepassingen te ontwikkelen in plaats van alles zelf te willen bedenken en controleren. Over ‘exchange of ideas’ gesproken. Ook Reuters, NYTimes en de Washington Post opereren via een soortgelijk model. In Nederland werkt ANP mee aan een aantal Web3 initiatieven.
Erfenis nummer 5: Journalisten hebben een hopeloos romantisch zelfbeeld. Hoeders van de democratie, luis in de pels, you name it… Veel journalisten beschouwen internet journalistiek als onbetrouwbaar maar juist Web3 maakt het mogelijk nieuwe vormen van journalistiek te ontwikkelen. In de VS heeft Obama zijn hele economic recovery program openbaar en semantisch benaderbaar gemaakt en hij eist van states, counties en gemeenten dat alle aanbestedingen met de ’stimulus funds’ dat ook worden. Zo kan de besteding van het geld US-wide worden gevolgd en vergeleken. Een journalisitiek Eldorado dus en er zullen er vele volgen.
Zolang journalisten, traditionele uitgevers en media-exploitanten deze erfenissen niet begraven, zie ik het somber voor ze in. Internet is een platform om informatie, kennis en ideeen uit te wisselen. Ze biedt daarbij ongekende mogelijkheden voor hen die dat begrijpen maar is meedogeloos voor slechte de plannen van oude mannen. Gelukkig maar…..
@ Raymond: dank voor je vurige betoog!
Raymond tipt me zojuist via Twitter dat er in San Francisco weer een semantisch initiatief de wereld heeft gezien. Wanneer zal onze overheid zo open zijn?
http://www.techcrunch.com/2009/08/19/san-francisco-opens-the-city%E2%80%99s-data/
Het moet idd komen vanuit de journalisten en niet vanuit de oude mannen die het jaren voor het zeggen hebben gehad en het copyright uit alle macht proberen te beschemen. De huidige structuren zullen moeten wijzigen. Een platenlabel in de huidige vorm is niet langer nodig.Een artiest kan zijn muziek zelf online zetten en voor elk nummer een klein bedrag vragen. zelfde geld voor de journalisten.
Reclames als enige verdienmodel zie ik geen lang leven beschoren. Het is ondoenelijk om op de televisie een film te kijken, omdat je per saldo meer reclame hebt gezien dan film. Ik ga liever naar de bioscoop of huur/koop de dvd. Ook op het internet wordt je dood gegooid met banners en pop-ups. Ik vraag me af wat er uiteidelijk gaat winnen: Betalen voor content zonder de irritante reclame of gratis content met reclame.
Ik denk dat een simpel syteem waarbij je achteraf betaald ook niet eens zo gek zou zijn. Een goed artikel gelezen? Geef de schrijver een kleine fooi. Er zou hiervoor een simpel betaal systeem moeten komen waarbij het makkelijk is een artikel te ‘tippen’. Het internet heeft het voordeel van veel bezoekers, dus veel kleine fooien geeft toch een aardig bedrag per artikel. Geeft tenminste de schrijver motivatie een goed stuk te schrijven!
Het verschil tussen Web 2.0 en 3.0 is volgens mij heel simpel. In 3.0 hoef je niet meer opzoek naar interessante content, de interessante content komt naar je toe.
Ik zou best een abbonemet willen hebben op een bedrijf dat voor mij de relevante artikelen en muziek filtert en opstuurt. Zelfs gefilterde reclames zijn geen probleem, zolang ik maar niet wordt doodgegooid met bijvoorbeeld reclame van een vrouwenshampoo o.i.d. Zeg maar een soort redactie maar dan wel persoonlijk voor mij. Met behulp van intelligente software is mijn voorkeur steeds beter en preciezer te bepalen en wordt de content steeds relevanter. Lijkt me een aardig verdienmodel.
Een aardig overzicht van wat ons te wachten kan staan over het www. Toch enkele kanttekeningen. Het web 1.0 is geen contentnetwerk, maar een grote verzameling documenten. Via zoekwoorden kunnen zoekmachine (o.a. Google) deze documenten opgespoord worden. Helaas kunnen de zoekmachines niets interpreteren of begrijpen. Het levert slechts data op en geen kennis. Hiervoor zijn semantic tools (RDF/XML) nodig. Deze vertalen de documenten naar informatie en via redeneer regels (OWL en SPARQL) naar kennis.
Zodra een computer de context van data begrijpt, kan hij intelligent zoeken, combineren en redeneren. Hierdoor is van het www een groot kennissysteem te maken, waarin toegang tot een ongekende hoeveelheid kennis voor iedereen mogelijk zal worden. Pas dan komt echte kenniscirculatie en hergebruik van kennis op gang. En dit levert tijdwinst op en dus kostenbesparend.
Het is ook te simpel gedacht dat het w3c.org dit wel voor ons doet. Zij zorgen voor standaards, maar wij moeten de rest doen. Het ontwikkelen van applicaties om de kennis op de juiste plaats te krijgen staat nog in een beginstadium. Het consortium Health Care and Life Science Group (HCLS) is erg actief. Een domein waar veel innovatie zal moeten plaatsvinden. Momenteel werken er 1,2 miljoen mensen in de zorgsector en er komt een tekort van 480.000 mensen voor de komende jaren. Gezien de marktontwikkeling levert een simpel rekensommetje op dat dit niet haalbaar is en het probleem in de zorg alleen maar groter wordt. Tenzij….Een deel van het tekort kan op een andere manier wordt ingevoerd en het semantic net kan hierbij een uitstekende dienst verrichten. Deels via slimmere organisaties, het inzetten van de juiste competenties op de juiste plaats, het ondersteunen van activiteiten middels ICT en deels via zelfmanagement van de zorg. Maar ook andere applicaties komen eraan. Kijk een naar het proefschrift van Jan Blondeel, Universiteit Gent, met betrekking tot een multimedia applicatie: http://lib.ugent.be/fulltxt/thesis/2227_Blondeel.pdf
Dit is een hele interessante discussie maar hij waait wel alle kanten op. Zelf ben ik ook niet zo van de nummers, de meeste zaken die wij nu als WEB2.0 markeren werden zelfs al gebezigd voordat de “crowd” zich bewust was van het internet. Je zou kunnen markeren dat bepaalde praktijken zoals social web of publish yourself gemeengoed worden. Een dergelijke markering is zinvoller dan alle techniekjes noemen want die technologie is gewoon geevolueerd.
Ik denk dat je niet voorbij kunt gaan aan verdienmodellen en de houdbaarheid van gratis content. Alles gratis is een achterhoedegevecht, de vraag is wie er precies betaalt. Linken en traffic is niet zo nieuw, maar blijft schieten met hagel en is daarom niet zo effectief. Qua business model zie ik wel een relevante ontwikkeling in het gebruik van individuele profielen. Met de komst van het semantische en intelligente web (and beyond) is het een logische ontwikkeling dat de “internetter” steeds actiever wordt gepresenteerd op het web, wellicht dor allerlei agents. Deze agents maken een afspraak met de tandarts maar gaan ook op zoek naar informatie over modeltreinen als de gebruiker daarin is geinteresseerd. Voor de aanbieders wordt het interessant om de aandacht van die agents te trekken en gerichte aanbiedingen te doen, wellicht ook weer door het inzetten van agents. Dit is zeker geen nieuwe gedachte, maar wordt langzaamaan ook technisch haalbaar.
Technisch zal er wel wat gaan veranderen, namelijk dat de gebruiker steeds meer achter zijn firewall vandaan komt. Dat maakt het namelijk makkelijker actief relevante informatie naar hem te pushen, realtime wel te verstaan. Wil die gebruiker dat? Ik denk het wel, als die informatie goed geaggeregeerd is (door agents wellicht) en toegevoegde waarde biedt. Doordat informatie voor die gebruiker een hoge waarde heeft zal de gebruiker er wellicht voor gaan betalen. De wedstrijd wordt dan gespeeld tussen partijen die dit proces zo effectief mogelijk beheersen, misschien staat hier de nieuwe Google op.
en nog een keer om op de hoogte te blijven
@peter Scholte: dank voor je reactie én voor de link naar de publicatie van de heer Blondeel. Dat wordt studeren dit weekend. Gelukkig onweert het ;-)
Ruud, helemaal eens met de inhoud van het artikel, boeiende discussie. Ik ben benieuwd of de zakelijke dienstverlening hier al aan toe is. Adviseurs blijven vaak ”zitten” op hun data en kennis . Wij hebben als subsidieadviesbureau het goede voorbeeld gegeven om als eerste alle subsidieregelingen gratis toegankelijk te maken, waar anderen veel geld vragen voor deze data. Uit ervaring weet ik inmiddels dat verdienmodellen extra aandacht verdienen en dat dit een ontwikkeling op zich is, maar niet onoverkomelijk. Hiervoor is wel veel creativiteit benodigd. In de discussie wordt mijns inziens voorbij gegaan aan het feit dat het van de branche en doelgroep afhankelijk is hoe de data beschikbaar gesteld dient te worden en wat de toegevoegde waarde hiervan is voor die doelgroepen. Volgens mij zijn de verdienmodellen per sector en doelgroep verschillend. Zoals eerder in de discussie is aangehaald is een complicerende factor het imago dat “gratis” staat voor “waardeloze kwaliteit” (of het achterhoede gevecht).
@iedereen: Raymond Franz maakte me gisteren attent op dit artikel waarin de stad San Fransico haar webdeuren openzet voor gebruik van haar data.
In de Volkskrant van vanochtend ook een opmerkelijk artikel over een videoplayer in de pagina van een krant: ‘(…) Steeds meer mensen omzeilen de tv reclame. Bedrijven die willen opvallen, moeten creatief adverteren’.
Tja, we zijn er dus nog niet…
@Rolf. Toch weer die term ‘gratis’. Ik houd een warm pleidooi om die term niet meer te gebruiken. Dat heeft een negatieve connotatie waarop velen afknappen. Liever spreek ik over ‘het openstellen van data ten gunste van de crowd en de creatieve ondernemers die zich daarin bevinden, met een goed controleerbare return of investment’. Hoe klinkt dat ;-) ?
@Ruud. Klinkt beter, maar is minder goed verkoopbaar. Dat het G*-woord ;-) uitgebannen moet worden is een begrijpelijke mening. Het woord zegt echter wel kort en krachtig wat het is, evenals het woord ”kosteloos”. Het probleem bij al deze woorden is dat men de inhoud niet op waarde weet te schatten (zie ook mijn vorige reactie). Kan jij je treffende definitie ‘het openstellen van data ten gunste van de crowd en de creatieve ondernemers die zich daarin bevinden, met een goed controleerbare return of investment’ ook samenvatten in één woord dat wel op waarde wordt geschat en geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de content?
@ Rolf Grouve
Mag ik een poging doen? ‘t Is weliswaar niet één woord, maar goed:
Community investment (crowd investment, zo je wilt) ofwel in het Nederlands commune-investering. ‘Commune’ is Latijn voor ‘gemeenschap’; een investering is ”een opoffering in tijd of geld [...] die opbrengsten in de toekomst genereert” (aldus Wikipedia). Er klinkt zelfs iets ideëels in door.
@ Bart de Vries
Helemaal mee eens. Iedere partij die tussen de aanbieder en de gebruiker staat is met internet overbodig geworden. Het mooiste voorbeeld is de manier waarop mijn teener dochters Twitter gebruiken. Ze volgen hun idolen op de voet en hebben alle nieuwtjes uit de eerste hand. Bye bye Wilma Nanninga it’s a dying businessmodel.
Ook platenmaatschappijen lopen op de laatste benen. Ze houden een mooi verhaal over dat het ‘illegaal’ downloaden van muziek de creatieve mogelijkheden van de artiesten aantast maar vergeten erbij te vertellen dat het grootste deel van het budget opgaat aan marketing en reclame en het grootste deel van de opbrengsten in hun eigen zakken verdween. De ‘wat de gek ervoor geeft prijs’ van de internet CD ‘In Rainbows’ van Radiohead leverde meer exposure op dan een platenmaatschappij kan bieden. De music business is gedemocratiseerd. Iedere band krijgt de aandacht die het verdiend en de creatieve vrijheid is groter dan ooit. Bye bye Sony Music it’s a dying businessmodel.
Bye bye Sony Music, it’s a dying businessmodel
Het businessmodel
@Peter Scholten
Dank voor de kanttekeningen bij de technische details. Het klopt dat gebruikers van het semnatisch web op deelgebieden zelf nog de nodige ontwikkelingen moeten doen, maar ook daar gebeurt veel in de ondersteuning.
Zo bevat bijvoorbeeld de Dublin Core ontologien waarmee de wereld kan worden beschreven. Met speciale tools worden aanpassingen, uitbreidingen en de taxonomien in open source weer beschikbaar gesteld voor algemeen gebruik. Dit proces verloopt razendsnel.
De semantische standaardisering door w3c.org lijkt triviaal maar is een essentiele vereiste om snel voortgang te boeken. We kennen de verhalen van electronica bedrijven die soms tientallen jaren vasthielden aan hun eigen standaard. Dit probleem kent het semantsich web in ieder geval niet.
@blogdog
Absoluut eens met de opmerking over de persoonlijke profielen en de ontwikkeling met agents. We zijn bezig met ondermeer de Universiteit van Amsterdam om een semantische backbone te bouwen voor Amsterdam e.o.
Een toepassing die zich onlangs aanmelde is de bouw van een applicatie waarin toeristische informatie over de stad gebundeld kan worden aangeboden. Je kunt hierbij denken aan informatie van museacollecties, openingstijden en entreeprijzen, het AUB, reisinformatie van het GVB, gemeentelijke informatie over criminaliteit, nieuws, you name it.
De volgende stap is om je persoonlijke profiel op Hyves, Facebook, LinkedIn en last.fm als basis te nemen voor de ontsluiting van de informatie. Je muziekprofiel wijst je op optredens van jouw bands die in de stad zijn. Je Hyves profiel stuurt je naar een hotel dat bij je past en wijst je op een mooie wandelroute als je van wandelen houdt. Je wordt daarnaast gewezen op vrienden of vrienden van vrienden die met jou de stad bezoeken. Het verdienmodel? Eerst zorgen voor traffic en later commerciele informatie tegen betaling toevoegen.
…..en de agents? Als de software de concert kaarten bestelt en je hotel boekt zijn we een end op weg en hebben we weer een nieuw revenue share based verdienmodel toegevoegd.
[...] Web 3.0: een hype of een visie? [...]
Met voorgaande meningen eens dat content gratis is. Als je het niet gratis krijgt op de ene plek, dan lukt dat wel ergens anders. Met het combineren van content (zoals al met mashups gebeurt en bij het semantic web nog een stuk verder gaat) maak je die content waardevoller en meer uniek, zodat mensen voor die unieke view misschien wel willen betalen (wat Bart de Vries ook al aangaf met filters).
Maar als mensen niet voor de content willen betalen, willen ze dat misschien wel voor de interface/presentatie ervan. Twee voorbeelden:
1. Layar: de content is niet uniek, maar de wijze waarop mensen die gepresenteerd krijgen (location/context aware) is dat wel. Daar wil men dus wel voor betalen.
2. BNO News: weer geen unieke content. Maar het feit dat je wereldnieuws eerder dan via de normale nieuwsmedia krijgt, en ook nog eens handig gepushd naar je iPhone, dat is dan wel weer de moeite waard om voor te betalen.
[...] Naar de bron van dit concert nieuws [...]
Ok, als journalist ben ik het hier tot op zekere hoogte mee eens: het nieuws is overal, en het heeft geen zin om muren om de je website heen te bouwen. Maar wat vinden jullie van het volgende scenario: de advertentie-inkomsten alléén houden een krant niet overeind (dit zien we nu al). Uiteindelijk nemen steeds minder mensen een krant, waardoor deze gaat omvallen. Dan heeft een journalist niet meer de zekerheid of de rust om goede onderzoeksjournalistiek te bedrijven. De bron van het nieuws droogt op, en ook het gratis nieuws op internet (want al die RSS-feeds halen hun nieuws uiteindelijk wel van de kranten).
Ik weet niet of dit gaat gebeuren, ik vraag me alleen af of dit een mogelijk (doem)scenario is. Of gaan individuele journalisten dan prachtige onderzoeksstukken schrijven waarmee ze door micro-payments de huur kunnen betalen?
@Raymond: pakkend voorbeeld (het combineren van toeristische info met je persoonlijke profielen)! Lukt het je wellicht ook om iets over kosten te vertellen? Waar moeten we aan denken als we content semantisch willen coderen? Is daar in het algemeen iets over te zeggen?
@Ruud, Strikt genomen bestaat een website uit documenten en dit is voor een zoekmachine geen content. De lezer zet deze data om in content. Indien we een website semantisch willen coderen dan zijn hiervoor zijn semantic tools (RDF/XML) nodig. Hierdoor weten zoekmachines waar men de “content” kan vinden. Deze vertalen als het ware de documenten naar informatie en via redeneer regels (OWL en SPARQL) naar kennis.
@ricus ik voorspel dat de bom gaat barsten en kranten omvallen waardoor helaas journalisten massaal op straat komen te staan. Dan stopt het nieuws van kwaliteit en komen we er massaal achter dat we voor dat nieuws van kwaliteit best wat pieken over hadden gehad, waardoor de boel (na het knappen van de luchtbel?) weer gaat opleven. Hoe je het ook went of keert, we zijn te verwend geraakt en we kunnen niet meer terug. Kranten gaan geen winstgevend model vinden. Hetzelfde had kunnen (of moeten?) gebeuren met de muziekinduststrie. Pas als die echt op zijn gat gaat zijn we weer bereid te betalen, al zal die sector dankzij live optredens nog voldoende geld binnenharken.
@ricus ik denk dat je gelijk hebt, maar dat er geen gat van geen nieuws zal ontstaan. Kranten gaan failliet en tegelijk zoeken journalisten een andere manier om aan inkomsten te komen. Bijvoorbeeld een digitale redactie waar journalisten zich kunnen aanmelden en hun artikelen kunnen aanbieden. Ik denk echter dat het andersom zal gaan werken. Je wordt niet betaald om een artikel te schrijven, maar betaald nadat je een artikel hebt geschreven. Het risico ligt nu niet bij redactie maar bij de journalist. Gezien het grote aanbod van nieuws (iedereen kan zich immers aanmelden) is dit de enige manier om aan content geld te verdienen. Met behulp van sociale netwerken, beoordelingssystemen e.d. is goede/relevante content steeds beter te scheiden van rotzooi of bijvoorbeeld kopieër gedrag. Een jounalist zou bijvoorbeeld door de digitale redactie (automatisch) betaald kunnen worden voor elk kopie van een artikel dat naar een lezer gestuurd wordt. De lezer betaald een vast bedrag voor bijvoorbeeld 20 artikelen per dag en kan gemakkelijk een beoordeling achter laten voor een gelezen artikel. De kwaliteit kan alleen maar beter worden!
We leven op dit moment in een belevings- en emotiemaatschappij. Iedereen heeft over alles een stevige mening zonder zich te verdiepen in de achterliggende feiten. De oplossingen die in dat proces wortden aangeboden zijn van ‘keihard aanpakken’ en ‘niet lullen maar poetsen’. Uiteindelijk komen hier rampen van. Beslissingen die zijn gebaseerd op de ‘vox populi’ zijn niet erg bestendig. Mooi voorbeeld is de discussie over de macht van de aandeelhouders, die aan het begin van deze eeuw moest voor verruimd., deels onder druk van de publieke opinie. Nu een klein deel van deze aandeelhouders deze ruimte hebben gebruikt om zich te verrijken, soms ten koste van de onderneming, moet dit weer worden teruggedraaid, wederom onder druk van de publieke opinie. Uiteindelijk zal, na een aantal rampen, de wal het schip keren. Feiten vertegenwoordigen weer waarde en emoties kosten niks.
Juist het semantisch web maakt feiten toegankelijker en in haar slipsrtream de transparantie. Het weegt de expertise van ’so-called’ experts. Antwoorden van bewindslieden of beleidsvoornemens kunnen razendsnel worden geverifieerd op de onderliggende feiten. Juist journalisten zouden zich hiermee bezig moeten houden. Factchecking is in de gepolariseerde Amerikaanse en Engelse pers al decenia lang gemeengoed, in Nederland houden een aantal studenten in Tilburg zich er sinds kort mee bezig. Facts are hot! Investeer in feiten, zeker als journalist.
@Sander
Journalisten en neiuwsmedia die vasthouden aan de oude mores van het traditionele mediamodel zullen omvallen. De tijd van de ‘goudomrande regelingen’ voor journlisten is voorbij. De CAO’s die konden worden gefinancieerd door het zo veel mopgelijk voldrukken van dode bomen is over. Geen exclusiefjes meer, geen schaarste. De wereld is veranderd.
Daarvoor komen journalisten in de plaats die het Web wel begrijpen. Die antwoorden op vragen krijgen die voorheen niet eens gesteld konden worden, sterker nog: vragen die niet eens bedacht konden worden. Deze journalisten beginnen voor zichzelf of werken met andere samen.Er zullen specialisaties onstaan waarmee niches kunnen worden bediend en omdat in niches gelijkgestemden samenkomen zijn deze interessant voor adverteerders.
Slimme traditionele media faciliteren deze journalisten, zodat ze zich kunnen bezighouden met het werk waarvoor ze op deze wereld zijn, het maken van nieuws. Zo creeer je als uitgever meerdere kansen op succes dan met een enkele website. Slimme uitgevers zeuren niet over ‘gratis’ omdat ze weten dat het om ‘linken’ gaat. Slimme uitgevers omarmen ‘copyleft’ in plaats van ‘copyright’..,.. all rights reversed. Kijk maar eens op http://films.nfb.ca/rip-a-remix-manifesto/?film=0
@iedereen: voor wie meer wil weten over het door Raymond aangehaalde ‘Copyleft’, op Wikipedia staat er het volgende over:
Meer weten?
http://nl.wikipedia.org/wiki/Copyleft
http://www.gnu.org/copyleft/copyleft.html
[...] Comment! Er wordt veel geschreven over dat Web 3.0. En uiteraard vaak met de nodige scepsis. Want veranderingen vinden we maar eng. Na de crisis gaan we het liefst gewoon weer over tot de orde van de dag… Maar het Wereld Wijde Web evolueert. In dat licht bezien is Web 3.0 geen hype, maar een logische nieuwe stap. En een significante, want eindelijk wordt het internet ‘slim’. Logisch gevolg daarvan zal zijn dat we in het daaropvolgende web 4.0 tijdperk op een heel andere manier omgaan met het internet. Ook de manier waarop we daarmee geld verdienen. Maar eerst de tussenstap in de evolutie: het Web 3.0. Lees meer [...]
Mis ik in het hele verhaal de ideeen van google wave?
[...] 24/09/2009 · Ingedeeld onder Uncategorized Media Trends – what happens next door Nikesh Arora (presentatie van 30min) http://www.youtube.com/watch?v=SKbiZ6f8Vjo [...]
[...] Spring naar reacties > WEB / web 2.0 Web 3.0: een hype of een visie? [...]
het ding dat nog echt goed moet ontstaan: live
twitter is een voorbeeld. maar ook rss gaat live worden. inplaats van pull techniek, push. echt live. dan is het internet echt een virtuele wereld die het nu omvat.
[...] digitale wereld. De PC en het internet als je sociale leefomgeving? Best scary eigenlijk… Volgens Ruud Kessels staat ons het volgende te wachten in web [...]