Een database met klantgegevens kan een bedrijfsgeheim zijn. Dat oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam vorige maand. Voor veel ondernemingen vertegenwoordigt een klantenbestand een aanzienlijke economische waarde. Onder omstandigheden geniet zo’n klantenbestand daarom bescherming op grond van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen.
De feiten
De zaak speelde tussen TMU – een onderneming uit Dubai die cursussen aanbiedt over handelen op de financiële markten – en een concurrent. Volgens TMU had een voormalig opdrachtnemer eind 2025 een grote hoeveelheid bedrijfsinformatie ontvreemd, waaronder het klantenbestand. Dat klantenbestand zou vervolgens terecht zijn gekomen bij de concurrent.
Kort daarna verstuurde die concurrent een commerciële e-mail naar ongeveer 18.000 e-mailadressen. Opvallend was dat meerdere ontvangers de e-mail hadden ontvangen op een e-mailadres dat zij uitsluitend gebruikten voor hun account bij TMU.
De concurrent ontkende dat hij het klantenbestand zelf had ontvreemd. Volgens hem was hij op zoek naar adressenbestanden om zijn onderneming uit te breiden, toen hem anoniem een bestand met ongeveer 18.000 e-mailadressen werd aangeboden.
Hij betaalde niets voor het bestand, downloadde het en gebruikte het direct voor een commerciële mailing.
Onrechtmatig gebruik
De rechter vond het van belang dat de concurrent actief was op dezelfde markt als TMU. De concurrent wist dat een dergelijk klantenbestand commerciële waarde vertegenwoordigt. Doordat hij het klantenbestand zonder enige controle heeft gebruikt voor een commerciële mailing, heeft hij volgens de voorzieningenrechter willens en wetens het risico aanvaard dat hij inbreuk maakte op de rechten van een ander.
Met andere woorden: ook als een partij een klantenbestand niet zelf heeft ontvreemd, kan het gebruik daarvan onder omstandigheden toch onrechtmatig zijn.
Een klantenbestand als bedrijfsgeheim
Wat deze uitspraak interessant maakt is dat de rechter oordeelde dat het klantenbestand in dit geval een bedrijfsgeheim is. Daarmee valt het onder de bescherming van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen.
Op basis van die wet kan je bijvoorbeeld een verbod op verder gebruik van het klantenbestand, een bevel tot het verstrekken van informatie over het gebruik daarvan en schadevergoeding vorderen.
Om als bedrijfsgeheim te worden aangemerkt, moet informatie:
- Geheim zijn;
- Commerciële waarde hebben doordat zij geheim is, en;
- Door de onderneming voldoende worden beschermd.
TMU had voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen toestemming had gegeven voor verspreiding van het klantenbestand, dat het bestand een aanzienlijke economische waarde vertegenwoordigde en bovendien haar belangrijkste bedrijfsdebiet vormde.
Daarmee kon het klantenbestand worden aangemerkt als een bedrijfsgeheim.
Gevolgen voor de concurrent
Daarnaast achtte de voorzieningenrechter aannemelijk dat TMU schade leed. De concurrent had immers vergelijkbare diensten aangeboden aan hetzelfde klantenbestand.
Potentiële klanten kunnen hun budget maar één keer uitgeven. Wanneer zij kiezen voor de concurrent, neemt de commerciële waarde van het klantenbestand af.
Omdat de voorzieningenrechter voorshands aannam dat sprake was van een bedrijfsgeheim en dat de concurrent daarvan onrechtmatig gebruik had gemaakt, werden de vorderingen van TMU grotendeels toegewezen.
De concurrent moest ieder verder gebruik van het klantenbestand staken en opgave doen van de met het klantenbestand verrichte marketingactiviteiten en de daarmee behaalde omzet en winst.
Daarnaast werd hij veroordeeld tot betaling van ruim € 19.000 aan proceskosten. Ook werd een dwangsom opgelegd die kon oplopen tot € 500.000 als hij de opgelegde bevelen niet zou naleven.
Een klantenbestand en de AVG
In deze zaak stond niet centraal dat er zich in het klantenbestand persoonsgegevens bevonden. Toch is het voor partijen die klantbestanden (ver)kopen, delen of overnemen wel belangrijk om er bewust van te zijn dat een klantenbestand vaak persoonsgegevens bevat.
Een klantenbestand mag ook daarom niet zomaar gedeeld worden met een andere partij. De persoonsgegevens worden dan namelijk verwerkt voor een ander doel dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn verzameld. In beginsel moet daarvoor toestemming zijn verkregen van de betrokkenen.
De AVG is echter primair bedoeld om de rechten van betrokkenen te beschermen. De Wet bescherming bedrijfsgeheimen beschermt juist de commerciële waarde van een klantenbestand voor de onderneming zelf.
Voor ondernemingen die hun commerciële belangen willen beschermen, kan de Wet bescherming bedrijfsgeheimen daarom een waardevolle grondslag bieden.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor marketingbureaus, leadgenerators en andere ondernemingen die klantbestanden (ver)kopen, delen of overnemen, bevat deze uitspraak een belangrijke waarschuwing. Een klantenbestand kan niet alleen persoonsgegevens bevatten, maar kan ook een bedrijfsgeheim zijn.
Dat betekent dat niet alleen de partij die een klantenbestand ontvreemdt risico loopt, maar onder omstandigheden ook de partij die een onrechtmatig verkregen klantenbestand gebruikt. Van professionele partijen mag worden verwacht dat zij kritisch kijken naar de herkomst van een klantenbestand voordat zij het commercieel inzetten.
Tegelijkertijd biedt de uitspraak ondernemingen meer duidelijkheid over de juridische bescherming van hun klantenbestand. Een klantenbestand kan als bedrijfsgeheim worden aangemerkt als het geheim is, commerciële waarde heeft doordat het geheim is en de onderneming redelijke maatregelen heeft genomen om die geheimhouding te waarborgen.
Ondernemingen doen er daarom verstandig aan niet alleen zorgvuldig om te gaan met hun klantenbestand, maar ook passende maatregelen te treffen om de vertrouwelijkheid daarvan te beschermen.
Maatregelen treffen
Passende maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het beperken van de toegang tot klantgegevens op basis van een need-to-know-principe, het opnemen van geheimhoudings- en relatiebedingen in overeenkomsten met werknemers en opdrachtnemers, het sluiten van geheimhoudingsovereenkomsten met derden en het hanteren van interne protocollen voor de omgang met vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
Alleen wanneer een onderneming redelijke maatregelen heeft genomen om de geheimhouding van haar klantenbestand te waarborgen, kan zij aanspraak maken op de bescherming die de Wet bescherming bedrijfsgeheimen biedt.
Welke concrete maatregelen TMU in deze zaak had genomen, blijkt niet uit de gepubliceerde uitspraak. De voorzieningenrechter gaat daar niet afzonderlijk op in, maar merkt het klantenbestand wel aan als bedrijfsgeheim.