Columns, Trends

Van ‘designed to fail’ naar ‘designed to last’

0

Sommige producten worden zo ontworpen dat ze met opzet een beperkte levensduur hebben. Er worden zwakke plekken ingebouwd, een teer gloeidraadje, dun leer, een tijdsgebonden ontwerp en software die na een bepaalde datum een ‘einde periode’-signaal geeft. Het zijn voorbeelden. ‘Planned obsolescence’ is de Engelse benaming hiervoor.

‘Planned obsolescence’

Het doel van de fabrikant is dat het product sneller uit gebruik raakt, en hopelijk vervolgens vervangen wordt. Meer omzet dus. Schroeven, fietsbanden, gloeilampen, schoenen, oortelefoontjes, inkjet printers, auto’s, smartphones, beamerlampen, herlaadbare accu’s in camera’s of laptops. Producten van vandaag die worden ontworpen voor de vuilnisbak van morgen. Het is de arrogantie van de macht van de fabrikant. De fabrikant die uitgaat van het principe dat de consument eigenaar wordt. Maar wat nu als we het artikel niet kopen, maar in bruikleen nemen, en we betalen niet voor het lenen maar voor het gebruik?

Zoals we al zo veel hebben gezien de laatste jaren, wordt iedere machtspositie in de keten bedreigd. Een voor de hand liggende reactie op producten met opzettelijke gebreken is dat je afspreekt te betalen voor het gebruik, niet voor het bezit. Je koopt licht, niet een lamp. Telefoongesprekken, niet de telefoon. Gebruiksminuten op een iPad, niet het plankje zelf. Geprinte A4’tjes, niet de printer. Een temperatuur in je kamer, niet de verwarming.

renault zoe

Bezit is passé

Kilometers op de weg, niet de autoband, zoals Michelin nu mogelijk maakt. Renault verkoopt elektrische auto’s zonder accu: die blijft eigendom van Renault, waardoor de auto aanzienlijk goedkoper kan worden aangeboden. In al deze gevallen is de wereld omgedraaid: de klant betaalt voor het gebruik van een product, en niet voor het bezit. Met als belangrijk gevolg dat de fabrikant het niet meer in zijn hoofd haalt om met opzet gebreken aan te brengen. Niet meer ‘designed to fail’ als uitgangspunt maar ‘designed to last’. Zoals ook werd beschreven in De Groene Amsterdammer, ‘bezit is passé’ (mei 2013, Koen Haegens en Irene van der Linde).

Bezit is status. Bezit is gemak. Een koophuis geeft meer aanzien dan een huurpand. Maar het is het alom aanwezige internet met alle apparaatjes die er aan alle kanten op worden aangesloten, dat het wel erg verleidelijk maakt om deel-varianten te onderzoeken. Waarom sluit ik met Philips niet een contract af voor licht in mijn huis? Waarom niet met Eneco een afspraak voor een minimumtemperatuur in mijn huis? We lenen de lampen en de ketel en betalen voor het gebruik.

Doden met verlof

Maarten van Roozendaal overleed maandag. Hij speelde in september 2011 ‘Heimwee naar de Hemel’ met Paul de Munnik, in de Duif. Met alleen maar liedjes van dode zangers en componisten. “Omdat zij het niet kunnen doen en wij het niet kunnen laten”. Geleende muziek, in een geleende kerk, spelend op twee geleende vleugels. Zijn muziek staat op Spotify. Je betaalt voor het luisteren, voor het lenen. “Ach we zijn doden, mijn liefste, alleen maar doden mijn liefste, doden met verlof”, zingt Maarten. Geleende tijd. Dat zou mooi zijn, tijd lenen. Het lukte hem niet.

Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.