Strategie

Webrichtlijnen: de vuistregels voor een toegankelijke website

Informatie op overheidswebsites moet toegankelijk en begrijpelijk zijn. Voor iedereen. Dus ook voor blinden, doven, dyslectici en mensen die de Nederlandse taal minder goed beheersen. Daar zijn de webrichtlijnen voor bedoeld, die eisen stellen aan techniek, design en content. Hoewel de webrichtlijnen al een paar jaar van kracht zijn, merk ik dat sommige overheden nog worstelen met het correct en efficiënt toepassen ervan. En dat deze uitgangspunten en vuistregels nog niet altijd op waarde worden geschat. Want overheden – en naar mijn mening ook bedrijven – kunnen er echt hun voordeel mee doen.


‘Moet die website nu echt helemaal worden ingericht voor die ene persoon met een motorische beperking? Of voor die paar blinde- of slechtziende bezoekers?’ Overheden vragen het zich regelmatig af; vaak vanuit een kosten/baten-discussie. Ook aan mij wordt de vraag wel eens gesteld, omdat ik me regelmatig bezighoud met het ‘webrichtlijnen-proof’ ontwikkelen en inrichten van content voor ministeries, rijksdiensten en andere overheden.

Het klopt dat het aanzienlijk veel extra werk met zich meebrengt om rekening te houden met alle eisen. En het klopt ook dat het daardoor kostbaarder is om een website te ontwikkelen die aan de richtlijnen voldoet. Maar het is die investering meestal ook waard. Het is namelijk echt een misvatting om te denken dat de richtlijnen slechts relevant zijn voor een kleine doelgroep.

Honderdduizenden mensen in Nederland hebben een visuele beperking; meer dan een miljoen mensen zijn doof of slechthorend. Tel daar de mensen bij op met een andere lichamelijke beperking en de mensen die dyslectisch of laaggeletterd zijn. Dan hebben we het ineens over een kwart van de Nederlandse bevolking. Dat betekent dat doorgaans één op de vier of vijf van je bezoekers direct baat heeft bij een website die aan de webrichtlijnen voldoet. Over relevantie gesproken.

Het is namelijk echt een misvatting om te denken dat de richtlijnen slechts relevant zijn voor een kleine doelgroep.

Ook voor bedrijven

Onder meer de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen zijn verplicht te voldoen aan de webrichtlijnen. Maar ook voor andere instellingen en voor bedrijven heeft een betere toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de eigen website meerwaarde. Bedrijven en instellingen die hun online communicatie inrichten met de richtlijnen als referentiepunt, bedienen een breder publiek en doen daar hun voordeel mee.

Webrichtlijnen 2

Pas toe of leg uit

De verplichting van overheden om zich te houden aan de webrichtlijnen, is vastgelegd in het bestuursakkoord Nationaal Uitvoeringsprogramma Betere Dienstverlening en e-overheid (NUP). Is het voor een overheid niet mogelijk om de richtlijnen toe te passen? Dan moet die overheidsinstelling daar verantwoording over afleggen. Hier geldt het principe: ‘pas toe of leg uit waarom niet’. Er moeten dan zwaarwegende redenen zijn waardoor de richtlijnen niet konden worden toegepast.

Inhoud van de webrichtlijnen

Inmiddels is de tweede versie van de webrichtlijnen een feit. Dit is een uitbreiding van de internationale standaard WCAG 2.0, waarmee webontwikkelaars, -designers en -redacteuren de toegankelijkheid van (digitale) informatie kunnen waarborgen. Volgens de laatste versie van de webrichtlijnen moeten websites van overheidsinstanties voldoen aan de volgende basisprincipes:

  • Bedienbaar. Een website moet voor iedereen te bedienen zijn, zodat de content voor iedereen bereikbaar is. Ook met verschillende devices en ook via onder meer spraaksoftware en (enkel) een toetsenbord.
  • Begrijpelijk. Het is belangrijk dat de content op een website voor iedereen begrijpelijk is. Dat betekent dat deze wordt ontwikkeld met het oog op helderheid, duidelijkheid en leesbaarheid. Teksten moeten bijvoorbeeld geschreven zijn op het juiste taalniveau: B1.
  • Robuust. De content op een website moet op verschillende manieren toepasbaar en bereikbaar zijn. Bijvoorbeeld via verschillende webbrowsers en hulpapparatuur.
  • Universeel. Content op een website moet betekenisvol, bruikbaar, duurzaam en uitwisselbaar zijn. Een gelaagde opbouw van een website is onder meer belangrijk.
  • Waarneembaar. De content op een website moet voor iedereen zichtbaar of leesbaar zijn. Dus ook voor iemand die (kleuren)blind is. Dat heeft betrekking op tekst (kleurcontrast), maar ook op afbeeldingen en video’s.

Om concreet invulling te geven aan deze principes, zijn succescriteria vastgesteld. Deze criteria hebben betrekking op technische aspecten, op het designproces en op de content-ontwikkeling. De succescriteria kun je toepassen als toetsingsinstrument, maar nog beter is het om ze als leidraad te gebruiken bij de ontwikkeling van de website en de content daarvoor.

Toegankelijk en vindbaar

Het toepassen van de webrichtlijnen is niet alleen relevant voor bezoekers, maar ook voor de organisatie zelf. Een website die voldoet aan de webrichtlijnen is namelijk beter vindbaar via zoekmachines. Opnieuw een voordeel dat ook menig bedrijf zal aanspreken! Het toepassen van de webrichtlijnen leidt tot ‘schone techniek’ en ‘clean coding‘. Dat voorkomt ‘parsing errors‘ en maakt een website toegankelijker. Google waardeert die toegankelijkheid met een hogere ranking in de zoekresultaten.

Webrichtlijnen 3

Een website die aan de webrichtlijnen voldoet, is dus niet alleen relevant, maar betaalt zich ook terug. Aan de slag dus, met die webrichtlijnen!

Wat volgt

In een reeks van artikelen geef ik je een uitgebreide kijk in de keuken van de webrichtlijnen, op zowel strategisch als praktisch niveau. Zo ga ik in mijn volgende artikel in op de impact van de richtlijnen op je webproject. Daarnaast schrijf ik de komende tijd onder meer over een praktische projectaanpak, webredactie volgens de webrichtlijnen en toepassing van de richtlijnen binnen de specifieke disciplines techniek, design en content.


9
0
0
0
9