Niet schrijven vóór, maar mét je organisatie
“De vorige keer schreef onze voormalige directeur het schoolplan. Niemand wist wat erin stond en niemand las het. Wat er stond was geen onzin, maar het bevatte niet de ziel van de organisatie. Het werd niet gedragen en dus gebeurde er niets mee.” Een gemiste kans en geen uitzondering. Veel beleidsstukken, schoolplannen en wijkvisies ontstaan vanuit één perspectief: dat van de adviseur die schrijft, al dan niet met hulp van AI. Het resultaat is een tekst die klopt maar op de plank blijft liggen.
Als een tekst ontstaat vanuit één hoofd, is de kans klein dat lezers zichzelf erin herkennen. Er komen geen voorbeelden voorbij uit hun eigen praktijk. De tekst zendt, maar verbindt niet. Het tweede probleem is eigenaarschap. Wie niet heeft meegedacht, voelt zich ook niet verantwoordelijk.
En dan begint het echte werk pas: sessies om de strategie alsnog tussen de oren te krijgen, een populaire versie of een document dat wordt bijgesteld. Dat is kostbaar, in tijd en in energie. Door aan het begin samen aan de slag te gaan, voorkom je dat.
Goede gesprekken als basis
Goede teksten beginnen met goede gesprekken. Dat leerde ik als journalist en ik pas het nu als communicatieadviseur toe op schoolplannen, communicatiestrategieën en -plannen en wijkontwikkelingsplannen.
Een concreet voorbeeld: scholen die een schoolplan schrijven dat verder gaat dan ‘het kind centraal’. Dat begint niet achter een bureau, maar in de school zelf. Via gesprekken met directie en medewerkers, en aan de hand van teamdagen met creatieve werkvormen.
Werk bijvoorbeeld met stellingen waarbij deelnemers over de streep moeten: wat vind je en waarom? Wat zou dit betekenen voor leerlingen, ouders, collega’s? Of een andere werkvorm: de voorpagina van de krant van over tien jaar. Wat staat erop als alles is gelukt? Die beelden leveren meer op dan een brainstorm over doelstellingen.
Bij wijkontwikkelingsplannen werkt hetzelfde principe, maar dan met meerdere organisaties aan tafel. Deelnemers denken niet alleen mee, maar maken ook concrete afspraken. Zo wordt het geen plan dat wordt opgeleverd, maar iets waar alle partijen iets mee willen. En dat is precies het verschil: wie vanaf het begin meedoet, voelt zich ook verantwoordelijk voor wat er daarna gebeurt.
Op naar gedragen plannen
Wil je hiermee aan de slag? Met kleine stappen kom je al ver. Begin met een kick-off met stellingen en creatieve opdrachten, geen vergadering met een agenda. Voer daarna korte gesprekken om te ontdekken wat vaker terugkomt: straatinterviews in de kantine werken verrassend goed. Wat je hoort, vormt de gedeelde grond. Verdiep die vervolgens in gesprekken met de belangrijkste stakeholders.
Let op: samen ophalen betekent niet dat iedereen mee mag schrijven. Een plan waar twintig mensen feedback op geven, wordt niet beter. Jij hebt als auteur de regie, maar de inhoud komt van anderen. Filter op wat vaker terugkomt en wees daar open over: mensen willen weten waarom iets wel of niet is meegenomen. Een korte terugkoppeling na de sessies, vóór je begint met schrijven, voorkomt teleurstelling achteraf.
Maak daarna een inhoudsopgave en leg die voor: is dit waar we heen willen? Schrijf vervolgens je tekst en verwerk de quotes en inzichten die de sessies hebben opgeleverd. Zo voorkom je een document vol zenden. Leg het af bij een beperkte groep feedbackgevers en geef ze kaders: geen vragen oproepen, maar concrete tips geven.
Meer tijd, betere opbrengst
De participatieve aanpak kost meer tijd aan de voorkant. Hoeveel precies hangt af van de omvang van je organisatie en het type plan. Maar wat het oplevert is meer dan een gedragen document. Wat ik vaak terugkrijg: mensen binnen een organisatie weten voor het eerst wát er in een plan staat. Niet iedereen hoeft het er meteen mee eens te zijn, maar het leeft. Het is brandstof voor een goed gesprek en een basis om op terug te vallen bij belangrijke keuzes.
Die basis houd je levend met toegankelijke doorvertalingen. Een infographic met de concrete ambities die je bij elke teambespreking erbij pakt. Korte stukken in de nieuwsbrief over wat de plannen betekenen in de praktijk. Een enquête na zes maanden, een sessie na een jaar.
Zo zit een plan na twee jaar nog tussen de oren, bij directie én bij nieuwe collega’s. Bovendien is alle input die je ophaalt ook grondstof voor andere communicatie het hele jaar door, van interne nieuwsbrief tot je socials. De sessies leveren dus meer op dan het plan alleen.
Schrijven voor of schrijven mét?
In tijden van AI is de verleiding groot om een beleidsstuk te genereren vanuit één perspectief, snel en efficiënt. Maar een plan dat niet gedragen wordt, is geen winst, hoe goed de tekst ook is. Een plan dat samen is gemaakt wel. Dus de vraag is niet of je tijd hebt voor een teamdag of een rondje interviews. De vraag is of je tijd hebt om het daarna opnieuw te doen.