Columns, Trends

Het doet er online niet toe hoe je je presenteert

  • Leestijd: 5 minuten

Nieuwe technologie heeft een grote impact op onze identiteiten. En dan bedoel ik niet dat wij collectief narcistischer worden of oppervlakkiger of juist toleranter en mondiger, hoewel dit ook interessante thema’s zijn. Mij gaat het meer om hoe wij identiteiten interpreteren.

In sociale wetenschappen is het gangbaar om identiteit te definiëren als het antwoord op de vraag: wie ben ik? Volgens een school, geïnspireerd op socioloog Erving Goffman, is onze identiteit de som van alle rollen die wij spelen. Het kernidee is dat we ons verschillend gedragen in verschillende contexten, omdat er in deze situaties andere acties en reacties van ons gevraagd worden. Zo gedragen wij ons anders op werk en thuis en anders met vrienden dan in de winkel. Voor verschillende publieken spelen we verschillende rollen.

Social media: onze identiteit is minder duidelijk geworden

Met de opkomst van sociale media is onze identiteitsinterpretatie minder eenduidig geworden. We delen onze publieken nog wel op – we gedragen ons anders op Facebook dan op LinkedIn en we publiceren andere teksten op Twitter dan op World of Warcraft – maar er is geen sprake meer van een hermetische scheiding. Waar voor Goffman de scheiding totaal is en waarheden uit een rol niet mogen lekken naar een andere rol, is deze scheiding voor ons op sociale media veel minder goed te behouden. Bijna niemand gebruikt consequent de opties binnen social media om met elk bericht een andere doelgroep te ‘targeten’. Veel mensen linken de profielen aan elkaar. En mochten wij dat niet doen, dan zijn onze identiteiten wel via Google op te sporen, deels door de regels van veel sociale media dat we onze echte namen moeten gebruiken.

Male User IconGiving information & giving off information

Het tweede idee van Goffman is dat er twee manieren zijn waarop wij informatie met anderen delen: bewust (‘giving information‘) en per ongeluk (‘giving off information‘). Onder deze per ongeluk afgegeven informatie valt vooral nonverbale communicatie. Door onze online aanwezigheid heeft zich een verschuiving voorgedaan: per ongeluk afgegeven informatie is nu van belang. Waar ‘giving off’ eerst een interpretatie was tussen twee of meer mensen, worden we nu geprofileerd door personen en bedrijven door onze per ongeluk afgegeven informatie (online klikgedrag). Dit gebeurt met behulp van algoritmes en big data.

Waar eerst woorden een grote rol speelden bij persoonlijk contact, is het online niet belangrijk hoe we ons presenteren. Voor de online interpretatie is alleen onze ‘clickstream’ van per ongeluk afgegeven informatie van belang.

Hoe onderscheiden we ons nu?

Een tweede sleutelpersoon is Paul Ricoeur. Volgens hem bestaat onze identiteit uit twee delen: dat wat ons onderscheidt van anderen (l’ipsete) en dat wat hetzelfde blijft gedurende langere perioden van ons bestaan (la memete). Bij online profielen is het lastig om ons te onderscheiden. We worden allemaal gevraagd om ons te vormen naar dezelfde, slechts gedeeltelijk aan te passen, profiel-template. Wij trekken dezelfde ‘duckfaces’ op selfies en tonen allemaal onze gebruinde benen van bovenaf gefotografeerd op vakantiefoto’s. We delen schattige kinderfoto’s en memes met lolkatten en andere grappige filmpjes.

Facebook’s timeline, aan de andere kant, ondergraaft la memete. Door ons allemaal individueel in een tijdlijn te plaatsen, is te zien hoe we veranderen. We veranderen van partner, van vrienden, van werk en van mening. Dit is allemaal overzichtelijk onder elkaar gerangschikt, als informatieve elementen die onze identiteit maken tot wat het is.

Ons persoonlijke verhaal is een levenswerk

Ook een derde identiteitsbenadering is momenteel aan verandering onderhevig: de sociaal-psychologische theorie. Onze identiteit is volgens deze stroming een eigen verhaal dat we aan onszelf en anderen vertellen. Traditionele sociologen als Anthony Giddens onderschrijven dit, evenals hippe organisatiedeskundigen als Douglas Stone en Sheila Heen. Filosoof Jean-Paul Sartre zag het construeren van een persoonlijke narratie zelfs als een levenswerk.

Het is binnen dit kader dat het recht om vergeten te worden, zoals onlangs door de EU bij Google afgedwongen, belangrijk is. Wij hebben het recht om onaangename elementen uit onze narratie (verhaal) te (laten) verwijderen.

??????????????????We leven in ‘vloeibare’ tijden

Maar volgens socioloog Zygmunt Bauman leven we inmiddels in andere tijden, tijden die hij ‘vloeibaar’ noemt. Hij noemt onze nieuwe werkelijkheid zo omdat alles zo snel gat dat niets de kans krijgt om te ‘stollen’. We rennen te snel om nieuwe gewoontes op te doen of lang in eenzelfde routine te blijven hangen. Waar we eerst probeerden een coherent prachtig verhaal over onszelf te maken, zijn we nu bezig onszelf telkens opnieuw uit te vinden. Wij lossen geen puzzels meer op, maar bouwen met de ons gegeven puzzelstukjes telkens nieuwe beelden.

Hoewel Bauman de oorzaken van de vloeibaarheid van deze tijd veel breder ziet dan alleen nieuwe technologie – dominant consumentisme en oprukkende globalisering – past de nieuwe technologie volgens hem naadloos in deze tijd. Het geeft ons de mogelijkheid instrumenteel met de wereld om te gaan. Met objecten en met mensen. Met techniek kunnen we nu, zonder nonverbale communicatie, zonder commitments en zonder routine, met elkaar om gaan en onze identiteit telkens opnieuw uitvinden.

‘Nieuwe’ opvattingen zijn nu al weer hopeloos verouderd

Als ik kijk naar de veranderingen in ons beeld van ‘identiteit’, rijst de vraag hoe wij met deze nieuwe tijd en technologie om moeten gaan. Volgens Bauman is het zinloos om nieuwe theorieën op te stellen en nieuwe kennis te vergaren, om vervolgens systematisch te delen. Tegen de tijd dat er nieuwe of bijgestelde theorieen zijn en er nieuwe kennis is vervaardigd, heeft de werkelijkheid zich al zo veranderd dat de ‘nieuwe’ opvattingen al weer hopeloos verouderd zijn. Iedereen die werkt met ICT-boeken kan zich hier iets bij voorstellen.

Angst

Het is gangbaar om met angst te reageren op ontwikkelingen. Met deze angst maak je technologie verantwoordelijk voor alles wat er mis zou kunnen zijn in de wereld – cyber-pesten met zelfmoord tot gevolg, ronselen voor de Jihad, rellen in Londen en multi-tasken. Hierbij wordt gedaan alsof technologie een morele inhoud heeft (‘slecht’) en in staat is onafhankelijk van ons te handelen (‘de robots nemen het over’). De bedachte oplossingen voor de problemen vanuit deze angst gaan vaak in de richting van censuur, surveillance, verboden en afsluitingen.

Waar ligt het probleem nu echt?

Neem het voorbeeld cyber-pesten. Techniek pest niet, kinderen pesten. Het probleem ligt derhalve dan ook niet in de techniek maar vooral in onszelf: hoe kinderen met elkaar omgaan, hoe dit gedrag geïnterpreteerd wordt (volgens volwassenen als agressor tegen slachtoffer, volgens jongeren als uit de hand gelopen grap of drama) en hoe volwassenen reageren – meestal ontkennend of juist overtrokken hysterisch. Als wij ervan uitgaan dat er maanden liggen tussen een online oorzaak en een mogelijk offline fataal gevolg (zelfmoord) dan hadden kinderen en volwassenen maanden de tijd om iets te doen aan de ontstane situatie. Techniek is niet verantwoordelijk voor het bieden van de juiste reactie.

De enige manier om identiteit in deze vloeibare tijden te begrijpen om met elkaar te praten over hoe wij deze tijd en de nieuwe technologieën ervaren en begrijpen, om vervolgens gezamenlijk tot reflectie te komen.

Social Media Week Rotterdam komt eraan! Onno Hansen is één van de Frankwatching-auteurs die tijdens dit inspiratiecongres een sessie verzorgt in onze Green Room. Nieuwsgierig naar wat Onno te vertellen heeft over nieuwe technologie en identiteiten? Kom dan op 23 september om 14 uur naar de Green Room!

Foto’s met dank aan Fotolia.