Social software en de ondersteuning van Communities of Practice

13

Door van Social Embassy

Print

op zondag 23 juli 2006 om 11:08 uur

[[image:cop.jpg::right:1]]Geen krant, of beter gezegd, weblog kan tegenwoordig gelezen worden of ergens wordt wel de term Web 2.0 gebezigd. De afgelopen jaren zijn honderden nieuwe, innovatieve webtoepassingen ontwikkeld, die allemaal één ding gemeen hebben: de focus verschuift van door uitgevers gegenereerde content naar door gebruikers gegenereerde en verzamelde content. Martin Kloos heeft in zijn scriptie over de relatie tussen social software en Communities of Practice, vanuit een kennismanagement perspectief, geprobeerd antwoord te geven op de vraag wat er precies gaande is en welke rol termen als openheid en bereidwilligheid tot participatie daarin spelen. In dit artikel doet hij daarvan verslag.

Kennismanagement is geliefd en gehaat. In de jaren '90 en daarvoor rezen de kennismanagement systemen als paddenstoelen uit de grond. Allemaal met als doel om de kennis van een enkele expert te extraheren, te codificeren, op te slaan en beschikbaar te maken voor een breder publiek. Deze objectivistische benadering was gestoeld op de gedachte dat kennis als een object beschouwd kan worden, iets dat is te kwantificeren, te codificeren is en generiek toepasbaar is: 'mijn Kennis is jouw Kennis'.

Al snel werd duidelijk dat dit niet zomaar werkt en de roep om een meer menselijke benadering van kennismanagement werd luider en luider. Steeds meer werd begrepen dat kennis niet zomaar te codificeren is en dat kennis afhankelijk is van context en bepaald wordt door de ervaringen en belevenissen van een persoon. Langzaam maar zeker komt de mens centraal te staan in een meer subjectivistische benadering van kennismanagement.

Communities of Practice

[[image:pierre_copy1.jpg::left:1]]De theorie van Communities of Practice, in oorsprong een sociale leertheorie van geestelijk vader Etienne Wenger, is een benadering van leren en kennismanagement die aansluit bij deze meer subjectivistische zienwijze. Communities of Practice zijn groepen van mensen die vanuit een gedeelde interesse met elkaar samen werken en op een continue basis met elkaar interacteren om hun interesse en kennis op dat gebied verder uit te bouwen (2). Veel grote organisaties, waaronder bijvoorbeeld Shell, hebben Communities of Practice omarmd om een sociale manier van kennismanagement te faciliteren.

Nu organisaties (en ook communities) steeds meer gedistribueerd raken, rijst de vraag hoe technologie Communities of Practice kan ondersteunen? En omdat social software in essentie grote overeenkomsten vertoont met Communities of Practice (in beide concepten staat bijvoorbeeld de mens centraal en is interactie en participatie essentieel), rijst de vraag hoe social software die faciliteiten kan bieden waardoor Communities of Practice zich kunnen ontwikkelen. Om Communities of Practice te ondersteunen is het belangrijk dat er faciliteiten worden geboden die betrokkenheid creëren en verbeelding en afstemming mogelijk maken.

Om de vraag te beantwoorden hoe social software communities kan ondersteunen, kan de vraag vertaald worden naar hoe social software faciliteiten kan bieden die betrokkenheid creëren en verbeelding en afstemming mogelijk maken. Ik heb in deze context specifiek drie typen diensten beschouwd, namelijk groepweblogs, wiki's en social bookmarking. Betrokkenheid betekent in dit licht onder meer het faciliteren van interactie tussen gebruikers. Wat verbeelding betreft gaat het hier onder meer om het bieden van faciliteiten om je op een community te oriënteren, om te kunnen reflecteren en om verder te exploreren. Wat afstemming betreft gaat het onder meer om het creëren van een gemeenschappelijk doel, het coördineren van activiteiten en het faciliteren van bevoegdheden.

Verschillende niveaus

[[image:communities_of_practice_cp.jpg::left:1]]Social software biedt faciliteiten voor het creëren van betrokkenheid door te opereren als platform waar deelnemers met elkaar kunnen interacteren. In bestaande communities worden blogs gebruikt om met elkaar betekenis te geven aan een onderwerp en elkaar daarbij te helpen. Het proces van posten en reageren is hiervoor bij uitstek geschikt. Ook wiki's bieden, dankzij de eenvoudige structuur van direct wijzigen, mogelijkheden om met elkaar betekenis te geven aan een onderwerp en met elkaar samen te werken. De groep van social bookmarking gebruikers hebben tags gebruikt om hun community af te bakenen, gebruikten specifieke tags om onderwerpen te introduceren en de dienst zelf om nieuwe informatie aan te dragen. Ook daarbij werd met elkaar betekenis gegeven aan het onderwerp waar de community mee bezig was. Bij alle drie de diensten zien we dat gebruikers de mogelijkheid hebben om in de rol te stappen die hun het beste ligt. Extraverte personen zullen sneller geneigd zijn in een actieve rol te stappen en mensen die zich liever beperken tot het lezen van toevoegingen zonder zelf actief bij te dragen, komen eveneens tot hun recht.

Social software biedt derhalve middelen voor verschillende niveaus van participatie. Social software biedt faciliteiten voor het creëren van verbeelding, doordat bijvoorbeeld blogs, wiki's en social bookmarking inzicht geven in de samenstelling, ontwikkeling en het doel van de community. In social bookmarking kan bijvoorbeeld uit een tagcloud worden afgeleid waar de community zich op richt. Wat blogs en wiki's betreft kan ook op basis van contributies worden afgeleid waar een community zich mee bezig houdt. Een archief (zoals bij blogs) of een historie (zoals bij wiki's) biedt daarnaast inzicht in hoe een community zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Daar toevoegingen, zeker in het geval van besloten communities, zijn te herleiden tot een specifieke deelnemer, is het tevens mogelijk om de samenstelling van een community vast te stellen. Reflectie is, samen met het faciliteren van discussie, wellicht een van de primaire functies van een weblog. Het schrijven van een post of een nieuwe wikipagina biedt de mogelijkheid tot het structureren en formuleren van gedachten en de aanwezigheid van een publiek zorgt ervoor dat dit proces versterkt plaatsvindt. In termen van exploratie biedt social software faciliteiten voor het ontdekken en verkrijgen van nieuwe inzichten wat de community actief houdt. In het bijzonder social bookmarking nodigt uit tot exploratie, daar het browsen van tags en gebruikers profielen wordt aangemoedigd. Anders dan zoeken via traditionele zoekmachines, biedt social bookmarking middelen om op ontdekkingstocht te gaan, zonder een specifieke vraag in het achterhoofd te hebben.

Gedeelde focus

In termen van afstemming biedt social software faciliteiten voor het creëren van een gedeelde focus. Op de weblog die in de studie is bestudeerd, werd duidelijk dat naarmate de community zich ontwikkelde, posts zich steeds meer gingen richten op een specifiek onderwerp. Ook wat betreft de wiki gebruikers was het duidelijk dat zij met elkaar een gemeenschappelijk doel deelden en dit doel op de wiki konden uitdragen. Een gedeelde focus komt ook in social bookmarking tot uiting, door tags en toevoegingen die door gebruikers zijn toegevoegd. Social software maakt coördinatie eenvoudig door een transparant en vaak eenvoudig proces te faciliteren. In termen van wiki's is het eenvoudig om bijvoorbeeld het werk te verdelen over betrokkenen en is het mogelijk om specifieke stukken op je te nemen, zonder daardoor de rest van de community uit te sluiten. De content van social softwarediensten, zoals de verzameling posts van een weblog, of bij wiki's de verzameling pagina's, kunnen tevens hun doel dienen in verschillende communities. De openheid en toegankelijkheid van (publieke) wiki's biedt daar ruimte toe. Tegelijkertijd wordt hierdoor toegang verleend voor buitenstaanders, of potentieel nieuwe communityleden, waardoor de community zich verder kan ontwikkelen. Een laatste belangrijke kracht van social software ligt in het feit dat in essentie alle gebruikers gelijke rechten hebben, waardoor bevoegdheden zijn gelegen op het niveau van de gebruiker en de community daarmee zichzelf kan reguleren. In termen van wiki's kunnen gebruikers bijvoorbeeld hun bevoegdheden of autoriteit laten gelden door stukken tekst toe te voegen, te wijzigen of te verwijderen. In termen van social bookmarking is het indirect mogelijk je invloed uit te oefenen door tags te introduceren of te negeren.

In mijn scriptie heb ik een invulling gegeven aan de vraag hoe social software faciliteiten kan bieden om Communities of Practice te ondersteunen, om zodoende de waarde van social software binnen 'kleine' groepen mensen aan te geven. Zoals zo vaak is ook duidelijk geworden dat de inzet van tools alleen niet het succes bepaald. Social software kan de juiste faciliteiten bieden om daarmee Communities of Practice te ondersteunen, mits de community op een juiste manier wordt gemotiveerd en bereidwillig is de community tot een succes te maken. Acceptatie van bijvoorbeeld Open Source Values als openheid, bereidwilligheid tot participatie en het toestaan dat anderen zich met jouw content bemoeien, is essentieel gebleken voor het welslagen.

Meer informatie:

  • (1) Op mijn eigen weblog heb ik een post geschreven die nog wat dieper ingaat op de theoretische basis van dit onderzoek: Theoretisch raamwerk.
  • (2) Wenger, E. Communities of Practice: Learning, Meaning and Identity. Cambridge University Press, New York, USA, 1998. 
  • Tags: [[tt:social software]], [[tt:kennismanagement]]

Martin Kloos is student Informatiekunde aan de Universiteit van Amsterdam (Msc Business Information Systems) en schrijft momenteel zijn scriptie over de relatie tussen social software en Communities of Practice. Martin blogt ook op zijn eigen weblog: http://www.martinkloos.nl.

Martin KloosMartin Kloos is business consultant social media bij Social Embassy en is verantwoordelijk voor onderzoek en strategie op vlak van social media en community management. Ook is hij bestuurslid van de vakvereniging Community Management Nederland. Martin blogt ook op zijn eigen weblog.

Meer over deze auteur: profiel, website, weblog linkedin

  1. Ellert Colijn op 24 juli 2006 om 13:24 uur

    Heb de post aandachtig gelezen, natuurlijk zijn in de jaren 90 de verschillende kennismanagement ideeen ontwikkeld. Echter daar lag de focus op de hele organisatie, nu ligt de focus op een kleine groep mensen dat is het eerste verschil, daarnaast lag de vroegere focus ook op kennis vastleggen, nu ligt de focus op samen leren. Grote meerwaarde van dit onderzoek is dus tweedeling (voor mij). Ten eerste het is gefocust op leren binnen kleine groepen mensen. En ten tweede misschien wel belangrijkste het beschrijft hoe en welke bijdrage de verschillende social software heeft op samen leren binnen groepen. Zowel voorstanders als medestanders hebben baat bij dit onderzoek, omdat de relatie wordt aangetoond. Wil je bijvoorbeeld samen nieuwe feiten gaan exploreren, dan kan social bookmarking hier een belangrijke bijdrage aanleveren. Een ieder zou deze thesis moeten lezen, zowel voor beeldvorming danwel dat je er iets mee wilt doen.

  2. Wilfred Rubens van wilfredrubens.com op 24 juli 2006 om 20:15 uur

    Goed dat jij in bent gegaan op de relatie tussen social software en communities of practice. De “founding father” van communities of practice, Etienne Wenger, was daar onlangs zelf nog niet aan toe: http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2006/02/etienne_wenger_.html. Volgens mij zou jouw theoretisch raamwerk nog verder aan waarde winnen, als je de ideeėn van Paul Kirschner over educatieve, sociale en technologische ‘affordances’ van technologieėn voor het leren hierbij zou betrekken:
    http://e-learning.surf.nl/e-learning/onderzoek/1606

  3. Martijn Groeneweg van tdx.nl op 25 juli 2006 om 12:48 uur

    @ Martin: Kan je niet stellen dat het aardige is dat de traditionele kennismanagement systemen vooral gericht waren op en in staat waren om de zogeheten “explicit knowledge” vast te leggen en dat web 2.0 toepassingen juist aardig in staat zijn om de zogeheten “tacit knowlegde” vast te leggen en te distribueren?

  4. Martin van martinkloos.nl op 25 juli 2006 om 17:28 uur

    @martijn: dat is inderdaad wel de insteek die ik kies bij het positioneren van mijn theorie over kennismanagement en CoPs. Of ik die tacit / explicit dichotomie zo expliciet in mijn conclusies mee neem is misschien wel een aardige. Vooralsnog heb ik mijn resultaten vooral vanuit de theorie van CoPs geformuleerd.

    Dank voor je toevoeging!

  5. Sebastiaan van knetsch.nl op 26 juli 2006 om 21:55 uur

    Leuk om in zo’n stukje over je onderzoek te lezen Martin. Ben wel benieuwd welke wiki je hebt bestudeerd, omdat ik nog nooit echt een wiki ‘in actie’ heb meegemaakt / gezien (behalve wikipedia dan).

    Verder lijkt mij dat technologie een bottleneck vormt voor het kennisdelen in Communities of Practice, omdat je altijd naar de computer moet om dingen in te voeren, waar in het ‘natuurlijke’ proces van groepsvorming en kennisdeling persoonlijk contact centraal staat. Communities ontstaan spontaan en redelijk vanzelf (vooral in organisaties) en ik zie de technologische tools als een drempel om kennis te delen (teveel moeite en ‘gedoe’). Ik ben het wel met je eens dat de ‘web2.0′ tools goed kunnen helpen bij het delen van kennis. Alleen vraag ik me af of het dan niet weer gewoon ‘mijn kennis is jou kennis’ wordt, omdat je tenslotte toch weer alles als object maakt…

    Verder ben ik wel benieuwd wat jij (en anderen) vind van het taggen van content. Steeds vaker betrap ik mijzelf er namelijk al op dat ik de aangereikte suggesties prima vind en deze snel aanklik om weer verder te kunnen. Hiermee verdwijnt een groot deel van de kracht van tags, omdat iedereen uit gemaktzucht hetzelfde zou kunnen gaan doen. Dus zouden die suggesties niet gewoon moeten worden afgeschaft?

  6. Martin van martinkloos.nl op 27 juli 2006 om 09:44 uur

    @sebastiaan. De wikis die ik heb bestudeerd waren van IMP studenten.

    Op je tweede opmerking: tja een bottleneck? In dit geval richtte mijn onderzoek zich op bestaande communities (en de deelnemers zagen elkaar ook nog wel eens in real-life). Daarbij was Web 2 echt een extra aanvulling op de communicatie. Het merendeel van de geinterviewden vond het gebruik wel een toevoeging en zag dat niet als een nieuwe drempel.

    Wordt mijn kennis weer jouw kennis? Ik denk dat dat met Web 2 toch anders is, omdat je (bijvoorbeeld in het geval van blogs) gewoon je eigen verhaal vertelt. Er wordt niet getracht dmv moeilijke methodieken (kennisengineering gevolgd? :)) generieke kennis te extraheren. Ik ervaar het meer als: dit vind ik, ik schrijf het op en doe er mee wat je wil.

    Over je laatste punt: ik kan me daar wel in vinden. Vaak is het zo dat aangereikte tags wel aardig zijn. Maar na 150 keer Web2.0 getagged te hebben, wat schiet dat nog op? Waar zit dan het onderscheidende vermogen? En belangrijker: hoe vind je iets terug? Ik denk dat het zaak is voor iedere toevoeging een onderscheidende tag te verzinnen (die je ook nog kan onthouden, anders kan je het nog niet terugvinden). Zoals ook een deelnemer aan mijn interviews het zei: “misschien zit de waarde van tagging wel niet in de grootste woorden in de cloud, maar juist in de kleine, weinig voorkomende tags?” In dat opzicht zou je dus gelijk kunnen hebben dat suggesties beter weggelaten kunnen worden. Maar ja of dat de algemene gebruikers ervaring weer ten goede komt?

  7. Sebastiaan van knetsch.nl op 27 juli 2006 om 09:58 uur

    @martin
    Met de bottleneck bedoel ik meer het volgende. Een community of practice ontstaat ‘normaal’ gewoon vanzelf in de organisatie. Soms hebben mensen niet eens door dat ze er deel van uitmaken en welke waarde de community kan hebben voor ze. In dat geval gaat het participeren redelijk vanzelf. Wanneer deze mensen gebruik moeten gaan maken van tools (zowel technisch als niet technisch) vormt dit in mijn ogen een barriere voor participatie. En ik denk dat het in het algemeen zo is dat mensen minder participeren als ze er meer moeite voor moeten doen. Wanneer mensen er echter moeite voor willen doen ben ik uiteraard met je eens dat web 2 toepassingen echt een aanvulling zijn.

    Over het jou kennis mijn kennis verhaal. Wat je zegt lijkt mij inderdaad de kracht van dit soort toepassingen. Maar wordt kennismanagement dan niet meer iets in de trend van ‘doe er mee wat je wilt’. Misschien is dat ook wel een betere benadering dan expliciet kennis extraheren en vervolgens delen. Sterker nog: deze benadering zou naar mijn mening veel beter zijn voor menig organisatie.
    Wat je ook ziet is dat organisaties steeds vaker mensen aannemen en deze vervolgens allerlei cursussen & trainingen laten volgen om in het bedrijfspatroon te passen. Standaard methodieken en dingen worden aangeleerd. En dan, wanneer het merendeel van de trainingen klaar is, moeten de werknemers komen met creativiteit en innovatieve ideeen. Terwijl organisatie die juist net afgeleerd hebben door de standaard methodes! In dit licht past een dergelijke benadering van kennismanagement dan ook veel meer. Ik denk alleen dat het voor veel organisaties nogal onwenning is en dat velen dit echt niet aandurven…

    Over tagging. Het is dan wel tweeledig. Aan de ene kant wil je tags verzamelen die een cluster vormen, aan de andere kant wil je specifieke tags laten opvallen. Moeilijk om de beste hierin te vinden.

  8. Martin van martinkloos.nl op 27 juli 2006 om 18:16 uur

    even over die bottleneck nog. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat Communities (die spontaan zijn ontstaan) op zoek zijn naar tools die hun kunnen ondersteunen. Daarmee kan de inzet van technologie ook vanuit een spontane behoefte worden geboren, waardoor de drempel mijns inziens ook minder kan zijn.

  9. Mark Nijssen van knowledgecafe.nl op 28 juli 2006 om 10:45 uur

    Jullie (sebastiaan en martin) hebben het over ‘mijn kennis wordt jouw kennis’ en kennis in de trend van ‘doe ermee wat je wilt’.

    Maar volgens mij doe je dan te kort aan de kennismanagement capaciteiten van de verschillende social software. Wiki’s en tagging bijvoorbeeld gaan toch verder dan de twee bovenstaande benaderingen van kennis management? Met wiki’s kom je gezamenlijk tot een betekenis van fenomenen, waar eenieder zich in kan vinden. Daarnaast geldt tagging als een middel waardoor een ieder zijn eigen interpretatie kan hebben van iets. Beide vormen zijn volgens mij geen ‘mijn kennis is jouw kennis’ noch ‘doe ermee wat je wilt’.

    Blogging is inderdaad misschien wel iets meer in lijn met eerder genoemde beschrijvingen, maar komt dat niet omdat blogging juist een zekere hierarchie hanteerd waardoor de verschillende personen niet op gelijkwaardige voet kunnen participeren?

  10. Tom De Bruyne van typepad.com op 29 juli 2006 om 08:47 uur

    De Belgische onderzoeksgroep Memori is met een heel interessant onderzoeks- en ontwikkelingsproject bezig over hoe social software kan bijdragen tot het kennisbeheer van ondernemingen. Hun ontwikkelen zijn te volgen op Knosos.be.

  11. Nigel van Houten van iimail.nl op 31 juli 2006 om 10:14 uur

    Hoi Mark, Martin,

    Wat mij binnen de concepten van het ‘mutual knowledge capturing’ (samen overeenkomen (Wiki), kiezen van de gemene deler(tagging)) tegenstaat is de beperking in de ruimte voor ‘ander gedachtengoed’. Het lijkt erop dat alleen de mening van de meerderheid gaat gelden, waarbij je je kan afvragen of de meerderheid wel altijd gelijk heeft. De eerdere constatering van een aantal reagerenden dat bij tagging misschien de ‘kleinste’ tags wel het meest boeiende kunnen zijn kan ook op andere vlakken gelden, zoals bij de invulling van Wiki.

    Misschien kan zo’n onderbuikgevoel afgedaan worden met de opmerking dat je kritisch moet zijn hoe je deze redelijk nieuwe manieren van informatievergaring gaat benutten, maar anderzijds zie ik ook ruimte voor verbetering van deze concepten.

    Voordeel van het bloggen hierin is dat iedereen z’n eigen verhaal kwijt kan, hoe bizar dat ook is – alleen zullen de blogs die het meest in lijn met de massa liggen wellicht wel alle aandacht krijgen.

    In relatie met de ‘fysieke’ wereld zie je overigens een duidelijke parallel, ook de sociale structuren aldaar tonen dit gedrag – waardoor je misschien wel moet concluderen dat de concepten inclusief hun schijnbare gebreken de wereld correct representeren.

  12. MarkN van knowledgecafe.nl op 4 augustus 2006 om 14:20 uur

    Je snijdt een leuk onderwerp aan, en terecht denk ik. Of de populairiteit de boventoon gaat voeren in tagging, hangt een beetje af van de wijze waarop het wordt ingezet. Een van de fenomenen die daarover gaat is ‘The Long Tail’ van Chris Anderson. Op http://www.knowledgecafe.nl/2006/07/31/the-long-tail/ vind je een artikel over het fenomeen en op http://blog.winkwaves.com/articles/2006/07/30/blockbusters-en-long-tail-in-web2-0 kun je iets lezen over hoe the long tail wordt ingezet bij web2.0 toepassingen.

    Veel leesplezier ;-)

  13. fioricet2412 van co.uk op 30 november 2006 om 16:31 uur

    okakeiBe so kind and click

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen



Favoriete blogs