webinargeek webinars

Hoe klantgericht is je organisatie als het écht om keuzes gaat?

Hoe klantgericht is je organisatie als het écht om keuzes gaat?

Tijdens een gebruikerstest blijkt dat mensen vastlopen bij een belangrijk formulier. Het team begrijpt het probleem en maakt direct een voorstel voor verbetering. Een paar weken later ligt de planning voor het volgende kwartaal op tafel. De aanpassing blijkt te concurreren met een nieuwe functie die al aan het management is toegezegd. Niemand betwist de onderzoeksuitkomst, maar het voorstel schuift op.

Ik heb dit soort momenten vaak genoeg gezien om te weten dat het probleem zelden bij de kwaliteit van het onderzoek ligt. De echte proef komt wanneer een klantprobleem botst met een deadline, een budget of een eerdere belofte. Dan wordt pas zichtbaar hoeveel gewicht het klantperspectief werkelijk heeft.

In mijn eerdere artikel over klantinzichten en de roadmap schreef ik over de weg die een inzicht aflegt voordat het een prioriteit verandert. De vraag die me sindsdien bezighoudt, gaat een stap verder: waaraan merk je dat een organisatie die afweging ook bij het volgende project kan maken, zonder dat dezelfde onderzoeker opnieuw iedereen moet overtuigen?

Het besluit in de vergaderkamer

Neem dat formulier. Bij een organisatie waar mensgericht werken goed is ingebouwd, verdwijnt de bevinding na de gebruikerstest niet in een presentatie. Het team weet wie het probleem oppakt, hoe de ernst ervan wordt bepaald en bij welke planning het wordt meegewogen.

In een goed gesprek over prioriteiten ligt naast de ontwikkelinspanning (effort) ook het effect voor gebruikers (impact) op tafel: hoeveel mensen lopen vast, wat kost het hun en welke gevolgen heeft dat voor de dienstverlening?

Dat betekent niet dat het formulier altijd onmiddellijk voorrang krijgt. Soms is er een andere urgente verplichting of blijkt de eerste voorgestelde oplossing te duur. Het verschil zit in de afweging. De keuze wordt zichtbaar gemaakt, iemand neemt er verantwoordelijkheid voor en het team komt erop terug. Als de aanpassing later wordt gebouwd, wordt ook bekeken of mensen hun taak daarna beter kunnen afronden.

Zonder die werkwijze kan iedereen het eens zijn over het belang van de gebruiker en toch hetzelfde probleem blijven doorschuiven. Onderzoek wordt dan iets wat een team heeft gedaan, terwijl de besluiten elders volgens de oude spelregels worden genomen.

Je ziet hetzelfde bij digitale toegankelijkheid. Een audit brengt een probleem aan het licht, een team herstelt het contrast of de toetsenbordbediening en het dossier kan dicht. Maar na een volgende wijziging ontstaat hetzelfde probleem opnieuw. Dan helpt een extra audit op zichzelf weinig. De vraag is wie toegankelijkheid in het ontwerp beoordeelt, welke controles onderdeel zijn van ontwikkeling en wie een release kan tegenhouden wanneer een ernstige belemmering overblijft.

Dat zijn geen abstracte vragen over cultuur. Ze gaan over het dagelijkse werk: waar een bevinding terechtkomt, wie een besluit mag nemen en waarop dat besluit wordt getoetst.

Kijk eerst naar de volwassenheid van de organisatie

Hoe toets je zoiets zonder af te gaan op één geslaagd project? Een CX-volwassenheidsmodel helpt om verder te kijken dan de vraag of er onderzoek, klantreizen en dashboards zijn. Het maakt zichtbaar of mensen en teams die middelen ook consequent gebruiken, wie verantwoordelijk is voor verbetering en hoe keuzes worden gemaakt. Vaak ontstaat er geen keurig gemiddeld niveau: een organisatie kan sterk zijn in klantonderzoek en tegelijk moeite hebben om bevindingen in de planning te krijgen.

Er bestaan verschillende ingangen voor zo’n diagnose. Hier zijn drie voorbeelden:

  1. Dichter bij de Nederlandse publieke praktijk brengt de CX-volwassenheidsscan van BZK en Gebruiker Centraal klantgerichtheid op organisatieniveau in beeld.
  2. Het CX Framework van de CXPA beschrijft de brede vakcompetenties die nodig zijn om zo’n transformatie te begeleiden.
  3. In de CX maturity scan van Digital Experience Collective kijkt naar de samenhang tussen klantinzichten, experimentatie, digitale productontwikkeling en besluitvorming.

Daarnaast bestaan er gespecialiseerde kaders zoals het XLA Institute Maturity Model of het CX Index-model van Forrester.

Die modellen hebben elk een andere invalshoek. Ik zou ze daarom ook niet gebruiken om een organisatie een fraai cijfer te geven. In het voorbeeld van het formulier wil ik weten waar het probleem tussen onderzoek en kwartaalplanning bleef steken. Ontbrak een eigenaar? Werd impact voor gebruikers niet meegewogen? Of kon niemand achteraf nagaan waarom de andere functie voorrang kreeg? Zo wordt een scan een diagnose van de werkwijze, met een concreet aanknopingspunt voor verbetering.

Kijk daarna of de werkwijze standhoudt

Een tweede manier van toetsen komt uit de ISO-standaarden voor mensgericht ontwerpen. ISO 9241-220 beschrijft de processen waarmee organisaties mensgericht ontwerpen uitvoeren en mogelijk maken. De nieuwe ISO 9241-222 biedt een zelfbeoordeling van die aanpak op project- en organisatieniveau.

Dat klinkt formeler dan de vraag uit de vergaderkamer, maar voor mij raakt het dezelfde kwestie. Kan het volgende team een vergelijkbaar klantprobleem herkennen, laten meewegen en oplossen zonder te leunen op die ene gedreven onderzoeker? Is toegankelijkheid in het ontwerp en de ontwikkeling opgenomen, zodat hetzelfde defect niet na elke wijziging terugkeert? En controleert iemand na de release of de gekozen oplossing voor de gebruiker werkt?

De ISO-standaarden richten zich op mensgericht ontwerpen van interactieve systemen en de processen daaromheen. Een CX-volwassenheidsscan kan breder kijken, bijvoorbeeld naar dienstverlening, leiderschap en de rol van klantkennis in investeringen. Juist daarom vullen die twee manieren van toetsen elkaar aan. Een scan laat zien waar de organisatie vastloopt; een procesbeoordeling helpt onderzoeken of de manier van werken daar herhaalbaar en beheerst is.

Bij Customer Experience wordt vaak gevraagd of een organisatie luistert naar klanten. De meeste organisaties verzamelen inmiddels wel signalen. Voor mij begint volwassenheid bij wat er gebeurt wanneer die signalen gevolgen moeten krijgen voor geld, planning, risico of verantwoordelijkheid.

Ik noem het geheel van die bestaande afwegingen een Experience Decision System: de manier waarop klantkennis gewicht krijgt in besluiten die toch al genomen worden. Daar hoeft geen nieuwe overleglaag voor te komen. Het begint wanneer de productplanning, de investeringsbeslissing en de controle voor livegang dezelfde klantproblemen niet langer kunnen negeren.

De volgende keer dat een gebruikerstest een ernstig probleem blootlegt, zou ik daarom niet alleen vragen wat het team gaat verbeteren. Ik zou blijven zitten tot het besluit valt.

Waaraan kun je in die vergadering zien dat de organisatie van de gebruiker heeft geleerd?