Webrichtlijnen: suf of sexy?
13 December 2007 - 06:54
Tags: Google, Innovatie, Marketing, Microsoft, Mobile & Wireless, RSS, Trends & stats, User experience, Web 2.0
Vorig jaar juni besloot het kabinet dat alle websites van de rijksoverheid aan de webrichtlijnen moeten voldoen. Tot op de dag van vandaag worstelen tal van overheidsinstanties met de 125 strenge richtlijnen die hen zijn opgelegd. Tegelijk neemt buiten de rijksoverheid de belangstelling voor webstandaarden toe, soms uit het oogpunt van toegankelijkheid, maar steeds vaker om ‘Web 2.0′-achtige redenen. Vandaag een verkenning: zijn de webrichtlijnen van de overheid een last of een lust?
Conservatief?
De Nederlandse overheid heeft de webrichtlijnen ontwikkeld als kwaliteitsmodel voor haar eigen websites, om “de toegankelijkheid, duurzaamheid, uitwisselbaarheid en vindbaarheid te vergroten van de informatie en diensten die zij via internet aanbiedt”. (bron)
Ondanks het nog maar jonge bestaan hebben de webrichtlijnen een conservatief imago: streng, beperkend, vooral gericht op toegankelijkheid. Alsof de overheid nooit van Web 2.0 gehoord heeft. Maar klopt dit beeld wel?
De webrichtlijnen vinden hun oorsprong in bestaande webstandaarden, die (hoe kan het ook anders?) ontwikkeld zijn door het World Wide Web Consortium (kortweg W3C). Het W3C zet de norm voor technologieën als HTML, XHTML en XML, en geeft aanbevelingen inzake webtoegankelijkheid, mobiel internet en meer.
De missie van het W3C is “To lead the World Wide Web to its full potential by developing protocols and guidelines that ensure long-term growth for the Web.” De zeer uiteenlopende standaarden die het ontwikkelt, zijn dus niet bedoeld om vast te houden aan het heden, maar om de evolutie van het web te faciliteren.
Toegankelijkheid
Het is absoluut waar dat de webrichtlijnen veel aandacht schenken aan toegankelijkheid. Niet alleen de ‘prioriteit 1′ richtlijnen (voldoende om het Waarmerk Drempelvrij te verkrijgen), maar ook de ‘prioriteit 2′ richtlijnen zijn volledig opgenomen. En dat is een goede zaak. De overheid moet immers als geen ander toegankelijk zijn voor alle burgers, ongeacht type computer, webbrowser of lichamelijke beperking.

Jammer is dat toegankelijkheid vooral geassocieerd wordt met blinden. Natuurlijk, voor het duidelijk maken van het belang spreekt deze groep erg tot de verbeelding. Maar de commerciële wereld stelt soms andere prioriteiten dan de overheid. Zoals een klant ooit tegen me zei: “Ik moet al genoeg moeite doen om 80 procent van mijn klanten te bereiken. Ik maak me dus nog niet zo druk om die laatste 10 procent.”
Goed, laten we dan eens kijken naar zaken die wèl op de marketingagenda staan.
Zoekmachineoptimalisatie (SEO)
Hoog scoren in zoekmachines staat al vele jaren hoog in het prioriteitenlijstje van iedere marketing- en communicatieafdeling. En zo lang als zoekmachines al bestaan, proberen bedrijven met trucs hogerop te komen. Gelukkig weet bijna iedereen nu wel dat iedere truc maar even werkt (Google is erg alert) en dat de enige langetermijnstrategie die werkt is: een kwalitatief goede website hebben (of advertentieruimte kopen).

Bron: “Is SEO Evil?”, Scott Gledhill
Bovenstaande afbeelding illustreert welke strategieën de beste kans van slagen hebben: kwalitatieve content, toegankelijkheid (accessibility) en metadata.
Vanwaar toegankelijkheid in dit rijtje? Google en andere zoekmachines hebben ook ‘handicaps’: ze zijn doof, gedeeltelijk blind en kunnen geen muis bedienen. Afbeeldingen, video, audio en animerende effecten ontgaan hen volledig. En typische muishandelingen als slepen en neerzetten, mouseover en rechtermuistoets-klikken hoef je ook niet van ze te verwachten.
Om zoveel mogelijk content op je website vindbaar te maken, moet je zorgen dat je:
- informatie niet alleen in beeld en/of geluid aanbiedt, maar ook tekstueel;
- de bezoeker overal naar kan navigeren zonder een muis nodig te hebben;
- toegang tot informatie niet blokkeert door formulieren, JavaScript of bijvoorbeeld Flash.
Metadata zijn de ‘description’ en ‘keywords’ van een pagina, maar nog veel meer de structurele informatie van een pagina. Zomaar een lange lijst trefwoorden opnemen zet weinig zoden aan de dijk. De juiste woorden (woorden waarop men zoekt) gebruiken in belangrijke elementen als paginatitel, kopregels en hyperlinks heeft veel meer effect. Zoekmachines houden namelijk rekening met het ’semantische gewicht’ van een trefwoord. Zet de juiste woorden dus zo hoog mogelijk op de denkbeeldige ladder.

Ook webadressen (URL’s) maken onderdeel uit van zoekmachineoptimalisatie. Het maakt uit of een adres begint met ‘www’ (zie onderstaande afbeelding), maar ook of het gedeelte achter de ‘.nl’ leesbaar is (en sterker nog: de juiste woorden bevat). Zo scoort ‘www.nu.nl/sport/nederland+wereldkampioen/’ hoger dan ‘www.nu.nl/nieuws.aspx?id=1293&cat=4′.

Bron: “Is SEO Evil?”, Scott Gledhill
Alle randvoorwaarden voor een goede vindbaarheid worden gedekt in de webrichtlijnen. Toegankelijkheid (prioriteit 1 en 2), metadata, URL’s, structuur en content (bijvoorbeeld hyperlink-tekst) komen er alle in terug. Lees meer over webrichtlijnen en SEO.
Webfeeds
Eén van de kenmerken van Web 2.0 is dat de content belangrijker is dan zijn container. De corporate website is enkel nog maar een verschijningsvorm van de content en verdwijnt wat meer naar de achtergrond. Browsen op een mobiele telefoon of PDA vereist bijvoorbeeld een andere verschijningsvorm door het kleine beeldscherm. Maar met de komst van webfeeds (beter bekend als RSS-feeds) is content helemaal uit de kooi van de webbrowser bevrijd. Dankzij webfeeds kan content op veel verschillende manieren worden gelezen.
Feitelijk is een webfeed een alternatieve, versimpelde weergave van online inhoud. Een vaste, betekenisvolle opbouw van content (titel, paragraaf- en subparagraaftitels, enzovoorts) is dus essentieel om de leesbaarheid in alle verschijningsvormen te garanderen. Goede handvatten hiervoor vind je in de webrichtlijnen.
API’s / mashups
Wat RSS is voor content, zijn API’s (Application Programming Interfaces) voor functionaliteit. Verschillende organisaties stellen hun functionaliteit beschikbaar aan derden, om daar nieuwe functionaliteiten of diensten mee te creëren. Zo ontstaan onder andere mashups. Voor een goede uitwisselbaarheid is het belangrijk om zoveel mogelijk aan te sluiten op universele standaarden. En dan niet alleen de syntax van die standaarden, maar vooral ook de ingebouwde semantiek. Zeker bij het combineren van meerdere API’s scheelt het veel werk als alles dezelfde taal spreekt en de betekenis van de boodschap overkomt. W3C standaarden liggen hierbij het meest voor de hand.

Mashup voorbeeld: Chicago misdaadgegevens & Google Maps
Redesign in een zucht
Wat zou het mooi zijn als je in drie weken een redesign van je website kunt doorvoeren. Utopia? Het Ministerie van VWS bewees afgelopen jaar dat het wel degelijk kan. Al in 2004 scheidde VWS structuur, vorm en inhoud van elkaar (een principe dat centraal staat in de webrichtlijnen), wat een duurzame en onderhoudsvriendelijke website opleverde. Het doorvoeren van een nieuwe vormgeving komt dan - na het grafisch ontwerp - grotendeels neer op het aanpassen van de stylesheets. Het principe wordt ook gedemonstreerd op de Webrichtlijnen website: zie de optie ‘paginastijl’ die op elke pagina aanwezig is.
Progressive enhancement
Het grote toverwoord van webstandaarden is progressive enhancement. Deze ontwikkelstrategie is een reactie op de traditionele manier van bouwen, getiteld graceful degradation: het bouwen conform grafisch ontwerp en voor de nieuwste browsers, op zo’n manier dat het er ook nog fatsoenlijk uitziet in oudere browsers en in ‘toegankelijkheidsmodus’. Bij progressive enhancement werk het precies andersom: eerst wordt de meest sobere paginastructuur gecreëerd. Daarna worden pas opmaak (CSS) en extra functionaliteiten (bijvoorbeeld AJAX en Flash) toegevoegd om de user experience te verrijken. Het is de meest constructieve, flexibele, duurzame, zoekmachinevriendelijke en toegankelijke manier van bouwen en misschien nog wel belangrijker: het sluit geen enkele moderne technologie uit.
Top of mind
Het web is gebaat bij webstandaarden. Niet alleen om toegankelijk te zijn voor mensen met een functiebeperking, maar zeker ook om het remixen van data en functionaliteiten (RSS, mashups) te bevorderen. Web 2.0 heeft webstandaarden in zekere zin bevorderd. En vooruitkijkend naar het semantische web c.q. Web 3.0 (idem), verwacht ik dat de behoefte aan standaardisatie en ‘gelaagd bouwen’ alleen nog maar zal toenemen.
De open source community heeft het W3C-compliant bouwen als eerste omarmd. Maar ook grote content management leveranciers beginnen webstandaarden serieus te nemen. Microsoft heeft bijvoorbeeld de afgelopen tijd aan een toolkit gewerkt om W3C- / Drempelvrij-compliant pagina’s te kunnen realiseren met SharePoint 2007. Lawrence Liu van Microsoft: “I expect accessibility to become a top of mind issue in 2008 for many of our enterprise customers in Europe and the U.S. It will be similar to the ’security issue’ for Windows XP in the pre-SP2 days.” Afgelopen week op DIWUG presenteerde Waldek Mastykarz van Imtech een andere toolkit, die verder gaat dan toegankelijkheid en streeft naar het niveau van de webrichtlijnen. Ten slotte heeft Microsoft ook afgelopen week de Overheids Accelerator Toolkit beschikbaar gesteld waarmee op SharePoint gebaseerde websites aan de Webrichtlijnen kunnen voldoen.
Ook andere leveranciers zetten in op ’standards compliance’. Zo zal de nieuwste Smartsite-versie iXperion ook aan de webrichtlijnen conformeren.
Volgens Raph de Rooij van ICTU zijn de webrichtlijnen absoluut geen vervanging van of aanvulling op de W3C toegankelijkheidsrichtlijnen, maar een “referentie voor ’state-of-the-art’ webontwikkeling“. Toegankelijkheid dient de belangen van mensen met een functiebeperking, de webrichtlijnen zijn in de eerste plaats ontwikkeld voor opdrachtgevers bij wie toegankelijkheid één van de kwaliteitseisen is:
“Het Kwaliteitsmodel Websites is een doeltreffend instrument voor goed opdrachtgeverschap. Door te verwijzen naar het kwaliteitsmodel in de contractuele afspraken met de bouwer, staat u als opdrachtgever een stuk sterker. Veel aandacht is besteed aan de toetsbaarheid van het kwaliteitsmodel, waardoor tijdens en na de bouw ook daadwerkelijk kan worden gecontroleerd of gemaakte afspraken zijn nagekomen.” (bron)
Usability maakt het plaatje compleet
In de webrichtlijnen wordt beperkt aandacht besteed aan gebruiksvriendelijkheid (usability). Dat is niet zo gek, want usability laat zich moeilijker in concrete, toetsbare richtlijnen vangen die voor iedere website gelden. Gelukkig is usability wel goed te testen. Usability onderzoek is een van de meest waardevolle instrumenten om de effectiviteit van je website te testen.
Tel usability bij de webrichtlijnen op en je hebt een uitstekende solide basis voor iedere website, ongeacht publiek of commercieel, Web 1.0 of Web 2.0.

Bron: “Is SEO Evil?”, Scott Gledhill
Dus, zijn de webrichtlijnen suf of sexy? Mijn mening is wel duidelijk, maar wat vinden jullie?
Ferry den Dopper is informatiearchitect en online communicatie adviseur bij fullservice internet bureau Tam Tam.
3127x gelezen 8 reacties





13 December 2007 om 09:44
Hallo Ferry, bedankt voor je uitstekende artikel! Ik ben een warm pleitbezorger van webrichtlijnen, maar kom in de praktijk ontzettend veel onbegrip en onkunde tegen bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Er is dus nog heel veel missiewerk nodig en dit artikel draagt daar zeker aan bij. Wel moeten we oppassen dat het voldoen aan de webrichtlijnen niet tot ultiem doel wordt verheven. Het blijft belangrijk erop te hameren dat het doel is een toegankelijke en duurzame website te realiseren.
Voor iedereen die meer wil weten over de achtergrond van de webrichtlijnen is het artikel ‘De kroniek van de webrichtlijnen’ van Raph de Rooij op Naarvoren.nl een aanrader:
http://www.naarvoren.nl/artikel/webrichtlijnen/
13 December 2007 om 22:48
Leuk artikel Ferry! Het is een getuigenis voor het harde werk van de standaarden-community en sommige browser-bouwers dat webstandaarden dat zijn geworden: standaard.
In dat kader is deze open brief van Håkon de laatste stap. We hebben gehoord dat IE8 misschien komt, nu is het voor Microsoft doorpakken of oprotten.
14 December 2007 om 10:00
Ferry, goed artikel. Het artikel kan nog 2x zo lang zijn wat mij betreft. Bijvoorbeeld het feit dat de snelheid van je website toeneemt door de betere en kleinere code (waarmee het dataverkeer afneemt: kostenvoordeel?) moet er zeker bij. Vooral aan de opdrachtgevers/eigenaars-kant van een website zijn er nog vele meer ‘verborgen’ voordelen: effectievere aansturing van opdrachtnemers, effectiever beheer aan de achterkant van de website, meer flexibiliteit in doorontwikkeling, goedkoper in doorontwikkeling, gerichter in doorontwikkeling, sneller in doorontwikkeling: allemaal aspecten die een logisch gevolg zijn van een aanpak conform webrichtlijnen in een webproject. Bij VWS hebben we daar inderdaad al een aantal jaren profijt van en dat waren absoluut geen suffe tijden kan ik je zeggen :-).
14 December 2007 om 13:29
De Webrichtlijnen zijn een mooi initiatief, maar strikt toepassen blijkt in de praktijk ingewikkelde en zelfs rare situaties op te leveren. Een site met “platte” content dat uit een CMS komt is nog wel makkelijk aan te passen, maar het wordt anders als om de complexere webapplicaties gaat.
Zo kan het erg ingewikkeld worden om alternatieven te vinden voor schermen met veel interactieve velden die opgebouwd worden met “optionele technolgie” als CSS en/of Javascript. Verwijzen naar een ander, geschikter communicatiekanaal wordt daarbij niet als alternatief toegestaan, terwijl dat een heel reële optie kan zijn (misschien is men b.v. wel sneller geholpen met terugbellen of chat?).
Een ander probleem daarbij is dat de tooling binnen je ontwikkelplatform gewoon (nog) niet geschikt kan zijn om de Webrichtlijnen in te voeren in de gestandaardiseerde ontwikkelmethode o.b.v. componenten.
Verder spreken de Webrichtlijnen soms de usability tegen: links naar downloadbare bestanden mogen volgens de Webrichtlijnen niet worden geopend in nieuwe vensters. Maar sluit je een op de “juiste” manier geopend PDF-bestand af, dan is al snel de hele site afgesloten.
Kortom: een goed initiatief dus, maar een zeer strikte naleving van de huidige Webrichtlijnen mag nooit het doel op zich worden. Daarom is het wat mij betreft al weer tijd voor een revisie vanuit de praktische toepasbaarheid.
17 December 2007 om 15:36
Ferry, ik begon enthousiast je artikel te lezen, maar bleek een beetje op het verkeerde been te zijn gezet door je openingszin. Ik verwachte daarna een beschouwing over de toegankelijkheid van overheidswebsites, maar ik kreeg een betoog over webrichtlijnen (dat laatste komt natuurlijk wel overeen met de titel).
Wat de webrichtlijnen betreft ben ik het wel met je artikel eens. Nuttig het weer eens op een rijtje te zien. Maar wat vind jij nu over de overheidswebsites? En als ze aan de standaarden voldoen, zijn het daarmee dan ook goede/zinvolle/toegankelijke sites?
Mijn persoonlijke beleving is dat overheden als ze zich aan de richtlijnen houden (als ze dat al lukt) tevreden achter over leunen. Maar of de website vervolgens voldoet aan de wensen van de bezoekers (die uiteindelijk voor de site betalen) is vers twee. Kijk naar de jaarlijkse prijsuitrijking van burger@overheid. Volgens de checklist scoren sites hoog, die voor mij als gebruiker hooguit matig scoren. Kortom, richtlijnen zijn mooi, maar het is toch uiteindelijk de gebruiker (= klant?) die bepaalt of een site toegankelijk is en voldoet aan de verwachtingen.
17 December 2007 om 17:53
@Walter:
Je beschrijft treffend wat Ferry in zijn artikel met ‘worstelen’ aanduidt. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig contact gehad met de Belastingdienst over toepassing van de Webrichtlijnen. Toen bleek ondermeer dat, vanwege een zeer strikt beveiligingsbeleid voor de hosting van websites en (vrees voor) performanceproblemen, er praktisch geen server-side toepassingen mogen worden gebruikt. Is dat nog steeds zo? Want een dergelijke beleid beperkt een webontwikkelaar enorm in zijn mogelijkheden. Je kunt dan bijvoorbeeld praktisch geen fall-backs creëren voor client-side functionaliteit.
Als dat beleid er nog steeds is dan zijn de ‘ingewikkelde en zelfs rare situaties’ waar je het over hebt naar mijn mening niet enkel toe te schrijven aan de Webrichtlijnen.
Voor wat betreft het openen van een downloadbaar bestand: daar moet je helemaal geen nieuw browservenster voor *willen* openen! De term die hier van toepassing is, is content disposition. Dat komt neer op het zodanig serveren van bepaalde typen bestanden dat ze niet in een browservenster worden geladen. Het aan dat bestandstype geassocieerde programma wordt gestart, waarna het bestand in dat programma wordt geopend. Belangrijk voordeel is dat dan alle functionaliteiten van het programma beschikbaar zijn en dat het bestand niet in de browser zelf wordt geopend. Het risico dat je de hele site verliest als je het bestand sluit speelt hier dus niet. Voor meer info hierover, zie http://stijlgids.overheid.nl/actueel/weblog/downloadbare_bestanden_openen_in_een_nieuw_venster/
Overigens heb ik een tijd geleden een artikel geschreven over het openen van links in een nieuw venster, zie http://www.raph.nl/deprecated/target/. Het kan dus best…
Ik ben het overigens helemaal met je eens dat het tijd is voor een revisie van de Webrichtlijnen vanuit de praktische toepasbaarheid. Ik verwacht echter niet dat het openen van links of downloadbare bestanden in een nieuw venster tot aanpassing hoeven te leiden: daar bestaan prima oplossingen voor, alleen zijn die (nog) niet algemeen bekend. En dat is dan weer een probleem van een heel andere soort: betere kennisdeling kan een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van een dergelijk probleem. “Het kan niet” betekent in de praktijk vaak “het is (me) nog niet gelukt”. Dat maakt volgens mij in belangrijke mate deel uit van de worsteling waar Ferry het in zijn artikel over heeft.
17 December 2007 om 22:08
Fijn dat er zoveel goede, uitgebreide reacties op dit onderwerp komen. Ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat de Webrichtlijnen bijdragen aan de kwaliteit van websites. Webapplicaties waar veel / complexe interactie op de client (Flash/AJAX/Javascript) plaatsvindt, zijn inderdaad een stuk moeilijker te realiseren volgens de huidige richtlijnen. Maar eerder dit jaar woonde ik een workshop van Derek Featherstone bij waarin hij specifiek inging op de toegankelijkheid van Rich Internet Applications (RIA’s) inging. Ik haalde toen ook de in ontwikkeling zijnde W3C-richtlijnen voor Accessible Rich Internet Applications (ARIA) aan. Er gebeurt dus zeker iets op dit gebied. En, zoals Raph ook aangeeft, als er nieuwe best practices ontstaan, zullen ook de Webrichtlijnen mee moeten evolueren.
@Remco: Jij vraagt of ik vind dat webstandaard-compliant sites ook per definitie goede sites zijn. Nee, daarover ben ik het met je eens. Usability is een kwaliteit die ik nog boven webstandaarden vind staan. Als mensen je website niet relevant vinden, niet snappen of niet kunnen gebruiken, ligt daar je eerste prioriteit. Maar hierin ligt niet de taak van de Webrichtlijnen. Zoals ik in het artikel zelf al aangeef, is usability nauwelijks te vangen in universele, meetbare richtlijnen. Usability is deels ‘common practice’ en deels contextafhankelijk.